Brief aan mijn moeder | Lettre à ma mère #Moederdag

yamila_en_moeder_klein_5gv4uFB

Brief aan mijn moeder

 

Liefste mama,

 

De Vlaming kent jou niet. De Vlaming kent jou alleen uit het straatbeeld: een wapperende djellaba en een hoofddoek op. Of uit de krant, ter illustratie van een artikel over integratie of moslima’s als slachtoffer. Maar ik, ik weet wel beter: jij bent een leeuwin.

Ik werd geboren, laat jaren zestig, tijdens de hongerjaren in het noorden van Marokko. Tot overmaat van ramp had je zelf geen moedermelk. Je hield me met alles wat je kon vinden in leven. Suikerwater, aardappelen aangelengd met water. Het was een donkere periode waar je nog steeds niet graag over praat.

Een wonder dat ik die gure winter, zonder eten, zonder melk, overleefde. Je vocht als een leeuwin om me in leven te houden. En dat is wat je typeerde. Vechten als een leeuwin voor haar jong.

 Ook later deed je dat, toen je van dat kleine bergdorp Beni Sidel, midden in de ruige natuur, verhuisd was naar Mechelen, waar ik ben opgegroeid.

We woonden in een “krot”, en dat is nog een positieve benaming. Je wist niet hoe de Vlaamse samenleving functioneerde. Maar je moest het heel snel onder de knie krijgen, want papa werkte van ’s morgens tot ’s avonds in de metallurgie. Jij moet het huisouden en de administratieve rompslomp beredderen. Jij ging naar de mutualiteit, met de kinderen naar de arts. In een taal die je niet sprak.

En neen, een inburgeringscursus Nederlands bestond toen niet. Maar wel behulpzame buren, die je met handen en voeten door het Vlaamse leven gidsen. Het waren veelal bejaarden, de achterblijvers in de volkswijk.

Kortom, je vocht opnieuw als een leeuwin voor je acht kinderen.

Je probeerde mij alles bij te brengen wat een  ideale Marokkaanse schoondochter zou moeten zijn. Alles wat jij van jouw moeder had geleerd. En God – of beter – Allah knows, ik rebelleerde alsof mij leven ervan afhing. Ik had immers een ander plan opgevat: rechten studeren. Jij zat met de handen in het haar: wat had je Allah misdaan om zo’n rebelse dochter te krijgen? Ik saboteerde elke mogelijke poging om mij het abc van het Marokkaanse koken te leren. En jouw kookkunst was geroemd.

Ik vond bij jou niet alle antwoorden, maar dat is niet erg. Voor dat andere plan vond ik een andere “intellectuele” moeder. Fatima Mernissi. Zij gaf mij antwoorden toen ik zoekende was naar een identiteit tussen twee werelden in. Toen ik worstelde tegen vooroordelen en onbegrip boden Mernissi’s boeken een houvast en een antwoord op de vele vragen. Ik verslond ze.

Jaren later, twee diploma’s rijker, en ondertussen advocate, betrapte ik mij erop tijdens eens stresserend kookmoment voor tien vrienden: ik kook zoals jij, ik roer exact zoals jij in de potten.

Aan een moeder kan je niet ontsnappen. Niet alleen heb ik jouw kookkunsten meegekregen, maar ook jouw onverzettelijke levenskracht. Ik betrap mezelf er meer en meer op dat ik ook vecht als een leeuwin als ik ergens in geloof, als ik een onrecht zie. En ik ontdek dat je door dat leeuwinnengeloof bergen kan verzetten.

Je rebelse dochter.

yamila_en_moeder_klein_5gv4uFB

Lettre à ma mère

 

Chère maman,

 

Le Flamand ne te connaît pas. Le Flamand ne te connaît que de la rue :  une djellaba enveloppante et un voile. Ou des journaux, comme une victime en illustration d’un article sur l’intégration des musulmanes. Mais moi, je te connais mieux que personne : tu es une lionne.

Je suis née, à la fin des années soixante, pendant les années de famine au nord du Maroc. Pour couronner le tout, tu n’avais même pas de lait maternel. Tu m’as gardée en vie avec tout ce que tu as pu trouver. De l’eau sucrée, des pommes de terre allongées avec de l’eau. Ce fut une période sombre dont tu n’aimes toujours pas parler à l’heure actuelle.

C’est un miracle que j’aie pu survivre à cet hiver rigoureux, sans nourriture, sans lait. Tu t’es battue comme une lionne pour me garder en vie. Et c’est ce qui te caractérisait. Se battre comme une lionne pour sa progéniture.

