Brief aan mijn moeder | Lettre à ma mère #Moederdag

yamila_en_moeder_klein_5gv4uFB

Brief aan mijn moeder

 

Liefste mama,

 

De Vlaming kent jou niet. De Vlaming kent jou alleen uit het straatbeeld: een wapperende djellaba en een hoofddoek op. Of uit de krant, ter illustratie van een artikel over integratie of moslima’s als slachtoffer. Maar ik, ik weet wel beter: jij bent een leeuwin.

Ik werd geboren, laat jaren zestig, tijdens de hongerjaren in het noorden van Marokko. Tot overmaat van ramp had je zelf geen moedermelk. Je hield me met alles wat je kon vinden in leven. Suikerwater, aardappelen aangelengd met water. Het was een donkere periode waar je nog steeds niet graag over praat.

Een wonder dat ik die gure winter, zonder eten, zonder melk, overleefde. Je vocht als een leeuwin om me in leven te houden. En dat is wat je typeerde. Vechten als een leeuwin voor haar jong.

 Ook later deed je dat, toen je van dat kleine bergdorp Beni Sidel, midden in de ruige natuur, verhuisd was naar Mechelen, waar ik ben opgegroeid.

We woonden in een “krot”, en dat is nog een positieve benaming. Je wist niet hoe de Vlaamse samenleving functioneerde. Maar je moest het heel snel onder de knie krijgen, want papa werkte van ’s morgens tot ’s avonds in de metallurgie. Jij moet het huisouden en de administratieve rompslomp beredderen. Jij ging naar de mutualiteit, met de kinderen naar de arts. In een taal die je niet sprak.

En neen, een inburgeringscursus Nederlands bestond toen niet. Maar wel behulpzame buren, die je met handen en voeten door het Vlaamse leven gidsen. Het waren veelal bejaarden, de achterblijvers in de volkswijk.

Kortom, je vocht opnieuw als een leeuwin voor je acht kinderen.

Je probeerde mij alles bij te brengen wat een  ideale Marokkaanse schoondochter zou moeten zijn. Alles wat jij van jouw moeder had geleerd. En God – of beter – Allah knows, ik rebelleerde alsof mij leven ervan afhing. Ik had immers een ander plan opgevat: rechten studeren. Jij zat met de handen in het haar: wat had je Allah misdaan om zo’n rebelse dochter te krijgen? Ik saboteerde elke mogelijke poging om mij het abc van het Marokkaanse koken te leren. En jouw kookkunst was geroemd.

Ik vond bij jou niet alle antwoorden, maar dat is niet erg. Voor dat andere plan vond ik een andere “intellectuele” moeder. Fatima Mernissi. Zij gaf mij antwoorden toen ik zoekende was naar een identiteit tussen twee werelden in. Toen ik worstelde tegen vooroordelen en onbegrip boden Mernissi’s boeken een houvast en een antwoord op de vele vragen. Ik verslond ze.

Jaren later, twee diploma’s rijker, en ondertussen advocate, betrapte ik mij erop tijdens eens stresserend kookmoment voor tien vrienden: ik kook zoals jij, ik roer exact zoals jij in de potten.

Aan een moeder kan je niet ontsnappen. Niet alleen heb ik jouw kookkunsten meegekregen, maar ook jouw onverzettelijke levenskracht. Ik betrap mezelf er meer en meer op dat ik ook vecht als een leeuwin als ik ergens in geloof, als ik een onrecht zie. En ik ontdek dat je door dat leeuwinnengeloof bergen kan verzetten.

Je rebelse dochter.

yamila_en_moeder_klein_5gv4uFB

Lettre à ma mère

 

Chère maman,

 

Le Flamand ne te connaît pas. Le Flamand ne te connaît que de la rue :  une djellaba enveloppante et un voile. Ou des journaux, comme une victime en illustration d’un article sur l’intégration des musulmanes. Mais moi, je te connais mieux que personne : tu es une lionne.

Je suis née, à la fin des années soixante, pendant les années de famine au nord du Maroc. Pour couronner le tout, tu n’avais même pas de lait maternel. Tu m’as gardée en vie avec tout ce que tu as pu trouver. De l’eau sucrée, des pommes de terre allongées avec de l’eau. Ce fut une période sombre dont tu n’aimes toujours pas parler à l’heure actuelle.

C’est un miracle que j’aie pu survivre à cet hiver rigoureux, sans nourriture, sans lait. Tu t’es battue comme une lionne pour me garder en vie. Et c’est ce qui te caractérisait. Se battre comme une lionne pour sa progéniture.

 Plus tard aussi, tu as fait la même chose, lorsque tu as déménagé du petit village de montage de Beni Sidel, au milieu de la nature sauvage, vers Malines où j’ai grandi.

Nous habitions une « masure », et il s’agit là encore d’une dénomination positive. Tu ne savais pas comment la société flamande fonctionnait. Mais tu as dû très vite l’apprendre car papa travaillait du matin au soir dans la métallurgie. Tu devais t’occuper du ménage et des tracas administratifs. Tu te rendais à la mutuelle, chez le médecin avec les enfants. Dans une langue que tu ne parlais pas.

Et non, à l’époque il n’existait pas de cours d’intégration en néerlandais. Mais bien des voisins attentifs qui t’ont guidée corps et âme dans la vie flamande. Il s’agissait souvent de personnes âgées, les laissés-pour-compte dans le quartier populaire.

Bref, tu t’es à nouveau battue comme une lionne pour tes huit enfants.

Tu as essayé de m’apprendre tout ce que devait être la belle-fille marocaine idéale. Tout ce que tu avais, toi même, appris de ta mère. Et Dieu – ou mieux – Allah le sait, je me rebellais comme si ma vie en dépendait. Car j’avais d’autres projets : étudier le droit. Tu étais désemparée : qu’avais-tu donc fait à Allah pour mériter une telle fille rebelle ? Je sabotais toute tentative de m’apprendre l’abc de la cuisine marocaine. Et ton talent culinaire était glorifié.

Je n’ai pas trouvé chez toi toutes les réponses à mes questions, mais ce n’est pas grave. Pour cet autre projet, j’ai trouvé une autre mère « intellectuelle ». Fatima Mernissi. Elle m’a donné les réponses alors que j’étais à la recherche d’une identité entre ces deux mondes. Alors que je luttais contre les préjugés et l’incompréhension, les ouvrages de Fatima Mernissi m’ont offert un point d’appui et une réponse aux nombreuses questions. Je les dévorais.

Des années plus tard, avec deux diplômes en poche, et entre-temps devenue avocate, je me surprenais lors d’un moment de cuisine stressant pour dix amis : je cuisinais comme toi, je remuais exactement comme toi dans les casseroles.

On n’échappe pas à sa mère. Non seulement, j’ai hérité de tes talents culinaires, mais aussi de ton esprit indomptable. Je me surprends de plus en plus à me battre comme une lionne lorsque je crois en quelque chose ou lorsque je vois quelque chose d’injuste. Et je découvre que cette foi de lionne peut déplacer des montagnes.

 

De leraars die het verschil maken

leraar

Dubbelinterview tussen Yamila Idrissi en haar oud-leraar Herman Frooninckx dat verschenen is in Humo op 03/09/2013.

Journalist: Nathalie Carpentier. Foto’s Saskia Vanderstichele.

Vandaag kent SP.A-parlementslid Yamila Idrissi kunstenaars als Michaël R. Roskam of Jan De Cock persoonlijk en is ze de vurigste pleitbezorgster van een nieuw museum voor moderne en hedendaagse kunst in Brussel. Wat een verschil met het Marokkaanse meisje van twaalf dat al haar moed bijeen moest rapen om tegen ieders advies in over te stappen van `snit en naad’ naar het aso. Die sprong in het diepe zou haar zonder leerkracht Herman Frooninckx slecht bekomen zijn. `Als u niet had gezien dat ik het niet redde in die `blanke’ school, dan had ik het opgegeven.’

‘Daar woonden vroeger de zusters van Vorselaar.’ Herman Frooninckx wijst naar de bovenste verdieping van het oude schoolgebouw in hartje Mechelen. `Zij hadden één doel: arme kinderen onderwijs geven. Ze leren naaien, koken en lezen.’ Frooninckx leidt ons rond in de school waar hij jarenlang lesgaf, toen nog het OnzeLieve-Vrouw van de Ham Instituut geheten. Later werd hij er directeur en zag hij de nagenoeg `wite’ school geleidelijk veranderen in een concentratieschool. Nu huist in het gebouw de Thomas More Hogeschool, en met de zusters zijn ook alle kruisbeelden verdwenen, stelt Yamila Idrissi tot haar verbazing vast: `Vroeger hing het hier vol. Dit was een heel katholieke school.’ Dat maakte de drempel voor Yamila ­ één van de eerste allochtone moslimleerlingen ­ zo mogelijk nog groter. Ze had het al niet gemakkelijk. Op haar twaalfde besliste ze op eigen houtje over te stappen naar het aso. Zonder ruggensteun van wie dan ook. Haar ouders kenden ons schoolsysteem niet, ze waren analfabeet.

HUMO: Op je twaalfde ontbrak het je duidelijk niet aan durf. Straf.

Idrissi (lacht) «Misschien zit het wel in mijn genen. Mijn vader besliste op zijn eenentwintigste om te emigreren, op zoek naar een beter leven. Voor de reis van Marokko naar België had hij geld geleend van het hele dorp. Hij heet alles achtergelaten. Zijn verhaal is toch nog wat strafer dan het mijne. »Maar ik besef nu wel dat ik al vroeg over een enorme wilskracht en een groot incasseringsvermogen beschikte. Mijn hele omgeving wees het idee om over te stappen naar het aso af. Ik volgde `snit en naad’, dát was het normale parcours. Maar ik week af van elke norm ­ thuis, in de Marokkaanse gemeenschap én in de kansarme volkswijk waar we woonden. Daar vonden ze mij waarschijnlijk een omhooggevallen trien. Mijn ouders mochten het soms zelfs komen uitleggen: voedden ze hun dochter niet verkeerd op? »De dag dat ik mij ging inschrijven aan De Ham heb ik misschien wel een uur over die wandeling gedaan, terwijl we vlakbij woonden. Ik had een totaal verkeerde weg genomen. Het staat wel symbool voor mijn verdere carrière: ik kom er wel, maar met veel vertraging. Omdat ik ook niemand in mijn nabije omgeving had die me kon zeggen hoe het moest. Zelfs niet toen ik later rechten studeerde.»

HUMO: Wat weer eens het belang van rolmodellen aantoont.

Idrissi «Omdat ik geen voorbeelden had, deed ik maar wat, hè. De wereld waarin ik terechtkwam was helemaal nieuw. In een veelbesproken opiniestuk heet schrijfster en columniste Celia Ledoux onlangs perfect verwoord wat het betekent om vanuit een arm gezin naar andere werelden te trekken. Onwaarschijnlijk pakkend. Ze beschreef hoe ze leerde door af te kijken. Hoe je je kleedt, hoe je praat, de onderwerpen die je aanhaalt: allemaal imitatie. Heel herkenbaar. Je bent voortdurend bang om door de mand te vallen, om iets te doen dat je verraadt en waardoor iedereen je zal uitlachen.»

HUMO: Dat overkwam jou al bij het kennismakingsrondje in de klas.