 Plus tard aussi, tu as fait la même chose, lorsque tu as déménagé du petit village de montage de Beni Sidel, au milieu de la nature sauvage, vers Malines où j’ai grandi.

Nous habitions une « masure », et il s’agit là encore d’une dénomination positive. Tu ne savais pas comment la société flamande fonctionnait. Mais tu as dû très vite l’apprendre car papa travaillait du matin au soir dans la métallurgie. Tu devais t’occuper du ménage et des tracas administratifs. Tu te rendais à la mutuelle, chez le médecin avec les enfants. Dans une langue que tu ne parlais pas.

Et non, à l’époque il n’existait pas de cours d’intégration en néerlandais. Mais bien des voisins attentifs qui t’ont guidée corps et âme dans la vie flamande. Il s’agissait souvent de personnes âgées, les laissés-pour-compte dans le quartier populaire.

Bref, tu t’es à nouveau battue comme une lionne pour tes huit enfants.

Tu as essayé de m’apprendre tout ce que devait être la belle-fille marocaine idéale. Tout ce que tu avais, toi même, appris de ta mère. Et Dieu – ou mieux – Allah le sait, je me rebellais comme si ma vie en dépendait. Car j’avais d’autres projets : étudier le droit. Tu étais désemparée : qu’avais-tu donc fait à Allah pour mériter une telle fille rebelle ? Je sabotais toute tentative de m’apprendre l’abc de la cuisine marocaine. Et ton talent culinaire était glorifié.

Je n’ai pas trouvé chez toi toutes les réponses à mes questions, mais ce n’est pas grave. Pour cet autre projet, j’ai trouvé une autre mère « intellectuelle ». Fatima Mernissi. Elle m’a donné les réponses alors que j’étais à la recherche d’une identité entre ces deux mondes. Alors que je luttais contre les préjugés et l’incompréhension, les ouvrages de Fatima Mernissi m’ont offert un point d’appui et une réponse aux nombreuses questions. Je les dévorais.

Des années plus tard, avec deux diplômes en poche, et entre-temps devenue avocate, je me surprenais lors d’un moment de cuisine stressant pour dix amis : je cuisinais comme toi, je remuais exactement comme toi dans les casseroles.

On n’échappe pas à sa mère. Non seulement, j’ai hérité de tes talents culinaires, mais aussi de ton esprit indomptable. Je me surprends de plus en plus à me battre comme une lionne lorsque je crois en quelque chose ou lorsque je vois quelque chose d’injuste. Et je découvre que cette foi de lionne peut déplacer des montagnes.

 

#Throwbackthursday

Yamila Idrissi en Rachid BenzineDubbelinterview tussen Rachid Benzine en Yamila Idrissi, verschenen in Knack van woensdag 20 november 2013.
Journaliste Han Renard, Copyright foto: Franky Verdickt. 

“We moeten de islam de kans geven om zich over te planten naar andere culturen”

De islam verkeert in crisis en moet opnieuw aansluiting vinden bij de eigen intellectuele traditie en bij modern wetenschappelijk onderzoek. Dat betoogt de Franse islamoloog Rachid Benzine in een tweegesprek met Vlaams Parlementslid Yamila Idrissi. ‘Mijn droom is het om in Europa de belangrijkste universiteit van de islam op te richten.’

Met zijn indrukwekkende gestalte, hippe jasje, zonnebril en iPhone heeft hij veeleer de looks van een filmster dan van een islamgeleerde die hele dagen over de Koran gebogen zit. Maar Rachid Benzine is dan ook geen doorsnee-intellectueel. Hij is een islamoloog met een grote liefde voor hiphop die ooit kickbokste op hoog niveau en die nu tegen de heilige huisjes van de traditionele islam aanschopt. Benzine wil een moderne benadering van de Koran ingang doen vinden, gebruikmakend van inzichten uit de menswetenschappen en de literatuurkritiek. Hij huldigt de stelling dat elke tijd en elke samenleving een eigen Koran oplevert. We zijn samen met Vlaams Parlementslid Yamila Idrissi (SP.A) naar Parijs gereisd om hem te ontmoeten en naar zijn ideeën te gaan luisteren, een paar dagen voor hij op uitnodiging van Idrissi in Brussel met KVS-directeur Jan Goossens in debat gaat over de mogelijkheid van een ‘Europese islam’. Benzine en Idrissi kennen elkaar al jaren. ‘Rachid is voor mij een soort soulmate’, zegt Idrissi.

Ze zijn allebei geboren in Marokko, allebei op jonge leeftijd naar Europa verhuisd, en allebei, hij als onderzoeker, zij als politica, erg begaan met het lot van migrantenjongeren die in onze steden hun heil zoeken in een rigide beleving van de islam. Het wordt dan ook een hartelijk gesprek, daar op het buitenterras van Le Marly, het museumcafé van het Louvre, waar het achter de glaswanden ook in de zwakke herfstzon goed toeven is.

Meneer Benzine, u bent dus een gewezen kickbokskampioen?

Rachid Benzine:(lacht) Ik had een vriend die wereldkampioen kickboksen was en die een zaal opende in onze buurt. Ik ging er aanvankelijk alleen heen om te trainen. Maar al snel kreeg ik de smaak te pakken. Van competitie naar competitie heb ik het in 2005 inderdaad tot nationaal Frans kampioen geschopt. Vervolgens ben ik me fulltime gaan inzetten voor een ander gevecht, dat overigens een pak lastiger is dan kickboksen. Op het eind van een lezing ben ik vermoeider dan na een wedstrijd. Moslims denken namelijk dat ze exact weten wat de islam inhoudt. Maar ze zien de Koran alleen als een heilig boek, waarin alles letterlijk te nemen is, en kunnen de dingen niet in hun historische context plaatsen. Een context die overigens moeilijk te achterhalen valt. We hebben geen documenten die ons iets kunnen leren over de gebeurtenissen in de Koran en over de vroege islam in het Arabië van de zevende eeuw. De secundaire literatuur over de Koran ontstaat pas twee eeuwen later, in de stedelijke samenleving van Bagdad.

U haalt dan ook het bestaande beeld dat moslims van hun godsdienst hebben onderuit.

Benzine: Heel wat gelovigen denken dat ze een rechtstreekse verbinding hebben met de profeet, maar elke tijd brengt zijn eigen lezing van de Koran voort. In de negende eeuw werd de Koran anders begrepen dan in de vijftiende eeuw. Of neem de gelijkheid tussen man en vrouw. Je mag niet verlangen van een tekst uit de zevende eeuw om daar iets zinnigs over te zeggen. De gelijkheid tussen man en vrouw is een overwinning van de laatste vijftig jaar. Heel het leven zit niet in de Koran. Het is belangrijk om dat in te zien. Ik zeg ook vaak: God is geen stoplap, God moet een open vraag blijven. Ik wil moslims instrumenten aanreiken voor een levendig en kritisch geloof.

Maar voor de meeste moslims ís de Koran toch gewoon het woord van God?

Benzine: Dat is waar, maar de meeste moslims zijn dan ook onwetend over hun eigen traditie. Tussen de zevende en de dertiende eeuw waren er verschillende theologische scholen en totaal uiteenlopende interpretaties van de Koran binnen de islam. Hedendaagse moslims hebben met die traditie gebroken. De islam verkeert in crisis. Om die crisis op te lossen, moeten moslims opnieuw aansluiting vinden bij hun eigen intellectuele traditie en bij modern wetenschappelijk onderzoek.

In Brussel heeft intussen een op de vier inwoners een moslimachtergrond. Moslims worden ook steeds zichtbaarder in het straatbeeld.

Benzine: In Parijs is dat minder het geval, de meeste Marokkaanse migranten zitten immers in Brussel. (lacht) Maar sinds de jaren negentig wordt de islam voor jonge moslims steeds belangrijker als uiting van de eigen identiteit. Vaak gaat het dan nog om een op het internet bij elkaar geknutselde islam, want bij de imam gaan die jongeren vaak ook niet meer te rade.

Yamila Idrissi: Maar neem de Belgische overheid. Die heeft nauwelijks interesse voor de op één na belangrijkste godsdienst van het land. Wie een moskee wil inrichten, wordt niet geholpen. Ongeveer zeventig procent van de beschikbare middelen gaan naar de katholieke kerk, en maar zes procent naar de islam. Landen als Saudi-Arabië daarentegen staan wel altijd klaar om de nodige fondsen te verstrekken. Maar daarmee importeer je ook het wahabisme, het salafisme, fundamentalistische stromingen binnen de islam, en niet de islam die wij kennen uit Marokko, Rachid. Het is dus voor een stuk ook de schuld van de Belgische overheid. Jonge moslims zijn op zoek naar zingeving. De overheid moet ervoor zorgen dat die jongeren in contact kunnen komen met een moderne islam, want die bestaat ook.

Maar hoe komt het dat die zonen en dochters van migranten, die hier geboren en getogen zijn, zich vandaag op de eerste plaats als moslim definiëren en zo vatbaar blijken voor radicalisering?