Idrissi «Dat was ongeloolijk pijnlijk. Je moest vertellen wat je ouders deden. De vaders van de andere kinderen waren dokter, advocaat of administratief bediende. Ik had op de identiteitskaart van mijn vader gezien dat hij `handlanger’ was; hij deed klusjes in de fabriek. Toen ik dus `handlanger’ antwoordde, ging de klas plat van het lachen, en ik had geen idee waarom ­ dat maakte het nog erger.»

Frooninckx «Het mag je bevreemden maar ik heb me in de middelbare school ook zo gevoeld. Ik volgde Grieks-Latijn in een college in Leuven en behoorde tot een andere sociale klasse dan de rest van mijn klas. Mijn ouders hadden niet gestudeerd, terwijl de vaders van de andere kinderen bijna allemaal professor waren. Ik voelde me verscheurd. Ik wou mijn akomst niet verloochenen en loyaal blijven aan mijn ouders, maar ik wou er ook bij horen. Ik wou ook weten wie Beethoven was.»

Idrissi «Toen ik die avond naar huis ging, heb ik heel erg getwijfeld of ik de volgende dag nog wel terug zou komen.» Frooninckx «Later, toen Yamila vijtien was, heb ik een heel ander meisje leren kennen: eentje met de vaste wil om er te raken.» Idrissi «Die wil was er dat eerste jaar ook al: als je een keuze maakt, gebruik je al je energie om te zorgen dat het niet uitdraait op een mislukking. Dat risico was groot ­ vijfennegentig procent, schat ik. De avond na dat uitlachen, dacht ik: dit was de foute keuze. Ik kan niet mee, ik heb de bagage niet, ik heb niet de juiste achtergrond. Dat jaar werd ik ook alsmaar stiller. Op de speelplaats stond ik vaak wel bij een groepje, maar ik zweeg en luisterde. Ik keek af.»

Frooninckx (lacht) «Dat is dan toch fel verbeterd.»

Idrissi (ernstig) «Stil zijn ligt niet in mijn aard, maar zelf praten werd te bedreigend. Ik wist niet wat mij kon overkomen. Iets zeggen wat in mijn omgeving heel naturel of banaal zou zijn, kon daar heel belachelijk overkomen, of totaal fout. En ik wist het niet eens, ik kon het niet inschaten. Mijn vocabularium en mijn belevingswereld waren toen zoveel beperkter: ik was nog nooit naar het theater geweest, naar de ilm of naar een restaurant. Terwijl dat voor de anderen normaal was.»

SLEUTELMOMENT

HUMO: Jullie zitten samen voor dit dubbelinterview omdat je een paar keer hebt vermeld dat je veel te danken hebt aan Herman Frooninckx. Wat heeft hij gedaan?

Idrissi «Hij zag dat ik het niet redde in het eerste jaar en heeft ingegrepen tijdens een les Nederlandse expressie. Toen die dag groepjes moesten worden gevormd, bleef ik weer als laatste over. Een lang blond meisje met blauwe ogen zei zelfs: `Ik wil met iedereen in een groepje, maar niet met die Idrissi.’ (Tegen Frooninckx) `Jij hebt de les toen meteen stilgelegd, omdat dat gedrag niet door de beugel kon. Voor mij was dat een sleutelmoment.»

Frooninckx «Dat heb ik toen niet beseft.»

Idrissi «Dat jij daar toen een punt van maakte, is zó belangrijk geweest. Je bood mij de veiligheid die ik broodnodig had. Nu vermoed ik dat je er door je eigen ervaring misschien wel gevoeliger voor was.»

HUMO: Heeft ze gelijk?

Frooninckx «Ik ben ervan overtuigd dat je sociaal intelligenter wordt als je je ervaringen uit vroegere crisissen gebruikt. Ik herinner me wel dat ik die les heb stilgelegd omdat Yamila werd uitgesloten, maar dat heb ik etelijke keren in vergelijkbare situaties ook gedaan. »Op zo’n moment kan je als leraar van alles doen: wegkijken, het slachtoffer ergens parkeren, autoritair reageren of de zaak bespreken. Ik heb altijd voor het laatste gekozen. Dan probeer je te verbinden in plaats van de kracht van de sterkste te laten spelen.»

Idrissi «Als je toen niet tussenbeide was gekomen, had ik misschien wel echt afgehaakt. Ik kon dat niet zelf bevechten. En als ik zelf naar de leraar was gestapt, was ik de klikspaan. Doordat je het toen bespreekbaar maakte, kreeg ik weer wat ruimte.»

Frooninckx «Gelukkig is dat ook zo uitgedraaid, want ik besete wel dat ze die ruimte alleen kon krijgen van de groep, niet van mij. Als ik Yamila in bescherming nam en niets met de groep deed, zou het één lesuur lang beter gaan, maar daarna zouden ze zich weer tegen haar keren. »Wie op zo’n moment niet ingrijpt, is ziende blind. Als je werkt met jonge mensen, moet je inschaten of ze goed of slecht in hun vel ziten. Natuurlijk kan je nooit alles zien, maar als je íéts ziet, mag je dat niet negeren. Anders zal jouw lompheid die prille machtsmechanismen in een klas versterken in plaats van ze te corrigeren. Dat doorbreken is ook opvoeden. Ik denk dat heel wat leerkrachten dat wel doen. »In die tijd was Yamila de enige Marokkaanse in een blanke klas. Mocht het zich twintig jaar later hebben afgespeeld, dan was de groepsdynamiek heel anders geweest. Dan zaten er waarschijnlijk tien allochtonen in de klas. Yamila heet vaak in de wind gestaan. Ze was ook de eerste allochtone advocate van Mechelen. (Enthousiast) Eigenlijk is zij de Kim Clijsters van de allochtone meisjes! (Yamila schatert)»

Idrissi «Later ben ik inderdaad ook uitgegroeid tot een voorbeeld. Het is een dunne lijn tussen verguisd worden en op handen gedragen worden.»

HUMO: U doet uw ingrijpen in de klas af als de normaalste zaak van de wereld, maar dat is het toch niet? Kijk maar naar de relativering van racisme tegenwoordig.

Idrissi «Dat was het inderdaad niet. Doordat jij daar wél oog voor had, was je een atypische leerkracht. Je gebruikte ook andere methodes om les te geven, in de filosofielessen bijvoorbeeld.»

Frooninckx «Dan praaten we door tot op het bot.»

Idrissi «Waardoor we elkaar ook écht leerden kennen. Jij moet soms toch in aanvaring gekomen zijn met gezag en systemen die de gang van zaken in je lessen liever anders zagen?»

Frooninckx «O ja. Ik ben als leraar meermaals gecorrigeerd geworden door de directie. Soms terecht. In alles wat ik deed, stond de relatie met mijn leerlingen centraal. Als je oog hebt voor wie tegenover je zit, kan je ontzetend veel bereiken. Ik heb mij ongeloolijk gesmeten in het onderwijs, maar ik heb er nog veel meer voor teruggekregen.» »Weet je wat vandaag de grootste handicap van een leerkracht is? Dat de meesten hogere studies hebben gedaan en tot de middenklasse behoren. Terwijl ze vaak terechtkomen voor klassen met kinderen die thuis géén boeken hebben of die weinig interesse hebben voor cultuur. De beste leraars zijn zij die de signalen van die kinderen uit andere referentiekaders opvangen en herkennen, en hen helpen oversteken naar de andere wereld.»

Idrissi «Dát heb ik bij jou gevoeld. Dat zijn inderdaad de helden.»

Frooninckx «Nu voel ik me toch wat ongemakkelijk; zo zijn er veel collega’s, maar die worden niet allemaal geïnterviewd.»

HUMO: Ik moet denken aan een uitspraak van Noël Slangen over zijn eigen sociale migratie in De Standaard: `Het fundament van sociale armoede wortelt in een gebrek aan zelfrespect en zelfvertrouwen. Als iemand jou dat geeft, is dat een eerste stap uit de uitzichtloosheid. Iedereen wil er op zijn manier toe doen: of dat nu met een eigen boek of een mooie voortuin is.’

Idrissi «Je wilt dat ze je zíén. Dan durf je te denken: ik ga het halen.»

Frooninckx «Ik heb leerlingen vaak zien openbloeien. Ik heb jarenlang free podia met hen georganiseerd en maakte ze dan verantwoordelijk voor de belichting of de techniek. Dat was niet niks, het eindresultaat was een optreden voor duizend mensen. »De leerlingen met wie het minst te doen viel in de klas, waren degenen die mij later kwamen zeggen dat die verantwoordelijkheid het mooiste was wat ze hadden meegemaakt op school. Zo’n bevestiging ­ ik zie je, ik geloof je, doe maar ­ doet wonderen. Leerlingen zijn zoveel meer dan leerlingen: het zijn zóékende jonge mensen. Tijdens de schoolreis naar Londen merkte ik dat nog het meest.»

HUMO Die schoolreis was voor veel leerlingen vanzelfsprekend, niet voor Yamila.

Idrissi «Dat lag inancieel ook moeilijk. Hoe vaak liet ik geen schoolrekeningen in mijn boekentas ziten omdat ik ze thuis niet durfde af te geven. Bij elke nieuwe uitgave voelde ik mij schuldig: ik was de tweede van acht kinderen en nam een grote hap uit het gezinsbudget.»

Frooninckx «Het is bijna een vicieuze cirkel: ging je mee, dan kostte het handenvol geld, bleef je thuis, dan miste je wéér een stuk van dat nieuwe referentiekader.»

Idrissi «Bij elke nieuwe stap die ik zette, moest mijn familie ook bereid zijn om hun vertrouwde wereld verder open te gooien. Het had net zo goed tot een breuk kunnen komen. » Maar ik kan nu goed relativeren én ik heb geleerd hoe je mensen moet overtuigen. Ik heb mijn ouders vroeger vaak genoeg over de streep moeten trekken; in de politiek is die ervaring nu een troef. En ik weet dat iets wat op dit moment nog moeilijk ligt, straks misschien wel kan.»

Frooninckx «Wie alleen in het salon in een luwelen zetel heet gezeten, ontwikkelt geen sterke persoonlijkheid. No pain, no gain.»

DE NODIGE PIJN

HUMO: Yamila, je bracht uren lezend in de bibliotheek door om te begrijpen waar anderen het over hadden. Was dat enkel om die wereld te leren kennen of trok je je ook op aan wat je las?

Idrissi «Door te lezen of naar het theater te gaan, ontdekte ik dat ik niet alleen was. Ik herkende stukken van mezelf. Het raakte me en kon me ontzettend veel energie geven. Net omdat cultuur en literatuur zoveel voor iemand kunnen betekenen, zit ik ook in de Commissie Cultuur van het Vlaams Parlement. »En niet onbelangrijk voor mij: lezen kost weinig. Je gaat naar de bibliotheek, kiest een boek en creëert zonder veel moeite een andere wereld. Toen las ik om mijn nieuwe én mijn oude wereld te begrijpen. Er was zoveel chaos, al mijn zekerheden werden aan het wankelen gebracht en ik had geen enkel kompas. Dat vond ik in boeken.»

Frooninckx «Door te lezen kan je gratis rijk worden. Want je stapt niet alleen in een andere wereld, je komt er ook anders uit. Gelukkig kan je ook op straat sociaal intelligent worden, maar ik vond het toch belangrijk om mijn leerlingen boeken aan te reiken. Lezen vormt je identiteit, laat je toe om met nog meer brillen naar de wereld te kijken. Al is het natuurlijk geen garantie.»

HUMO: Nog een citaat. Dit stond als definitie van een goede leraar op de site van The New York Times: `He tells you about life: the challenges, the problems, the reason he arrives halfshaven. He turns Romeo and Juliet into a lesson on love, algebra into a philosophy discussion, and science into an art appreciation class.’

Idrissi «Dat doet me onmiddellijk denken aan onze ilosoische discussies over de grot van Plato.»

Frooninckx «In die tekst beschrijt Plato hoe je vanzelfsprekendheden moet durven achter te laten om je te ontwikkelen. Dat gebeurt niet zonder de nodige pijn, het kan een eenzaam proces zijn. En vaak kan je niet terugkeren naar de `naïeve’ situatie van voordien. Aan die tekst van hooguit anderhalve pagina hebben we acht lesuren besteed.»

Idrissi «Wel de beste acht uren. Die gingen over het leven. Als ik tot een nieuw inzicht kom, moet ik daar steevast aan terugdenken.»

Frooninckx «We hebben na Yamila’s schooltijd ook nog diepgaande gesprekken gehad. Zo’n band had ik ook met enkele andere leerlingen. Als ze volwassen worden, verandert de relatie ook. Leerlingen kunnen mijn meesters worden.»

HUMO: Laten we de vraag dan eens omkeren: wat hebt u van Yamila geleerd?

Frooninckx «De vechtlust, de drang om iemand te worden en de volharding. Maar ik heb ook van haar geleerd dat the sky the limit is. Zelfs al heb je even in `snit en naad’ gezeten, dan nog kan je ­ met het nodige talent en met wilskracht ­ ook advocaat worden. En ook: wat een geluk dat niet alles vastligt in systemen. Dat er ruimte is voor gelukkige ontmoetingen en accidents de parcours.»

Idrissi «Ik heb van jou het belang van empathie geleerd. Dat je veel dingen die op het eerste gezicht heel moeilijk of onmogelijk lijken, kan overbruggen door de tijd te nemen om te luisteren, het echte verhaal te leren kennen.»

HUMO: Als schooldirecteur kwam u enkele jaren geleden in de pers na rake klappen van de familie van een zwangere allochtone leerlinge; u had haar in bescherming genomen. Een conflict in een concentratieschool,dat u letterlijk gevoeld hebt. Welk advies kunt u met uw jarenlange positieve én negatieve ervaring aan leerkrachten geven?

Frooninckx «Dat angst een ongeloolijk slechte raadgever is. Een inspirerende leraar in een grootstedelijke context ­ wat voor scholen in heel Vlaanderen begint te gelden ­heet een open blik en durt zich kwetsbaar op te stellen. Die staat open voor wat vreemd is, maar bepaalt ook zijn eigen identiteit. Wie in een kleurrijke omgeving lesgeet, krijgt de kans om zijn identiteit op veel manieren te bevragen en zo te groeien. Dat is zeker niet altijd gemakkelijk, maar wel een enorme kans.»

HUMO U bent positief ingesteld. Dat is lang niet iedereen. Sommigen zouden u naïef noemen.

  Frooninckx «Ik pleit niet voor blind, naïef optimisme. Wat verkeerd loopt, moet je durven te benoemen. Je moet durven te zeggen dat je iets niet aanvaardt. Maar ik heb niet die veel voorkomende relex dat het niet meer goed komt, dat we onze identiteit aan het verliezen zijn. De angstrelex van de bange, blanke man is van alle tijden, en ook wel te begrijpen. Maar die leidt tot stilstand. Je moet vooruitkijken.»

Idrissi «Het komt neer op de keuze tussen verbindend of verdelend leiderschap. Dat is zo essentieel. Kijk naar Antwerpen en hoe de eenheid die Patrick Janssens had opgebouwd in enkele maanden tijd wordt verkwanseld. Alles wordt benoemd vanuit de verschillen. Niet alleen autochtoon versus allochtoon, maar ook economisch sterk versus economisch zwak, sterke kinderen versus zwakke kinderen. Alles wordt wij-zij.»

Frooninckx «Leiderschap vanuit verschillen is een leiderschap dat behoete heet aan vijandbeelden. Zo heb ik nooit willen werken. Als je verbindend werkt, werk je duurzamer. Een stad is gewoon een grote klas waar evengoed kinderen kunnen worden uitgesloten.»

Maak van de Grote Moskee een centrum van moderne islam

Omslag kanaal

De Morgen, Ma. 06 Mar. 2017, Pagina 15

DE ISLAM IN EEN SECULIERE STAAT Wordt het nog wat met de islam in de seculiere samenleving? Is de radicalisering onstuitbaar, of maken hervormers een kans? De Morgen geeft een stem aan ervaringsdeskundigen, mensen die moslim zijn of waren en die de druk van de radicale islam aan den lijve ondervinden. Een week lang leest u hun soms botsende antwoorden op de vraag hoe de islam te verzoenen valt met seculiere grondwaarden. Klinkt de moderne stem van de islam te stil in België? Yamila Idrissi, sp.a-volksvertegenwoordiger en moslima, wil er wat aan doen. ‘Maak van de Grote Moskee in Brussel een centrum voor rationele islam waar ook niet-moslims welkom zijn. We moeten vechten tegen de Google-imams.’

Ze kan Koranverzen reciteren, maar evengoed het Weesgegroet. Ze is een feministe maar houdt van moskeeën. Op vakantie in Marokko wil ze “weleens een hoofddoek dragen, want dat is mooi en praktisch”, maar als politica vraagt ze dat ons land eindelijk de erfpachtovereenkomst met Saudi-Arabië voor de Grote Moskee in de hoofdstad stopzet. Ze is, niet in de laatste plaats, een migrantendochter uit een bescheiden gezin met acht broers en zussen – die advocate en volksvertegenwoordiger werd.

“Tegen dat Weesgegroet heb ik me destijds wel verzet”, lacht Yamila Idrissi(48). “Ik was één jaar oud toen mijn ouders van Marokko naar België trokken en groeide op in een dubbele cultuur. Ik ging tijdens de week naar een katholieke school en in het weekend naar de moskee. Toen ik het Weesgegroet moest leren, zei ik: ‘Echt? Ik ben moslima.’ Maar het moest. Een beetje uit protest heb ik het dan maar met alternatieve klemtonen geleerd.”

Het is maar één voorbeeld van hoe Idrissi’s leven altijd al een dialoog geweest is tussen Marokko en België, tussen islam en christendom, tussen de religie en de seculiere rechtsstaat.

Grote gelijkenissen

Voor de buitenwereld lijkt die dialoog vandaag onmogelijk, voor Idrissi is hij vanzelfsprekend. “Op de schoolbanken al leerde ik dat islam en christendom dicht bij elkaar liggen. Wat je in de Koran leest, staat ook in het Oud Testament. Gabriel en Mozes. Maar ook met het Nieuwe Testament zijn er grote gelijkenissen. Maria en Jezus, die kennen moslims ook. Eigenlijk zouden we onze religieuze teksten moeten vergelijken om te zien hoe dicht we op dat vlak bij elkaar staan.”

Via de literatuur ook is het dat Idrissizich, als jonge vrouw, een weg naar buiten heeft gelezen. Ze is een grote fan van de Britse Pakistaan Hanif Kureishi, de Franse Libanees Amin Maalouf, de Nederlandse Connie Palmen en de Vlaming Hugo Claus. “De bibliotheek van Mechelen, waar ik opgroeide, heb ik zowat uitgelezen. Lezen stelt je in staat je eigen wereldbeeld te doorbreken, je te verplaatsen in de ander en te ontdekken dat er heel verschillende werelden en denkwijzen zijn.”

De radicalisering kent ze van dichtbij. Sinds de jaren 80 al zag ze de radicale islam jaar na jaar oprukken- net als de halfslachtige, vaak verkrampte reactie daarop.

Oudere opiniestukken en met fluostiften bewerkte documenten illustreren haar betoog. Maar nu is het momentum er om eindelijk wat te veranderen, meent ze.

Welk momentum? Je hoort amper hervormingsgezinde stemmen uit de moslimgemeenschap.

Yamila Idrissi: “Tel alle vernieuwers op en je komt best wel bij een grote groep mensen uit. Het is tijd om hen eindelijk een plaats te geven. Neem Rachid Benzine (een Frans-Marokkaanse islamoloog en boegbeeld van de liberale islam, LD/BDB). Die heb ik in 2013 al bewust naar hier gehaald. Daar is zijn Le coran expliqué aux Bruxellois uitgekomen. Rachid is een hedendaagse Spinoza voor de moslims. Op zijn lezingen zag je heel Brussel bij elkaar: bobo’s, moeders met en zonder hoofddoek, veel jongeren ook. Allemaal mensen die honger en dorst hadden naar kennis en inzicht.”

Zitten mensen zoals hij en u niet tussen twee vuren?

“We zitten niet tussen twee, maar tussen heel veel vuren. De vernieuwers zijn ook onderling verscheiden. Guerrilla-intellectueel Abdellah Taïa dropte, door zich te outen als homo, een bommetje in Marokko. De Algerijnse schrijver Kamel Daoud is iemand die zowel gedragen als uitgespuwd wordt. Maar ook de moefti van Bordeaux Tareq Oubrou, of bij ons, de Gentse imam Khalid Benhaddou, zijn op hun manier vernieuwers.

“Vernieuwing is altijd een kwestie van individuen die het voortouw nemen en zoekende mensen die die nieuwe stemmen wel als kompas gebruiken. Dat elan mogen we niet laten uitdoven. Doen we dat wel, dan ontnemen we een hele generatie, moslims en niet-moslims, perspectief en hoop”

Hoe concreet is die dynamiek al?

“Je ziet nog geen massa, wel individuen. Die moeten we absoluut de nodige omkadering bieden. Een plek waar ze elkaar beter vinden, moslims en niet-moslims, seculieren en gelovigen die bereid zijn samen een gemeenschap te vormen, gebaseerd op de humanistische waarden.

“Je zult die mensen niet samen krijgen in moskeeën, kerken of synagogen. Ze hebben plekken nodig waar je elkaar ontmoet wars van religieuze achtergrond. Klassen, bibliotheken, theaterzalen en noem maar op, kunnen de veilige plaatsen zijn waar dit heel complexe en wringende debat kan plaatsvinden.”

Jonge moslims interpreteren de Koran en zijn concepten, zoals de duivel en het paradijs, erg letterlijk. Hoe counter je dat?

“Ik heb als jong meisje ook massa’s verzen leren opdreunen. Maar op een gegeven moment moet je jongeren dus kritisch leren nadenken. Ze zouden zelf de vraag moeten kunnen stellen: ‘Waarom zou ik dit Koranvers buiten elke historische context moeten lezen?’ Dat is net waar de moderne islam kan helpen. We moeten hen die andere stemmen laten horen.

“En ja, dat kan pijn doen. Toen Benzine les begon te geven aan de universiteit waren er jongeren die huilend op hem afkwamen en zeiden: ‘Wat u daar vertelt, klopt niet met alles wat ik heb geleerd! U heeft mijn wereldbeeld aan diggelen geslagen!’ Maar wat moet, dat moet soms. De jongeren níét confronteren betekent hen opgeven.”

Jongeren confronteren betekent ook hen nieuw en ander materiaal aanreiken.