Benzine: Dat heeft te maken met de mondialisering en met het internet, waardoor er een wereldwijde religieuze markt is ontstaan. Daarnaast is er de geopolitieke context, met de explosieve situatie in het Midden-Oosten, die maakt dat de anderen hen ook op de eerste plaats als moslims zien. Ook als ze dat zelf niet doen. In Frankrijk werden moslimmigranten eerst heel lang les beurs genoemd, dan les Arabes , maar vandaag dus les musulmans . Voorts zijn er imams die politieke munt uit de islam proberen te slaan. En er is de islam-pétrole , de aardolie-islam die sinds een jaar of twintig een streng gereglementeerde, maar intellectueel bijzonder arme variant van de islam over ons uitgiet.

Idrissi: Maar het blijft opmerkelijk dat die salafisten zo makkelijk gehoor vinden bij jongeren die hier zijn opgegroeid. Bij migranten van de derde generatie.

Benzine: De Franse en ik vermoed ook de Belgische samenleving heeft die migrantenjongeren te weinig kansen gegeven. Ze krijgen geen toegang tot de maatschappelijke elite. En dus gaan ze zich heel sterk identificeren met de religieuze groep waartoe ze behoren. Ze vluchten in de islam. Dat uit zich vooral op het gebied van de voeding en de kleding. Maar dat schept problemen want eten is heilig voor de Fransen! Dat raakt echt aan het hart van hun cultuur. (lacht) Wat? Ik nodig je uit aan mijn tafel en jij wilt niet eten wat ik eet? Voor de gemiddelde Fransman is dat niet te vatten. Het is haast erger dan in een djellaba rondlopen.

Idrissi: We hebben meer mensen als Rachid nodig: moslims met lef die af en toe een intellectuele bom kunnen gooien. Maar ik geloof wel dat onder de migrantenjongeren die in Europa zijn opgegroeid in een traditie van vrij denken een nieuwe, Europese islam kan ontstaan.

Benzine: Misschien wel, maar op dit moment kan ik mijn boodschap makkelijker kwijt in landen als Marokko dan in Europa. De moslims hier hebben een denkbeeldige islam geconstrueerd die je onder geen beding ter discussie mag stellen.

Idrissi: Je zegt ook dat je Le Coran expliqué aux jeunes hebt geschreven omdat je op je vijftiende graag zelf zo’n boek had willen lezen. Welnu, ik denk ook dat veel jongeren zich vandaag dezelfde vragen stellen als jij destijds en antwoorden zullen vinden in jouw boek. Wat jij hen voorhoudt, is eigenlijk: wees kritisch en denk voor jezelf. En dat is volgens mij niet alleen een kwestie van religieuze emancipatie, maar van emancipatie als individu tout court .

Betekent een Europese islam een islam waarin westerse waarden als de scheiding tussen kerk en staat en de gelijkheid van man en vrouw worden aanvaard, evenals zaken als homoseksualiteit?

Benzine: Ik denk niet dat moslims snel homoseksualiteit zullen aanvaarden. Dat is ook een cultureel gegeven. Maar de meerderheid van de Europese moslims heeft volstrekt geen moeite met de scheiding van kerk en staat en beleeft zijn geloof op een vreedzame manier. Je moet die meerderheid wel in bescherming nemen, want er is een kleine maar actieve minderheid die beweert de authentieke islam in pacht te hebben. Die tegen de andere moslims in de wijken zegt: jullie kennen de echte islam niet. Er ontstaat een opbod over wie de beste moslim is. Daarom moeten regeringen en scholen zorgen voor antivirussen tegen een discours dat zich afkeert van de samenlevingen van aankomst en soms ook aanzet tot geweld. Vergeet ook niet dat de Arabische cultuur in een diep dal zit. We moeten de islam dus loskoppelen van de Arabische cultuur en de kans geven zich over te planten naar andere culturen.

Idrissi: Maar wie in Brussel imam wil worden, kan voorlopig haast alleen naar een door Saudi-Arabië gesponsorde privéschool. Waarom zouden we niet in Brussel een Europees centrum voor hedendaagse islam oprichten? Verder zou de staat ook moskeeën moeten subsidiëren. Liever één nette, grote moskee die goed gesubsidieerd en ook gecontroleerd wordt, dan twintig kleine moskeeën in garages en achterhuizen, waarvan we niet weten wat er wordt gezegd.