“We zijn daar erg hypocriet in. Nu pas komt Benzine uit in het Nederlands (Nour, waarom zag ik het niet aankomen?, uitgegeven bij Polis, LD/BDB). Als ik Averroes, de 12de-eeuwse islamitische jurist en vader van de vroege Verlichting wil lezen in het Nederlands, of de Marokkaanse feministe Fatima Mernissi, dan kan dat niet. Ik herinner me dat het Vlaams Fonds voor de Letteren ooit in zijn jaarverslag twee regeltjes over diversiteit had. Gelukkig is dat nu allemaal wat aan het veranderen.”

De VUB heeft nu, door uw toedoen, wel een leerstoel Fatima Mernissi, uw sociologische inspiratiebron.

“Toen ze vorig jaar stierf, heb ik aan een uitgeverij gevraagd: ‘Waar zijn haar boeken?’ Ze waren er niet. Terwijl dat de Arabische Simone de Beauvoir is, hé. We zeggen graag dat de democratische rechtsstaat en een moderne invulling van de islam heel belangrijk zijn. Maar als er dan referentiepunten komen, dan vind je hun werk niet in het Nederlands of Frans, zelfs niet aan de universiteit. Onze jongeren gaan dat echt niet in het Arabisch lezen, hoor.

“Als we dat materiaal niet aanbieden, dan verschroeien we onze eigen aarde en voeden we mee het probleem. VUB-rector Caroline Pauwels heeft dat heel goed begrepen. Plekken zoals die leerstoel, waar de kruisbestuiving kan ontstaan, zijn nu cruciaal.”

Wat kunnen jonge moslima’s leren van Mernissi?

“Haar werk gaat over vrijheid. Ze heeft geschreven over mannelijke dominantie in de islam. Ze grijpt naar de Koran om aan te tonen dat islam en feminisme erg compatibel zijn. Zo laat ze zien dat Khadija, de vrouw van de profeet die handel dreef, in hedendaagse termen een succesvolle onderneemster zou zijn. Ik zeg niet dat de visie van Mernissi de enige mogelijke is, wel dat ze een stevig houvast biedt voor de hedendaagse moslima.”

Wat zegt Mernissi over de hoofddoek?

“Dat het elke vrouw toekomt in vrijheid te beslissen wat ze draagt.”

De hoofddoek is een erg symbolische kwestie geworden. Hoe krijgen we die ontmijnd?

“Dé hoofddoek! Zo’n veralgemening! Net zoals dé moslim een veralgemening is. Er zijn vrouwen die hun hoofddoek dragen als tegenreactie. Om te provoceren. Er zijn er die het om religieuze redenen doen, er zijn er die het uit vrije wil doen en anderen bij wie het opgelegd is of die toegeven aan de druk. Zelf ga ik de hoofddoek niet verdedigen, maar laat die mensen toch vrij!”

Wat als een vrouw niet eens een theehuis binnen mag?

“Dan moet die vrouw al haar vriendinnen optrommelen en ’s anderendaags met heel die groep terugkeren. Zo krijg je de zaak in beweging. De dingen zijn ook niet zo statisch als ze lijken, niets is definitief. De documentaire van RTBf-journaliste Hadja Lahbib liet dat zien: veel vrouwen droegen geen hoofddoek, maar bijvoorbeeld wel een minirok toen ze in België arriveerden. Maar plots gingen ze zich helemaal bedekken omdat ze van predikanten in de Grote Moskee hoorden dat het zo moest. De invloed van Saudi-Arabië via die moskee is verschrikkelijk.”

Dat weten we onderhand wel. Wanneer wordt er wat aan gedaan?

“Het gaat te traag. De politiek heeft de dingen lange tijd op hun beloop gelaten. Vanuit dat pand, dat ons land in erfpacht aan de Saudi’s gaf, wordt veel geld gestopt in de wahabitische indoctrinatie, in conservatieve islamisering dus. Toen die deal werd gesloten, wisten we niet wat de gevolgen zouden zijn. Maar we weten het nu, en we weten het al een tijdje. We zien nu dat we die imams hier moeten opleiden. Sinds het OCAD het probleem aankaartte is de Grote Moskee natuurlijk wel een charmeoffensief begonnen en is er een nieuwe imam gekomen, nadat de vorige erg ver uit de bocht gegaan was tijdens het Vrijdaggebed.”

Kun je de strijd tegen de radicalisering nog wel politiek claimen als je de relaties met Saudi-Arabië niet grondig herbekijkt?

“Ja, dat móéten we dus doen. Sp.a heeft voorstellen gedaan om die geldstromen vanuit Saudi-Arabië droog te leggen. Maar die zitten nog altijd geblokkeerd, onder andere wegens de economische belangen. Dat is wraakroepend. Zo geef je zelf een hele groep jongeren op.

“Als het dan toch de hele tijd over verlichtingswaarden gaat, laat die dan ook primeren op de olie. Want je ziet het zo gebeuren: Saudi-Arabië zal beloven voortaan netjes mee te werken. Maar hoe geloofwaardig is dat van een land dat een blogger die gedichten post wil ophangen? En waar vrouwen opgepakt worden omdat ze autorijden? Waar zijn onze waarden dan? Onze houding is hypocriet, cynisch en pervers. Hiertegen moet keihard gereageerd worden, net zoals we keihard moeten ingaan tegen jihadisme en terreur.”

Idrissi haalt een studie van de OESO aan die het gevoel beschrijft waar zoveel jonge moslims in de EU aan ten prooi zijn, al zijn ze nog zo hoogopgeleid: dat ze er niet bij horen.

Er is een moslimbraindrain aan de gang van gediplomeerde jongeren, bevestigt ook Idrissi. Mensen die hier op een muur stoten en hun kansen liever in Dubai, Tanger of Istanbul wagen. Mensen die het gevoel hebben dat, hoe hard ze ook hun best doen, ze er nooit voor het volle pond bij zullen horen. “De Francken- of deportatiewet is er een schrijnend voorbeeld van.”

Dat komt onder meer, zegt ze, omdat we niet genoeg in hen geïnteresseerd zijn en hun referentiekader niet willen kennen. Wie heeft pakweg al van Layla en

Majnungehoord, de oudere, Perzische variant van Shakespeares Romeo and Julia?En weet iemand dat ook de Arabische wereld mensen heeft met de status van George Michael? Kan iemand volwaardig bestaan als de bijdrage van zijn of haar cultuur op geen enkel moment erkend wordt?

Intussen waarschuwde het federaal veiligheidsorgaan OCAD laatst dat onze moslims almaar radicaler worden.

“Het gevoel er niet bij te horen speelt daarbij heel sterk, zowel bij redelijk succesvolle hoogopgeleiden tot het crapuul van de straat en alles wat daartussen zit. Wat je vooral niet kunt ontkennen is dat het radicale verhaal, het kalifaat, een enorme aantrekkingskracht uitoefent, een soort utopie voorspiegelt op het moment dat het Europese verhaal uitgeput raakt. We moeten dus samen een nieuw discours schrijven. Dat zal ten gronde over de vraag moeten gaan: wie zijn wij als samenleving?”

Maar hoe gaan we religieuze conservatieven uitleggen dat aan de seculiere rechtsstaat niet geraakt mag worden?

“Wat is conservatief? Ik ben juriste.Ik bekijk de realiteit vanuit de democratische rechtsstaat en de basiswaarden die voor iedereen zouden moeten gelden. Dat is de handleiding. Mensen mógen sociaal conservatief zijn, hé. Laat ze, zolang ze de principes van de democratische rechtsstaat respecteren. Natuurlijk zijn veel moslims erg conservatief. Maar je kunt ze niet wegduwen. Je moet ze vertrouwen geven en hoop. Ook hen.”

Veel vernieuwers binnen de islam waarschuwen dat we te ver meegaan met de conservatieven.

“Er zijn krijtlijnen nodig. Veel mensen hebben angst, niet-moslims en moslims. Dus moeten we benoemen wat erover is, en beargumenteren waarom. Dat zal van ieder van ons iets vergen. Nog te vaak denken mensen: ‘Oei, we moeten ons aanpassen.’ Maar wat je vooral moet doen is binnen die heel complexe verscheidenheid toch een gemeenschappelijk verhaal schrijven, gebaseerd op de democratische rechtsstaat.”

Botst het ook tussen strenge moslims en gematigde moslims?

“Jazeker. Als iemand mij zegt: ‘Ik geef u geen hand’, dan clasht het. Als iemand mij zegt: ‘Jij bent een verkeerde moslim’, dan clasht het. Maar je moet de dingen blijven uitspreken.

“De grootste groep moslims zijn ook maar gewone mensen die dromen van een huisje, tuintje, gezin en een leuke job. Ze betalen netjes hun belastingen en hebben de toekomst van hun kinderen als belangrijkste ambitie. Ze blijven weg van het gewoel – en dat is perfect oké. Veel Vlamingen leven net zo.”

U klinkt hoopvol. Waar komt die hoop vandaan?

“De nieuwe avant-garde is er, er zijn mensen die het voortouw zullen nemen en de dingen door elkaar zullen schudden. Niet alleen binnen de islam, ook binnen de Europese Unie.

“Maar eerst zullen we nog zwarte sneeuw zien, helaas. Die hele internetcultuur met dat fake nieuws is erg gevaarlijk. Bij de verkiezingen in Nederland, Frankrijk of Duitsland kan er veel kapotgemaakt worden. Er is al de brexit, Hongarije steekt van alles uit. Het wordt moeilijk. Geef mij dan maar het Canada van Justin Trudeau. Ons systeem is geërodeerd.

Noem eens één concrete stap in de goede richting die haalbaar is op korte termijn.

“Vorm de Grote Moskee om tot een groot centrum voor de moderne islam in Europa. Daar zouden we al die nieuwe stemmen heen kunnen halen. Knappe koppen, toegankelijk voor iedereen. Dan moet je het natuurlijk nog eens raken over wat die moderne islam precies moet zijn. En ook dat zal botsen. Maar laat de discussie maar woelen. Geef de vernieuwing een kans. Ik ben er zeker van dat de common ground vrij snel gevonden kan worden.

“Ik ben niet naïef. Moslimjongeren zijn nu nog te vaak makkelijke prooien voor radicale stromingen binnen de islam, die heel toegankelijk zijn via het internet. Als wij geen stevig tegenwicht bieden voor de ‘Google-imams’, zal de erfpacht van de Grote Moskee opzeggen en de geldstromen vanuit Saudi-Arabië en andere Golfstaten afblokken, niet volstaan.

“Maar symbolen hebben hun belang. Er is iets kapot in Brussel. Maak van die Grote Moskee die nu problematisch is een positief medicijn. Het is nodig dat we beslissen om er een deel van de oplossing van te maken. Ik heb zelfs al een naam: de Grote Averroes Moskee van Brussel.”

‘De moslim bestaat niet.’ Bekijk de oproep van Yamila Idrissi online.

DeMorgen.be

LODE DELPUTTE EN BARBARA DEBUSSCHERE ■

 

Opiniestuk: Geef de Grote Moskee terug aan Brusselaars | Carte Blanche: Rendez La Grande Mosquée aux Bruxellois

(version française en-dessous)

De Standaard Za. 18 Mar. 2017, Pagina 44

642x999_62645382

De giftige ideeën van Saudische imams uit de Grote Moskee bedreigen moslims en niet-moslims. Yamila Idrissi trekt aan de alarmbel en stuurt aan op actie.