Benzine: Mijn droom is het om in Europa de belangrijkste universiteit van de islam op te richten. Om te komen tot een Europese islam die zich verzoent met de moderniteit. Want het is nobel en goed om moskeeën te erkennen en te subsidiëren, maar veel belangrijker is de vraag: welke islam komt daar aan bod? Imams moeten theologisch en historisch worden onderlegd. Want de staat moet zijn burgers ook beschermen tegen sommige varianten van de islam. Maar het is geen toeval dat je deze conservatieve, sterk beregelde en op religieuze identiteit gebaseerde islam zo sterk terugvindt bij de derde generatie migranten. Sociologisch is het altijd de derde generatie die droomt van terugkeren naar de – vermeende – bron.

Dus we hebben het hier over een voorbijgaand fenomeen?

Benzine: Ja, op voorwaarde dat we die jongeren iets anders aanbieden dan wat je doorgaans aantreft in een islamitische boekenwinkel, dat wil zeggen bijna niets, behalve werkjes over wat er gebeurt na de dood en wat een goede echtgenote is. (lacht)

Idrissi: Of boekjes over de man-vrouwrelatie. Mogen mannen vrouwen de hand schudden? Prangende vragen. (lacht) Maar het is natuurlijk heel gemakkelijk om vanaf de zijlijn die jongeren te bekritiseren. Maar wat kunnen we doen?

Zeggen jullie het maar.

Idrissi: We moeten hen werk verschaffen, en hen ook voor vol aanzien.

Benzine: Ik denk ook dat Frankrijk en België in hun officiële geschiedschrijving veel meer rekening moeten houden met de immigratie uit de Maghreblanden. Een interessant voorbeeld is la marche pour l’égalité et contre le racisme in 1983 in Frankrijk.

Idrissi: Waar Nabil Ben Yadir net een film over heeft gemaakt.

Benzine: Precies. Uitgerekend een Belg van Marokkaanse origine maakt een film over een vergeten stukje Franse geschiedenis, de mars tegen racisme van 32 zonen en dochters van migranten, dwars door Frankrijk. 100.000 mensen stonden hen in Parijs op te wachten. De jongeren van vandaag weten niet wat hun grote broers en zussen toen hebben gedaan. Dat wordt allemaal te weinig in de verf gezet. Veel moslims hebben het gevoel dat ze niet als volwaardige burgers worden beschouwd. Daarom dromen ze van een geïdealiseerde islam.

Maar ze lijken vaak heel de samenleving waarin ze zijn geboren en opgegroeid te verwerpen.

Benzine: Als ze die echt zouden verwerpen, zouden ze vertrekken.

Eigenlijk willen ze er juist heel graag deel van uitmaken?

Benzine: Natuurlijk. Waar ze echt van dromen, is volop meedoen met de consumptiemaatschappij. Ik heb vrienden salafisten wier grote wens het is de banlieue te verlaten en in een villawijk te gaan wonen. Het is ook geen toeval dat uitgerekend de salafisten veel investeren in de economie. Het zijn goede ondernemers. Salafisten combineren een liberale economische ideologie met religieus conservatisme. In dat opzicht zijn ze heel Amerikaans.

Is er een klimaat van islamofobie sinds de aanslagen van elf september?

Benzine: Moslims hebben het lastig, zoveel is zeker. Je kunt heel goed rationeel proberen uit te leggen dat gewelddadige moslims echt een superkleine minderheid vormen binnen de grote groep, vaak is dat verloren moeite. Maar moslims moeten ook begrijpen dat westerse samenlevingen bang zijn. En dat te grote zichtbaarheid en te veel uiterlijke kentekenen van de islam storend werken en het samenleven niet bevorderen.

Steeds meer veertigers, mensen van mijn generatie, beginnen ook in te zien in wat voor een doodlopend straatje dit soort ‘identitaire’ islam ons heeft gevoerd. Welke ravages de islam die ze de voorbije twintig jaar hebben gepromoot, heeft aangebracht. Een vriend van mij was heel lang een van de leidinggevenden binnen l’Union des Organisations Islamiques de France . Hij is nu een boek aan het schrijven over twintig jaar islammilitantisme en de fouten die de islam in Frankrijk heeft gemaakt. De titel wordt: je suis islamiste mais je me soigne (ik ben islamist maar ik behandel me). (lacht) Zo zie je maar.

Idrissi: We hebben ook meer succesverhalen en rolmodellen nodig. Niet alleen kickboksers en intellectuelen zoals jij, Rachid, maar mensen op alle maatschappelijke gebieden naar wie jongeren kunnen opkijken.

Krijgen jullie niet vaak de vraag: waar zijn al die gematigde moslims? Waarom horen we ze niet?

Idrissi: Zeker, maar de media zijn doorgaans niet geïnteresseerd in wat gematigde moslims te vertellen hebben. Iemand met een tulband en een baard die jihad roept, is veel interessanter.

Benzine: Wat ook meespeelt, is dat gematigde moslims geen zin hebben om samen te vallen met hun godsdienst. Ik heb een broer die binnenskamers ontzettend te keer gaat tegen salafisten, maar hij zal zich publiekelijk niet uitspreken. Hij heeft geen zin om alleen als moslim te worden bekeken.

Rachid Benzine, u bent wel in uw pen gekropen om een meisje te verdedigen dat in Marokko drie maanden gevangenisstraf had gekregen voor roken in het openbaar tijdens de Ramadan. Waarom hebt u dat gedaan?

Benzine: Omdat het onaanvaardbaar is. En omdat ik geloof in gewetensvrijheid. Voeg daarbij dat de Koran op dit punt veel coulanter is dan de Marokkaanse grondwet. De Koran vraagt zulke strenge straffen helemaal niet. In de samenleving waarin de Koran ontstond, werd er eeuwig en altijd over alles onderhandeld. Men vond altijd een compromis. De Koran zegt doorlopend: als u dit niet kan doen, doe dan dat, als dat ook niet lukt, probeer dan nog eens wat anders. Zo gaat dat maar door. Waarom? Omdat je in de samenleving van die tijd niet zomaar je eigen overtuiging aan anderen mocht opleggen.

Hebt u achteraf veel haatmails ontvangen?

Benzine: Wel integendeel, ik heb juist veel steunbetuigingen gekregen. In de praktijk zijn veel moslims vooruit op hun imams en theologen. Of denkt u dat in Saudi-Arabië de alcohol niet rijkelijk vloeit? Er is zoveel hypocrisie in die landen. Het is ook nauwelijks te bevatten hoeveel schade die petroleumislam aan de hele moslimwereld heeft toegebracht.

opinie: “Stop met etiketten op te kleven”

‘De man is een continent, de vrouw is de zee. Ik geef de voorkeur aan het land.’ Het zou een citaat kunnen zijn van Gerard Reve, van Tom Lanoye, van Erwin Mortier of van een andere bekende homoseksuele schrijver. Fout. Het komt van Abu Nuwas, de beroemde Arabische dichter uit de negende eeuw. Hij kreeg veel kritiek vanwege zijn homoseksuele geaardheid, maar werd door de toenmalige heersers beschermd omdat hij zo’n groot dichter was.

Het toont aan dat homoseksualiteit van alle tijden en van alle culturen is. Het toont ook aan dat we er vele eeuwen geleden vaak opener durfden mee omgaan. En het toont vooral aan dat homoseksualiteit niet alleen over ‘de andere’ gaat. We hebben helaas nog een lange weg af te leggen.

De bekende holebi’s die gisteren in De Standaard aan de alarmbel trokken, hebben jammer genoeg gelijk: bij de recente gevallen van gaybashing bleken de geweldenaars vaak jonge Belgen van vreemde afkomst. We mogen onze kop niet in het zand steken. Precies daarom vinden we het belangrijk om ook onze stem te laten horen, om luid en krachtig duidelijk te maken dat de samenleving waarin wij leven, onze samenleving, homobashing onmogelijk kan tolereren. Wij allen vinden dat de daders opgespoord en veroordeeld moeten worden. Wij allen vinden dat iedereen moet kunnen zijn wie hij of zij echt is.

Velen van ‘ons’ hebben ook een gevecht moeten leveren, we leveren het nog altijd. Door onze afkomst, door onze kleur, zijn velen onder uw en mijn dierbaren, vrienden en kennissen van ‘vreemde’ herkomst, ook vaak ‘de andere’. Dat zou ons extra gevoelig moeten maken voor de stigmatisering van één groep. Dat zou ons extra gevoelig moeten maken voor makkelijke en gevaarlijke vooroordelen.

De maatschappelijke veroordeling van homobashing overstijgt het wij-zij-denken. Het gevaar in het debat is dat de diabolisering gewoon verschuift van de ene groep naar de andere: van ‘de homo’ naar ‘de allochtoon’. Dan zijn we even ver van huis. ‘Allochtonen’ maken ook deel uit van onze maatschappij, dat maakt van het geweld tegen holebi’s het probleem van een hele maatschappij. Dat maakt dat we het alleen samen kunnen aanpakken. Daarom komen wij ervoor uit dat we tégen gaybashing zijn, om een open en respectvol debat op gang te trekken. Een debat zonder taboes.