 

Ik moet 13 of 14 jaar geweest zijn, toen ik voor het eerst een schooluitstap maakte naar Brussel, de stad waarop ik later hopeloos verliefd zou worden. Onze boterhammen aten we op in het Jubelpark, waar een imposant gebouw boven de bomen torende: de Grote Moskee. Ik was de enige moslima van de klas en trots op dat prachtige gebouw. Na een rondleiding sprak de imam ons toe over de islam. Ik luisterde aandachtiger dan mijn klasgenootjes, omdat zijn woorden over mij gingen. Maar het gevoel van trots maakte snel plaats voor frustratie en verwarring. Uit zijn woorden bleek dat hij het niet zo nauw nam met de gelijkheid tussen mannen en vrouwen.

Iedereen keek verbaasd op dat uitgerekend ik frontaal in de tegenaanval ging. Wat hij beweerde, leek in de verste verte niet op de islam waarmee ik werd opgevoed. Binnen de kortste keren liep de discussie uit de hand en het besluit van de imam raakte me diep. ‘Hoe heet jij, meisje? Yamila? Wel Yamila, jij bent een slechte moslima!’ Bam. In amper 10 minuten tijd veranderde mijn trots in schaamte en boosheid om wat die wereldvreemde man uit Saudi-Arabië had verkondigd over mijn godsdienst.

Dat verhaal dateert uit midden jaren 80. Dat er anno 2017 helaas niets veranderd is, bewijst de wereldvreemde getuigenis van de directeur van de Grote Moskee in de commissie die de aanslagen van 22 maart onderzoekt. Jamal Saleh Momenah sprak er niet alleen uitsluitend Arabisch, hij weigerde ook een duidelijk antwoord te geven op zowat alle vragen (DS 16 maart). Aan zijn lichaamstaal te zien, gaf zijn diplomatieke onschendbaarheid hem vleugels. Om de strijd tegen radicalisering en de verspreiding van de radicale islam in ons land te winnen, zijn dialoog en ratio nodig. De moslimgemeenschap heeft ons nodig om zich van dat gif te bevrijden en wij hebben, in tegenstelling tot wat velen denken, de moslimgemeenschap nodig om ons absolute recht op veiligheid weer onvoorwaardelijk te maken.

Centrum voor hedendaagse islam

De getuigenis van Momenah torpedeert die dialoog en bewijst eens te meer hoe scheef het zit binnen de witte muren van de Grote Moskee. Ze toont ook de noodzaak aan een Centrum voor de Europese Islam: een uitvalsbasis voor de ontwikkeling van een hedendaagse islam, waardoor jongeren die worstelen met hun identiteit, niet langer weerloos staan tegenover radicale stromingen. Waar ze verplicht worden om na te denken, en kunnen luisteren naar andere stemmen dan Google-imams en Saudi’s die hun gif blijven spuien in onze samenleving.

Zo’n centrum heeft zijn plaats in de hoofdstad van Europa. Het hoeft zelfs niet gebouwd te worden, de Grote Moskee staat er al. Maar de Belgische regering heeft er sinds 1969 geen zeggenschap over. In het teken van een voorspoedige handelsrelatie kreeg Saudi-Arabië het gebouw in erfpacht voor 99 jaar, waardoor het een geprivilegieerde status kreeg. Sinds de jaren 70 financiert het Saudische koningshuis een ultra-orthodoxe interpretatie van de islam – het wahabisme – en leidt het imams op, die het verspreiden.

De gevolgen dragen we nu dubbel en dik, zo blijkt uit documenten die ­Wikileaks verspreidde. In 2012 zetten Belgische autoriteiten de Saudi’s onder druk om een imam weg te halen uit de Grote Moskee. De man predikte ‘te radicaal en was ideologisch gevaarlijk door de invloed die hij had op gelovigen’. Dat is maar één voorbeeld. Een open en moderne kijk op de islam is nodig, zodat moslimjongeren zichzelf kunnen emanciperen en sterker staan. Alle schakels die dat proces in de weg staan, moeten we bannen. Veiligheid is niet iets wat je mondjesmaat onderhandelt.

Voedingsbodem uitroeien

Als je weet dat Brussel een van de Europese steden met de grootste moslimaanwezigheid is, als je weet dat van de Brusselaars met een islamitische achtergrond ongeveer de helft – 125.000 mensen – praktiserend en actief is binnen religieuze verenigingen, als je weet dat alleen voetbal een grotere mobiliserende kracht heeft dan islam in onze hoofdstad, dan kun je niet langer risico’s veroorloven die op termijn mogelijk mensenlevens eisen. Als het de regering menens is om de strijd tegen radicalisering te winnen, dan heeft ze hier alvast een uitgelezen kans om een eerste voedingsbodem uit te roeien. De Belgische regering heeft geen enkele reden om de erfpacht met Saudi-Arabië niet op te zeggen. Je kunt niet de ene hand loslaten en de andere vasthouden. In de studio van Terzake verdedigde Koen Geens (CD&V) het getalm van zijn regering: ‘Een kleine staat als België alleen, dat is een druppel op een hete plaat.’ Dit gaat niet om een druppel, minister Geens, dit gaat om de toekomst van onze samenleving.

Yamila Idrissi ■

Le Soir  le 20/03/2017 à 15:06

642x999_62645382

Les idées toxiques des imams saoudiens de la Grande Mosquée menacent les musulmans et les non-musulmans. Yamila Idrissi tire la sonnette d’alarme et incite à l’action.

 

Je devais avoir 13 ou 14 ans, lorsque j’ai fait ma première excursion scolaire à Bruxelles, la ville dont je tomberai, plus tard, éperdument amoureuse. Nous avons mangé nos tartines dans le Parc du Cinquantenaire, où un imposant bâtiment dépassait de la cime des arbres : la Grande Mosquée. J’étais la seule musulmane de la classe et j’étais fière de ce magnifique bâtiment. Après une visite guidée, l’imam nous a parlé de l’Islam. J’écoutais de manière plus attentive que mes camarades de classe, car ses mots portaient sur moi. Mais le sentiment de fierté a rapidement fait place à la frustration et à la confusion. Ses paroles montraient qu’il n’était pas très porté sur l’égalité entre les hommes et les femmes.

Tout le monde s’étonna que je l’attaque de manière frontale. Ce qu’il affirmait, était bien loin de l’Islam dans lequel j’avais grandi. Très vite, la discussion dérapa et la conclusion de l’Imam me toucha profondément. «  Comment t’appelles-tu, petite fille ? Yamila ? Eh bien, Yamila, tu es une mauvaise musulmane !  » Bam ! En à peine 10 minutes, ma fierté se transformait en honte et en colère sur ce que cet homme étranger au monde d’Arabie Saoudite avait proclamé sur ma religion.

Un dialogue torpillé

Cette histoire remonte au milieu des années 80. Qu’en 2017, rien n’ait malheureusement changé, est prouvé par le témoignage éloigné de la réalité du directeur de la Grande Mosquée lors de la commission qui enquête sur les attentats du 22 mars. Non seulement Jamal Saleh Momenah a parlé exclusivement arabe, mais il a également refusé de donner une réponse claire à la quasi-totalité de toutes les questions (DS du 16 mars). À en juger par son langage corporel, son immunité diplomatique lui a donné des ailes. Pour remporter la lutte contre la radicalisation et la diffusion de l’Islam radical dans notre pays, le dialogue et la raison sont nécessaires. La communauté musulmane a besoin de nous pour se libérer de ce venin et nous avons, contrairement à ce que beaucoup pensent, besoin de la communauté musulmane pour rendre à nouveau inconditionnel notre droit absolu à la sécurité.

Plaidoyer pour un centre pour l’Islam contemporain

Le témoignage de Momenah torpille ce dialogue et prouve une fois de plus comment les choses sont tordues dans les murs blancs de la Grande Mosquée. Il démontre aussi la nécessité d’un Centre pour l’Islam européen : une base pour le développement d’un Islam contemporain, par lequel les jeunes qui luttent avec leur identité, ne soient plus désarmés face aux courants radicaux. Où ils sont contraints de réfléchir et peuvent écouter d’autres voix que celles des imams Google et saoudiens qui continuent de répandre leur venin dans notre société.

Un tel centre a sa place dans la capitale de l’Europe. Il n’y a même pas lieu de le construire, puisque la Grande Mosquée est déjà là. Mais le gouvernement belge n’a plus son mot à dire depuis 1969. Sous le signe d’une relation commerciale prospère, l’Arabie Saoudite a reçu le bâtiment en emphytéose pour 99 ans, ce qui fait qu’il a bénéficié d’un statut privilégié. Depuis les années 70, la maison royale saoudienne finance une interprétation ultra-orthodoxe de l’Islam – le Wahabbisme – et forme les imams, qui la diffusent.

Nous en subissons, à présent, largement les conséquences, c’est ce qui ressort des documents diffusés par WikiLeaks. En 2012, les autorités belges ont mis les Saoudiens sous pression pour retirer un imam de la Grande Mosquée. L’homme prêchait «  de manière trop radiale et était idéologiquement dangereux par l’influence qu’il exerçait sur les fidèles  ». Et ce n’est qu’un exemple parmi tant d’autres. Un regard ouvert et moderne sur l’Islam est nécessaire, afin que les jeunes musulmans puissent s’émanciper et soient plus forts. Nous devons bannir tous les maillons qui empêchent ce processus. La sécurité n’est pas quelque chose qui se négocie au compte-gouttes.

Eradiquer le terreau nourricier

Lorsqu’on sait que Bruxelles est l’une des villes européennes où il y a le plus grand nombre de musulmans, lorsqu’on sait que sur le nombre de Bruxellois d’origine islamique, environ la moitié – 125.000 personnes – sont pratiquants et actifs dans les associations religieuses, lorsqu’on sait que seul le football a une plus grande force mobilisatrice que l’Islam dans notre capitale, on ne peut plus se permettre aucun risque qui, à terme, pourrait coûter des vies humaines. Si le Gouvernement a sérieusement l’intention de remporter la lutte contre la radicalisation, il a d’ores et déjà une opportunité d’éradiquer un premier terreau nourricier. Le gouvernement belge n’a aucune raison de ne pas résilier l’emphytéose avec l’Arabie Saoudite. On ne peut pas lâcher une main et tenir l’autre. Dans le studio de l’émission Terzake, Koen Geens (CD&V) a défendu la procrastination de son Gouvernement : «  Un petit État comme la Belgique, c’est une goutte dans la mer.  » Ce n’est pas une goutte, Monsieur le Ministre, il s’agit de l’avenir de notre société.

Yamila Idrissi ■

 

 

 

#22maart | #22mars

(version française en-dessous)

De Morgen – 22 maart 2017

17342988_10154697268119335_1369422601516602900_n

Vandaag is het 22 maart 2017. Een jaar geleden sloeg de gruwel in haar meest hallucinante vorm toe in Brussel en Zaventem. Onbevattelijke emoties raasden door mijn lijf en ik vond de woorden niet om ze te benoemen. Hoe geef je woorden als je weet dat Brussel in brand staat en je geliefde stad verandert in een warzone? Hoe geef je woorden als de barbaarsheid aan de voordeur staat? Samen met de Brusselaars werd ik toen keihard en ondubbelzinnig met de kwetsbaarheid van het leven geconfronteerd.

Deze Brusselse tragedie in haar meest essentiële en existentiële vorm is nog steeds moeilijk te vatten. Maar wat mij troost is dat ook bij deze gruwel ‘grootse’ mensen opstaan die alle recht hebben om te haten, maar ervoor kiezen om dat niet te doen. De Marokkaanse Belg Mohamed El Bachiri uit Molenbeek verloor de liefde van zijn leven bij de explosie in het metrostation Maalbeek, net als Kristin Verellen. Gruwel maakt geen onderscheid in kleur, religie of ras. Hun verdriet is onmetelijk, maar ze blijven overeind dankzij de liefde en hun geloof in de mensheid.

De taak waar we vandaag voor staan vergt lef, wijsheid en een open geest. Initiatieven als de wijkacademie in Molenbeek stemmen me hoopvol. Dit project werd uit de grond gestampt door mama’s met verschillende achtergronden die elkaar niet kenden, maar die wel dezelfde traumatische ervaringen deelden, veroorzaakt door het heetgebakerde machtsvertoon en de schreeuwerige huiszoekingen die ze vorig jaar vanop de eerste rij meemaakten. In plaats van te wanhopen besloten ze om de handen in mekaar te slaan, bruggen te bouwen en de dialoog met de Molenbekenaars aan te gaan. Zo tonen ze ons hoe het nieuwe samenleven vorm krijgt.

Maar vandaag hul ik mij opnieuw in stilte. Vandaag denk ik aan de slachtoffers en hun naasten, en sta ik stil bij de wonden die zijn geslagen, maar ook bij de hoopvolle woorden van Kristin Verellen: ‘Een menselijk leven draait om de as van liefde, liefde die licht en schaduw verenigt. Dat is waar het begint, en dat is waar het eindigt.’ En dat geldt ook voor de Brusselaars.

17342988_10154697268119335_1369422601516602900_n

Aujourd’hui, nous sommes le 22 mars 2017. Il y a un an, l’horreur sous sa forme la plus hallucinante frappait Bruxelles et Zaventem. Des émotions inconcevables ont envahi mon corps et je ne trouvais pas les mots pour les décrire. Comment en parler lorsqu’on sait que Bruxelles est à feu et à sang et que votre ville adorée s’est transformée en zone de guerre ? Comment parler de la barbarie qui est à nos portes ? Avec les Bruxellois, j’ai été à l’époque confrontée durement et sans ambiguïté à la fragilité de la vie.

Il est encore toujours difficile de saisir cette tragédie bruxelloise dans sa forme la plus essentielle et existentielle. Mais ce qui me réconforte, c’est que de ces atrocités se lèvent des personnes « grandioses » qui ont tous les droits d’haïr, mais qui ont choisi de ne pas le faire. Le Belgo-marocain, Mohamed El Bachiri, de Molenbeek, a perdu l’amour de sa vie lors de l’explosion dans la station de métro Maelbeek, tout comme Kristin Verellen. L’horreur ne fait aucune distinction de couleur de peau, de religion ou de race. Leur tristesse est incommensurable, mais ils restent debout grâce à l’amour et à leur croyance en l’humanité.

La tâche que nous devons relever aujourd’hui exige de l’audace, de la sagesse et une ouverture d’esprit. Des initiatives comme celles de l’académie de quartier à Molenbeek me remplissent d’espoir. Ce projet sorti de terre par des mamans d’origines différentes qui ne se connaissaient pas, mais qui partageaient les mêmes expériences traumatisantes, provoquées par l’étalage de puissance et les perquisitions tapageuses qu’elles ont vécues aux premières loges l’an dernier. Au lieu de sombrer dans le désespoir, elles ont décidé d’unir leurs forces, de jeter des ponts et d’entamer le dialogue avec les Molenbeekois. Elles nous montrent ainsi comme la nouvelle société prend forme.

Mais aujourd’hui, je me plonge à nouveau dans le silence. Aujourd’hui, je pense aux victimes et à leurs proches, et je m’arrête sur les blessures de ces attentats, mais aussi sur les paroles pleines d’espoir de Kristin Verellen : « Une vie humaine tourne autour de l’amour, l’amour qui unit la lumière et l’obscurité. C’est là que cela commence et c’est là que cela se finit. » Et cela vaut également pour les Bruxellois.

 

Boekvoorstelling – Nour, waarom zag ik het niet aankomen? – van Rachid Benzine

(version française en-dessous)

dsc_2029

Aandachtig aan het luisteren met Harold Polis, Béatrice Delvaux en Rachid Benzine naar de eloge van Stefan Hertmans

Er zijn zo van die avonden die magisch zijn. De lancering van het boek “Nour, waarom zag ik het niet aankomen?” van Rachid Benzine in de KVS was zo een avond. Lees hieronder de inleiding die ik gaf op deze mooie avond.

Goedenavond.

Vandaag is het 22 februari. En over een maand is het 22 maart, de dag dat Brussel werd opgeschrikt door gruwelijke aanslagen een jaar geleden. Van symboliek gesproken. Op die bewuste 22 maart 2016 vroeg een krant of ik woorden kon geven aan deze gebeurtenissen. Ik vond ze niet. Hoe geef je woorden aan de gruwel? Hoe geef je woorden als je weet dat er al meer dan dertig doden zijn geteld in jouw stad en dat mensen op hetzelfde moment aan het vechten zijn voor hun leven? Hoe geef je woorden als de barbaarsheid aan de voordeur staat? Hoe geef je woorden als je weet dat Brussel in brand staat en je geliefde stad verandert in een warzone? Ik heb toen veel woorden gebruikt om te zeggen dat ik die dag geen woorden had.

Ook Rachid Benzine vond de woorden niet, vlak na de aanslagen in Parijs. Hij werd gepijnigd door bittere vragen: Waarom besluiten jongeren, of ze nu man zijn of vrouw, gestudeerd hebben of niet, om aanslagen te plegen? Om naar een land in oorlog te trekken en te moorden in naam van God? En ook: Waarom heeft hij, Rachid, het niet zien aankomen? Hij had ook vragen over de zin van zijn werk: Waartoe dient mijn werk? Is de kritische geest die ik verdedig een tweesnijdend zwaard? Het leek wel alsof hij zich verantwoordelijk voelde voor het falen van deze jongeren. Alsof hij niet genoeg zijn best had gedaan.

Uit deze innerlijke verscheurdheid werd het boek Nour, waarom zag ik het niet aankomen? geboren. Hij vond woorden om zijn innerlijke strijd te benoemen. Bij elke gruwel staan er mensen op die ons de weg wijzen, mensen die worstelen, spartelen en bovenkomen, en uiteindelijk kiezen om deze existentiële strijd te delen met de wereld, zoals hier vandaag met ons in de KVS. Daar gaat het boek over: over een intellectuele vader, een vrome moslim, die zijn dochter waar hij zielsveel van houdt en aan wie hij het kritische denken met de paplepel heeft meegegeven, ziet vertrekken naar het kalifaat. Waar heeft hij gefaald? Waarom zag hij het niet aankomen?

Ik verdenk Rachid ervan, mocht hij een dochter hebben, dat hij haar Nour zou hebben genoemd. ‘Nour’ betekent ‘licht van de maan’. In de Koran wordt de hel geassocieerd met de zon omdat ze alles kan verdorren, terwijl het licht van de maan ons gidst door het obscure. Zo leidt dit boek ons ook door het donkere en het obscure.

Meer dan twaalf jaar geleden had ik een vurige discussie met Rachid, net voor zijn lezing op het filosofiefestival in Flagey. Ik moet eerlijk toegeven, ik vertrouwde het niet helemaal. Ik vond namelijk dat zijn taalgebruik te moeilijk was voor jongeren. En ik had een trucje bedacht: ik ontpopte mij tot Fatma, de hangjongere uit Molenbeek, en ik vroeg hem in hangjongerentaal: “Leg mij jouw denken uit zodat Fatma en Mohammed het ook zouden begrijpen.” Het werd een moeilijk en lastig gesprek. Ik werd meer en meer Yamila de hangjongere, en jij werd meer en meer filosoof. We geraakten er die dag niet uit.

Vandaag geef ik grif toe dat je die stem naar de jongeren toe hebt gevonden. Je hebt die gevonden door de taal van de emotie te gebruiken. Je bent niet betuttelend, noch schofferend. Je bent vurig, maar niet verschroeiend. Je haalt uit maar kwetst niet. Je bent een denker met een hoog rock-’n-rollgehalte, een gelauwerd ex-kickboxer, een ketje uit de banlieues van Parijs die zich heeft opgewerkt tot een guerrilla-intellectueel. Ik heb al een paar keren lachend tegen Rachid gezegd: “Je hebt alles in jou om de Spinoza van de islam te worden”. Dan kijkt hij me aan met opgetrokken wenkbrauwen, alsof hij het zelf niet gelooft.

“Hoe kan je met zo’n innerlijke verscheurdheid leven? De passie die mijn beroep is geworden, bestaat erin steen voor steen de gebouwen af te breken van een geloof en een dogma die mettertijd mythische proporties hebben aangenomen, en nu werden datzelfde dogma en datzelfde geloof met zoveel arrogante kracht en koude haat naar me terug geslingerd dat ze alles op het spel zetten: mijn inzichten net zo goed als mijn hele persoonlijkheid.” Het zijn jouw woorden, maar het zouden evengoed die van Spinoza kunnen zijn.

“De mooiste daad die een mens kan stellen, is te leren begrijpen, want als je zaken kan begrijpen, dan ben je vrij”. Woorden van Spinoza die perfect van toepassing zijn op jouw boek Nour, waarom zag ik het niet aankomen?. Net omdat het ons in staat stelt te begrijpen én te voelen. En daarom is het boek ook een genereuze daad.

Als Brusselaars proberen we te begrijpen. We hebben honger en dorst naar een kader en willen ook gerustgesteld worden. We moeten de handen in elkaar slaan, onszelf en anderen geruststellen, luisteren, grenzen bepalen, bruggen bouwen en de boel bij elkaar houden. Dat is de taak waar we vandaag voor staan, dat is ook de taak die Rachid op zich neemt. Als intellectuele veelvraat, schrijver, professor, filosoof en regisseur. Hij schrijft theaterstukken, deconstrueert de Koran, past de hermeneutiek toe en ontdekt meer en meer de kracht van cultuur in het verbinden van mensen.

“Vandaag wil ik deze harde wereld geven wat zo uitzonderlijk is geworden: momenten van pure liefde.” Een citaat van choreografe Pina Bausch dat Rachid onlangs aanhaalde om aan te geven waarom hij doet wat hij doet. En opnieuw denk ik: zijn werk is een daad van generositeit. Zijn boek dat hier vandaag voorgesteld wordt, is ook een daad van generositeit.

Dames en heren, ik nodig u van harte uit om te genieten van de boekvoorstelling. En dan geef ik graag het woord aan Stefan Hertmans.

yam

Bonsoir,

Nous sommes le 22 février. Et dans un mois, nous serons le 22 mars, le jour où Bruxelles a été touchée par d’horribles attentats, il y a un an. En parlant de symbolique. Ce 22 mars 2016, un journal m’a demandé si je pouvais poser des mots sur ces événements. Les mots me manquaient. Comment mettre des mots sur l’atrocité ? Comment lorsqu’on sait que l’on compte déjà plus de trente morts dans sa ville, et que des personnes luttent pour leur vie au même moment ? Comment parler de la barbarie qui est à nos portes ? Comment en parler lorsqu’on sait que Bruxelles est à feu et à sang et que votre ville adorée s’est transformée en zone de guerre ? À l’époque, j’ai utilisé beaucoup de mots pour dire que je n’en trouvais pas ce jour-là.