Ook in onze eigen ‘gemeenschappen’ moeten we het conservatieve juk durven afwerpen. Angst en onwetendheid zijn de belangrijkste oorzaken van de haat jegens holebi’s. Het is belangrijk om de dialoog aan te gaan, om uit te leggen, om te begrijpen, om op te treden. Laat ons allemaal stoppen met de anderen een etiket op te kleven: goed of slecht, juist of fout. En laat ons vooral stoppen met die hokjes te beschouwen als een vrijgeleide voor haat en geweld.

Wij staan voor een open en tolerante samenleving waar iedereen zichzelf kan zijn. Ongeacht afkomst, ongeacht geaardheid. Deze oproep is een uitnodiging tot dialoog en reflectie, weg van de polemiek en de provocatie.

Yamila Idrissi, Vlaams volksvertegenwoordiger voor sp.a (Marokkaanse origine)
Riadh Bahri, journalist VRT-Nieuws (Tunesische origine)
Charif Benhelima, photo artist (Marokkaanse origine)
Sihame El Kaouakibi, director bij ‘Let’s Go Urban’ (Marokkaanse origine)
Mustafa Kör, auteur (Turkse origine)
Chokri Ben Chikha, onderzoeker-theatermaker (Tunesische origine)
Loutfi Belghmidi, programmamaker VRT (Marokkaanse origine)
Bilal Benyaich, politicoloog en publicist (Marokkaanse origine)
Karim Osmani, interieurarchitect (Tunesisch-Algerijnse origine)
Sidi Larbi Cherkaoui, choreograaf (Marokkaanse origine)

raadpleeg hier het opiniestuk opiniestuk DeStandaard

Stedenbeleid: Wakker worden, CD&V!

We zijn oprecht blij met de oproep van CD&V-parlementslid Veli Yüksel voor meer aandacht voor de steden. Alleen had hij die beter gericht tot zijn eigen partijgenoten. Want als er één partij zich tot nu toe heeft ingespannen om vooral niét in te zetten op de Vlaamse steden, dan wel CD&V, constateren sp.a-parlementsleden Jan Roegiers (Gent), Yamila Idrissi (Brussel) en Steve D’Hulster (Antwerpen). 

“Wie ligt er wakker van de stad?”, vraagt CD&V’er Yüksel zich af in Knack. Hij haalt uit naar de provincialistische visie van de beleidsmakers, hekelt het ontbreken van een langetermijnvisie en stelt vast dat het Vlaams parlement nauwelijks aan de kar trekt. Een gedurfde en bewonderenswaardige poging om zijn eigen partij uit een diepe winterslaap te wekken, dachten wij. Zijn kritiek is immers vooral zelfkritiek.

Ter illustratie van wat er allemaal fout loopt in onze steden verwijst Yüksel opeenvolgend naar het groot tekort in de kinderopvang en de zorgvoorzieningen, naar de nood aan sportfaciliteiten en naar de mobiliteit die in het honderd loopt. Respectievelijk bevoegdheden van de ministers Jo Vandeurzen (CD&V), Philippe Muyters (N-VA) en Hilde Crevits (nog eens CD&V). Dit zit. Groot was echter onze verbazing toen Yüksel zijn pijlen bijna uitsluitend op Vlaams minister Freya Van den Bossche (sp.a) bleek te richten.

Met het stadsvernieuwingsfonds en het stedenfonds krijgen de steden extra ademruimte. Minister Van den Bossche heeft ervoor gezorgd dat die instrumenten – die trouwens uitstekend werken en overal zichtbare resultaten opleveren – structureel verankerd zijn. Ook in economisch moeilijke tijden blijven de middelen elk jaar stijgen. Dat is broodnodig. Overal ter wereld trekken steeds meer mensen naar de stad, en die evolutie zet die stad onder druk. Vlaanderen is geen eiland, we ontsnappen hier niet aan die evolutie. De bevolkingsgroei, de klimaatverandering, het tekort aan ruimte, ze creëren onvermijdelijk samenlevingsproblemen. We steken onze kop niet in het zand. Maar een duidelijk beleid en een duidelijk groeipad, is dat dan geen langetermijnvisie?

Yüksel verwijt de minister dat het te vaak bij goedbedoelde plannen blijft. Weer mis. Kijk maar naar het actieplan Midden- en Oost-Europese Migranten van de Vlaamse regering, dat vooral oplossingen zoekt de problematiek van de Roma in zijn eigen Gent. Uitgewerkt door alle Vlaamse ministers, maar er is er maar eentje die effectief geld uittrekt om het plan ook uit te voeren: Van den Bossche.