Rachid Benzine n’a pas trouvé les mots non plus, juste après les attentats à Paris. Il a été peiné par des questions amères : Pourquoi des jeunes, qu’il s’agisse d’hommes ou de femmes, érudits ou non, décident-ils de commettre des attentats ? De se rendre dans un pays en guerre et de tuer au nom de Dieu ? Et aussi : Pourquoi Rachid n’a-t-il rien vu venir ? Il avait également des questions sur le sens de son travail : À quoi sert mon travail ? L’esprit critique que je défends constitue-t-il une arme à double tranchant ? C’était comme s’il se sentait responsable de l’échec de ces jeunes. Comme s’il n’avait pas fait de son mieux.

C’est de cette déchirure intérieure qu’est né l’ouvrage : Nour, pourquoi n’ai-je rien vu venir ?. Il a trouvé des mots à poser sur sa lutte intérieure. Dans toute atrocité, il y a des personnes pour nous montrer le chemin, des personnes qui luttent, se débattent et émergent, et finalement choisissent de partager cette lutte existentielle avec le monde, comme c’est le cas aujourd’hui avec nous au KVS. C’est ce dont traite l’ouvrage : d’un père intellectuel, un musulman pieux, qui voit sa fille, à laquelle il tient éperdument et à qui il a transmis la pensée critique, partir pour le califat. Où se situe son échec ? Pourquoi n’a-t-il rien vu venir ?

Je soupçonne que si Rachid avait eu une fille, il l’aurait appelée Nour. « Nour » signifie « lumière de la lune ». Dans le Coran, l’enfer est associé au soleil qui peut tout flétrir, tandis que la lumière de la lune nous guide dans l’obscurité. Ainsi, ce livre nous guide également dans le sombre et l’obscure.

Il y a plus de douze ans, j’ai eu une discussion animée avec Rachid, juste avant sa conférence au festival de philosophie à Flagey. Mais honnêtement, je n’avais pas pleinement confiance. Je trouvais, en fait, que son langage était trop difficile pour les jeunes. Et j’avais imaginé un truc : je me suis transformée en Fatma, la fille des rues de Molenbeek, et je lui ai demandé en langage de jeunes. « Explique-moi ta pensée, afin que Fatma et Mohammed puissent également le comprendre. » Ce fut un dialogue ardu et difficile. Je devins de plus en plus Yamila, la filles des rues, et toi de plus en plus le philosophe. Ce jour-là, nous ne nous en sommes pas sortis.

Aujourd’hui, je concède que tu as trouvé comment t’adresser aux jeunes. Tu as trouvée ta voix en utilisant le langage de l’émotion. Tu n’es ni condescendant, ni offensant. Tu es ardent mais pas torride. Tu démontres mais ne blesses pas. Tu es un penseur très rock ’n roll, un distingué ex-kickboxer, un jeune des banlieues de Paris qui s’est développé en intellectuel de guérilla. Je l’ai déjà dit plusieurs fois à Rachid en rigolant : « Tu as tout en toi pour devenir le Spinoza de l’Islam ». Ensuite, il m’a regardé avec les sourcils écarquillés, comme s’il n’en croyait pas ses oreilles.

« Comment peux-tu vivre avec une telle déchirure intérieure ? La passion qui est devenue mon métier, consiste à démolir pierre par pierre les édifices d’une croyance et d’un dogme qui a pris des proportions mythiques au fil du temps, et à présent, ce même dogme et cette même croyance me retombent dessus avec tant d’arrogance et de haine froide, qu’ils remettent tout en question : tant mon point de vue que l’ensemble de ma personnalité. » Ce sont tes mots, mais cela aurait pu, tout aussi bien, être ceux de Spinoza.

« Le plus bel acte qu’un être humain puisse poser est d’apprendre à comprendre, car lorsque vous comprenez les choses, vous êtes libre ». Des mots de Spinoza qui s’appliquent parfaitement à ton livre : Nour, pourquoi n’ai-je rien vu venir ?. Précisément, parce que cela nous permet de comprendre et de sentir. C’est pourquoi ce livre est également un acte généreux.

En tant que Bruxellois, nous essayons de comprendre. Nous avons soif et faim d’un cadre et voulons également être rassurés. Nous devons unir nos forces, nous rassurer et rassurer les autres, écouter, fixer des limites, jeter des ponts et garder l’unité. C’est la tâche que nous devons relever, c’est également la tâche que relève Rachid. En tant que glouton intellectuel, écrivain, professeur, philosophe et régisseur. Il écrit des pièces de théâtre, déconstruit le Coran, applique l’herméneutique et découvre de plus en plus la force de la culture qui lie les personnes.

« Aujourd’hui, je veux donner à ce monde dur, ce qui est devenu si exceptionnel : des moments d’amour pur. » Une citation de la chorégraphe Pina Bausch que Rachid a récemment reprise pour démontrer pourquoi il fait ce qu’il fait. Et je pense à nouveau : son travail est un acte de générosité. Son livre qui vous est présenté aujourd’hui, est également un acte de générosité.

Mesdames et messieurs, je vous invite chaleureusement à profiter de cette présentation de livre. Et j’ai le plaisir de céder la parole à Stefan Hertmans.

Er zit een changemaker in ieder van jullie | Il y a un initiateur de changement en chacun d’entre vous

(version française en-dessous)

mohamed-el-bachiri-speech

 

Gefeliciteerd. Vandaag beginnen jullie aan een nieuw hoofdstuk. Spannend! Een witte bladzijde die jullie zélf gaan invullen door de keuzes die jullie zullen maken. Sommigen worden leiders, anderen liever niet. En dat is ook goed. Maar iederéén kan het verschil maken, en dus ook jullie.

Ik ging jullie vandaag vijf tips meegeven, maar daar ben ik van afgestapt. Het voelde wat ongemakkelijk om tips mee te geven als ondertussen de wereld in brand staat. Istanboel werd vorige week geteisterd door aanslagen, net als Parijs, Ankara, Nice en Beiroet eerder dit jaar. Ook Brussel bleef niet gespaard op 22 maart. Deze week konden we live en in real time volgen hoe mensen in Oost-Aleppo hun laatste smeekbedes de wereld instuurden. Ze schreeuwden het uit: “Ik besta, ik ben hier en ik wil leven. Help mij.” En we stonden erbij en keken ernaar.

 Maar wat wil ik dan wel meegeven? Ik wil vandaag verhalen vertellen over mensen die ons de weg wijzen op cruciale momenten en tonen dat we altijd een keuze hebben, en die moeten maken. Mensen die door wat hen is aangedaan alle recht hebben om te haten, maar ervoor kiezen om dat niet te doen. Mensen die ‘mentale’ changemakers. Antoine Leiris is zo iemand. Deze Franse journalist verloor zijn vrouw bij de aanslagen in Parijs en diende de terroristen van repliek: “Mijn haat krijgen jullie niet”.

Maar ook dichter bij huis laten mensen van zich horen, zoals Mohamed El Bachiri: een Marokkaanse Belg, moslim en Molenbekenaar. Door zijn naam, geloof, en het droeve imago van zijn gemeente beschouwt de helft van de wereld hem als een terrorist. Maar hij is ook de man van Loubna Lafquiri, de moeder van zijn kinderen die tijdens de aanslagen in Brussel om het leven kwam. Zijn verdriet is onmetelijk, maar hij blijft overeind dankzij de liefde en door zijn geloof in de mensheid. Wat Mohamed El Bachiri ons vooral leert, is dat zijn stem een rol speelt. Ondanks alle ellende staat hij op en vertelt hij zijn verhaal. Hij had de keuze om te haten, maar hij koos ervoor om lief te hebben. Ook jullie hebben die keuze, net zoals jullie stem ook meetelt. Iederéén kan het verschil maken, ook jullie. Dus sta op en laat van jullie horen!

Als politica probeer ik met veel schroom en nederigheid te luisteren naar wat dit tijdsgewricht ons probeert te zeggen. Soms weet ik het ook niet. Iets niet weten is eerder een sterkte dan een zwakte. As ik het niet weet, dan duik ik in mijn boeken. Zo kwam ik uit bij het boek van de Frans-Libanese schrijver Amin Maalouf, De ontregeling van de wereld. We zijn de 21e eeuw binnengegaan zonder kompas, zegt hij. De wereld is ontregeld – financieel, economisch, klimatologisch, maar ook ethisch en moreel –, en het lijkt wel of die ontregelingen vandaag allemaal samenkomen.

De wereld is te complex is geworden voor één simpel antwoord. Maar een eerste stap richting oplossing is durven denken met een andere bril op. Dat vergt lef, wijsheid, en een open geest. We moeten de handen in mekaar slaan, onszelf en anderen geruststellen, luisteren, grenzen bepalen, bruggen bouwen en de boel bij elkaar houden. Dat is de taak waar we vandaag voor staan, dat is ook de taak waar jullie voor staan. Er zit een changemaker in elk van jullie. Iederéén kan het verschil maken, ook jij.

Ik zie sommigen onder jullie al verbaasd kijken: “Moeten wíj de wereld gaan redden?” Ja! Jullie zijn aan zet. En er zijn al mensen jullie voorgegaan. Denk maar aan Khadija Hamouchi uit Molenbeek. Zij ontwierp een app die jongeren voorbereidt op de arbeidsmarkt in Noord-Afrika en het Midden-Oosten. Haar visionaire idee werd opgepikt door Silicon Valley en rijgt internationale prijzen aan elkaar. Van Molenbeek naar Silicon Valley, il faut le faire. 26  jaar oud, dames en heren. Of neem nu Boyan Slat, de Nederlandse jongeman die onze oceanen wil redden via een installatie die het drijvend afval uit de oceanen verzamelt. Hij is 22 jaar.

Opnieuw zie ik jullie denken: “Moeten wij dan ook dingen gaan uitvinden om iets te betekenen?” “Is dat dan de maatstaf of het referentiepunt?” “Maken we enkel op die manier een verschil?” Neen. The next big thing are a lot of small things by a lot of small people, daar ben ik van overtuigd.

En dat begint bij keuzes die je elke dag maakt. Hou de deur eens open voor je bejaarde buurvrouw. Zeg eens “goeiendag” tegen de Jef of Mohamed van achter de hoek. Schenk wat weg aan een hulporganisatie. Op elk moment van de dag kies je ervoor om een verschil te maken. Grijp je kans en doe er iets mee, want dit is jouw tijd om op te staan, erin te duiken en een impact te maken.

Jullie worden de ‘Millennials’ genoemd. Er wordt gezegd dat jullie generatie narcistisch en verwend zou zijn. Maar ik zie een groep jongeren die in het Verenigd Koninkrijk tégen de brexit heeft gestemd. Mochten de jongeren aan zet zijn, dan zou het Verenigd Koninkrijk vandaag nog bij de Europese Unie horen. Er wordt gezegd dat jullie ongeduldig en verslaafd zijn aan tablets en smartphones. Maar ik zie een generatie die in de Verenigde Staten de straat op trekt om te demonstreren tégen Donald Trump. Er wordt gezegd dat jullie egoïstisch en lui zouden zijn. Maar ik kan jullie garanderen dat mijn medewerkster in het Vlaams Parlement, die hier vandaag ook als pas-afgestudeerde VUB-er in de zaal zit, helemaal niet egoïstisch of lui is, maar juist ijverig, hulpvaardig en toegewijd. Wat er ook wordt gezegd over jullie, ik zie een generatie voor mij die kritisch durft nadenken, vrij van vooroordelen en dogma’s, een generatie die hoop uitstraalt.