Nog iets waar we het roerend eens zijn met Yüksel: zijn pleidooi voor een horizontaal stedenbeleid. Hij heeft heimwee naar de beleidsbrief van de allereerste Vlaamse minister voor Steden Leo Peeters, die 16 jaar geleden een lans brak voor een integraal stedenbeleid. Eén stedelijke reflex, over alle beleidsdomeinen heen, voor elke minister. Of het nu over kinderopvang, sport of mobiliteit gaat. Uitstekend idee van Yüksel,echt waar. Ware het niet dat Van den Bossche die integrale aanpak al beschouwt als de hoeksteen van haar stedenbeleid. Alleen: it takes two to tango.

Het was vermoedelijk niet de bedoeling van zijn opiniebijdrage, maar Yüksel toont omstandig aan dat het schoentje vooral knelt bij zijn eigen partij. Als er één partij is die zich tot nu toe heeft ingespannen om vanuit het beleid vooral niet in te zetten op de Vlaamse steden, dan is het wel CD&V. Of het aan de slinkende stemmenaantallen in de grote steden ligt of aan iets anders, we weten het niet, maar we hebben de christen-democraten zelden kunnen betrappen op een stedelijke reflex.

We kunnen het initiatief van Yüksel dus alleen maar toejuichen. Steden zijn voortdurend in beweging. Mensen komen en gaan, het is continu aftasten hoe de stad zich aanpast aan die veranderde realiteit. Dat gebeurt met vallen en opstaan, maar het is wel een garantie voor vooruitgang. Omdat het nu eenmaal niet anders kan. En die vooruitgang werkt aanstekelijk, trekt andere steden en gemeenten mee. De grote steden blijven meer dan ooit de motoren van Vlaanderen. Ze verdienen extra aandacht, ze verdienen extra zorgen. We nemen de uitgestoken hand van collega Yüksel om in het Vlaams parlement samen op te komen voor de steden graag aan. Hoe meer zielen, hoe meer vreugd. Hopelijk hebben minister-president Kris Peeters en co de oproep van hun Gentse partijgenoot even aandachtig gelezen als wij.

Yamila Idrissi (Brussel), Jan Roegiers (Gent), Steve D’Hulster (Antwerpen) – Vlaams volksvertegenwoordigers voor sp.a 

Vanavond boekvoorstelling ‘Ah, ces Flamands!’

Ah, ces Flamands! De titel spreekt voor zich…  Een boek over ‘die Vlamingen’, een gemeenschap die voor de Franstalige Belgen zo dichtbij is, maar tegelijkertijd zo veraf. Ook Yamila Idrissi, Vlaams Volksvertegenwoordiger voor sp.a, leverde een bijdrage. Vanavond vindt de boekvoorstelling plaats in Poème 2 te Sint-Gillis. 

Schrijver en journalist Geert van Istendael bundelde in het boek Ah, ces Flamands! bijdragen van Vlamingen met diverse achtergronden over kwesties als cultuur, taal, identiteit, nationalisme, populisme… Een scala van meningen en ideeën over Vlaanderen en haar inwoners. Ook twee Franstaligen werpen hun licht op het stukje België aan de Noordelijke kant van de taalgrens.

Ah, ces Flamands! is een boek dat de complexiteit en de rijkdom van onze gemeenschap onthult. Het werpt een nieuw licht op de crisis die België kent, en waarschijnlijk nog een tijdje zal kennen.

Yamila Idrissi staat als enige Vlaamse Volksvertegenwoordiger tussen klinkende namen als Tom Lanoye, David Van Reybrouck, Etienne Vermeersch,…  Als Nederlandstalige Brusselse van Marokkaanse origine handelt Yamila’s bijdrage over het Islamdebat: ‘Au-delà du débat sur l’islam. Une plaidoirie en faveur de la raison et de l’action.’

Vanavond, maandag 6 juni 2011 om 20u15, wordt het boek Ah, ces Flamands!  voorgesteld in Poème 2, Rue d’Ecosse 30 in Sint-Gillis. Met o.a. Geert Van Istendael, Jacques De Decker, Etienne Vermeersch en Yamila Idrissi. Iedereen is welkom.

 

Ah, ces Flamands! Een publicatie van la Revue Ah!, Revue de l’université de Bruxelles.

Met bijdragen van Benno Barnard, Bea Cantillon, Jacques De Decker, Jozef Deleu, Luc Devoldere, Karel Dobbelaere, Jan Fabre, Guido Fonteyn, Stefan Hertmans, Marc Hooghe & Luc Huyse, Yamila Idrissi, Caroline Lamarche, Tom Lanoye, Alain Platel, Liesbeth Van Impe, Geert van Istendael, David Van Reybrouck, Etienne Vermeersch, ZAK.