Er wordt ook gezegd dat Millennials geen echte vriendschappen meer zouden durven sluiten en eenzaam zijn. Misschien kennen jullie dat gevoel wel, het unheimliche gevoel om nergens bij te horen? Om je niet verbonden te voelen? Uit cijfers van de OESO blijkt dat België slecht scoort inzake the sense of belonging bij jongeren, het gevoel nergens thuis te horen. Nochtans is dit gevoel een belangrijke menselijke behoefte. Het geeft waarde aan het leven en het bepaalt in sterke mate de betrokkenheid bij de samenleving. Dat geldt voor alle jongeren, misschien ook voor vele jongeren hier in de zaal, en nog meer voor jongeren met een migratie-achtergrond. Sommigen hebben zelfs het gevoel uitgespuwd te worden door de Belgische samenleving. Hoe is dat toch mogelijk?

Is het omdat we elkaar niet kennen? Is het omdat we elkaars verhalen niet kennen? Iedereen kent Romeo en Julia, maar niemand kent de Arabische versie Layla en Majoun. Iedereen kent One Direction, maar niemand kent zijn tegenhanger uit het Midden-Oosten. En ze bestaan echt. Hetzelfde geldt voor de topactrice Hiam Abbas die recent nog in het Kaaitheater: zij is de Arabische Cate Blanchett. De meesten kennen Simone de Beauvoir, maar wie kent er Fatima Mernissi? Toen Fatima Mernissi, mijn intellectueel kompas, vorig jaar overleed, had ik dat unheimliche gevoel, juist omdat niemand wist wie ze was.

Wij kennen elkaars verhalen niet, wij kennen elkaars slaapliedjes niet, elkaars taboes niet, wij weten van elkaar niet hoe we om onze geliefden rouwen. Wij kennen elkaars cultuur niet. En dus blijven we vreemden voor elkaar, ongeacht het aantal jaren dat we hier samenwonen. Vandaag hebben we plekken nodig waarin we de verhalen horen. De cultuurhuizen zijn voor mij zo’n plek om deze verhalen te laten vertellen. Een plek waar we de Laylas en Majouns kunnen leren kennen. Waar de Cate Blanchetts van de Arabische wereld kunnen schitteren. We hebben plekken nodig die ook het moeilijke verhaal brengen, plekken waar we kunnen verbinden en waar je elkaar kan ontmoeten. Waar de verhalenvertellers thuis zijn, waar je elkaar kan ontmoeten. Cultuurhuizen zouden zo’n plek moeten zijn, maar universiteiten ook.

De VUB is ook zo’n plek. Een warm en redelijk eigenzinnig huis waar kritisch wordt nagedacht en elke dag bruggen worden gebouwd. Jullie studie aan de universiteit zit er op, maar de VUB draag je voor altijd met je mee. Na al die jaren zit de VUB nog altijd right under my skin. En het vervult me dan ook met trots dat mijn alma mater zich niet alleen in woorden opwerpt als bruggenbouwer, maar ook in daden. Dit academisch jaar heeft de VUB beslist dat er een leerstoel Fatima Mernissi komt. Fatima Mernissi, een Marokkaanse sociologe en een vernieuwende stem binnen het moderne islamdebat en een bruggenbouwer avant la lettre.

Maar ook een feministe. “Vergeet nooit dat een politieke, religieuze of economische crisis volstaat opdat de rechten van de vrouw opnieuw in vraag worden gesteld. Deze rechten zijn nooit verworven. Vrouwen moeten waakzaam blijven, hun ganse leven lang.” Het hadden de woorden van Fatima Mernissi kunnen zijn, maar het zijn de woorden van Simone de Beauvoir. Ze zijn jammer genoeg nog altijd brandend actueel. Want vandaag staan vrouwenrechten meer dan ooit onder druk. Zelfs in de studentenkringen van de VUB vindt seksisme een vruchtbare voedingsbodem. Op de commotie van vorige week antwoordde de rector ferm: “Studentikoze tradities ja, seksisme, nee.”  Maar ook: We moeten met z’n allen overtuigd geraken dat iedereen beter af is in een wereld zonder seksisme. En aanklagen waar gesprek niet werkt, tonen hoe het anders kan.” Ze voegde er op het einde van haar opiniestuk aan toe: “De strijd tegen het seksisme is geen strijd van vrouwen tegen mannen, maar van mannen en vrouwen voor vrijheid en gelijkheid.” De studentenkringen hebben het begrepen. Deze week gingen ze aan de slag met een ambitieus debat op de campus over seksisme. En zo ken ik mijn VUB.

Toen ik begon te studeren kreeg ik alle mogelijke steun van de VUB. Nu lijkt het alsof je dat je het allemaal zelf hebt gedaan, maar je vergeet ook snel wat een universiteit allemaal voor jou heeft gedaan. Ik zou het niet gehaald hebben zonder de goede zorgen van de VUB, ook al had ik de sociale en intellectuele capaciteiten. Ik heb het gehaald dankzij een studiebeurs en een toelage van de VUB. Of beter gezegd: dankzij de jobdienst die me studentenjobs toeschoof, dankzij de man van de sociale dienst die ervoor zorgde dat ik financiële ademruimte kreeg, dankzij de vriend die me zijn sous-sol leende waar de ratten ’s nachts rondtrippelden, maar waar ik rustig kon studeren, en ook dankzij de proffen die me kritisch leerden nadenken. Leerstof vergeet je  ̶  of althans, ik ben de meeste leerstof vergeten  ̶  maar de herinnering aan de mensen die beslissen een deel van je parcours mee te lopen vergeet je nooit. Het geluk om de juiste mensen te ontmoeten op het juiste moment, maakt dat je slaagt of faalt. Of het in de ene of de andere richting kantelt, hangt vaak af van toeval. De scheidingslijn is flinterdun.

Mijn ouders hadden met hun acht kinderen in een kleine sociale woning wel andere zorgen aan hun hoofd. Ik ben opgegroeid in een zogenaamde kansarme volkswijk waar niémand ging verder studeren. Mijn ouders migreerden in de jaren ’60 van Marokko naar België en konden niet lezen of schrijven, maar ze hadden wél de vastberaden wil om hun kinderen een betere toekomst te geven. Net zoals alle ouders die hier vandaag aanwezig zijn.

Als arbeidersdochter en een van de eerste studenten van Marokkaanse origine aan de VUB belandde ik tussen dochters en zonen van dokters en advocaten. De stap was groot, in het begin té groot. Ik miste elk ankerpunt en kon mezelf aan niets of niemand meten. De wereld die ik achterliet was helemaal verwonderd dat ik rechten ging verder studeren. “Dat is toch niets voor jou, je kan toch beter snit en naad volgen? Op je achttiende zal je getrouwd zijn en kinderen krijgen, dat is zo in jullie cultuur”, zei mijn toenmalige schooldirectrice. En zie mij hier nu staan: advocate en volksvertegenwoordiger in het Vlaams Parlement.

Dames en heren, ik ben begonnen met 10% slaagkansen. Ik ben geëindigd met 100% kansen. Vandaag zitten jullie hier ook met 100% slaagkansen en dat betekent iets. Dat jullie in staat zijn om je tanden ergens in te zetten en hardnekkig vol te houden. Dat jullie ingewikkelde zaken niet uit de weg gaan en geen genoegen nemen met eenvoudige, simplistisch voorgestelde antwoorden. Binnen enkele weken geven jullie de toekomst vorm met eigen ideeën en passies. Binnen enkele decennia nemen jullie de beslissingen die het verschil maken in de samenleving. Neem je masterdiploma in ontvangst, en be a changemaker. Begin iets dat er toe doet en maak het verschil, maar vergeet vooral niet dat het denken zich nooit mag onderwerpen, want zich onderwerpen betekent het einde van alle denken.

Bedankt.

mohamed-el-bachiri-speech

Il y a un initiateur de changement en chacun d’entre vous

Félicitations ! Aujourd’hui, vous commencez un nouveau chapitre. C’est excitant ! Une page blanche que vous allez vous-mêmes remplir par les choix que vous ferez. Certains deviennent des dirigeants, d’autres ne préfèrent pas. Et c’est bien aussi. Mais tout le monde peut faire la différence, vous aussi.

J’allais vous donner cinq conseils, mais j’ai changé d’avis. Il est inconfortable de donner des conseils quand le monde s’embrase. La semaine dernière, Istanbul a été touchée par des attentats, tout comme Paris, Ankara, Nice et Beyrouth plus tôt cette année. Bruxelles non plus n’a pas été épargnée le 22 mars. Cette semaine, nous avons pu suivre en direct et en temps réel comment les personnes à l’Est d’Alep ont envoyé au monde leurs dernières suppliques. Ils l’ont crié haut et fort : « J’existe, je suis ici et je veux vivre. Aidez-moi. » Nous y étions et nous les regardions.

Mais qu’ai-je envie de partager avec vous ? Aujourd’hui, je veux vous raconter des histoires de personnes qui nous guident à des moments cruciaux et nous montrent que nous avons toujours le choix, et que nous devons le poser ce choix. Des personnes qui, à cause de ce qu’on leur a fait, ont tous les droits d’haïr, mais choisissent de ne pas le faire. Des personnes qui sont des initiateurs de changements « mentaux ». Antoine Leiris est une telle personne. Ce journaliste français a perdu son épouse dans les attentats de Paris et a rétorqué aux terroristes : « Vous n’aurez pas ma haine ».

Mais plus près de chez nous aussi, des gens se font entendre, comme Mohamed El Bachiri : un belgo-marocain, musulman et Molenbeekois. De par son nom, ses convictions religieuses, et la triste image de sa commune, la moitié du monde le considère comme un terroriste. Mais, c’est aussi le mari de Loubna Lafquiri, la mère de ses enfants, qui a perdu la vie lors des attentats de Bruxelles. Sa tristesse est incommensurable, mais il reste debout grâce à l’amour et à sa croyance en l’humanité. Ce que Mohamed El Bachiri nous apprend surtout, c’est que sa voix joue un rôle. Malgré tout le malheur, il reste debout et nous raconte son histoire. Il avait le choix d’haïr, mais il a choisi l’amour. Vous avez également ce choix, tout comme votre voix compte aussi. Tout le monde peut faire la différence, vous aussi. Donc, levez-vous et faites-vous entendre !

En tant que politicienne, j’essaie, avec beaucoup de timidité et d’humilité d’écouter ce que cette ère essaie de nous dire. Parfois, je ne sais pas non plus. Ne pas savoir quelque chose, c’est plutôt une force qu’une faiblesse. Lorsque je ne sais pas quelque chose, je me plonge dans mes bouquins. Je suis ainsi tombée sur  l’ouvrage de l’écrivain franco-libanais Amin Maalouf, Le dérèglement du monde. Nous sommes entrés dans le 21e siècle sans boussole, déclare-t-il. Le monde est déréglé – financièrement, économiquement, climatologiquement, mais aussi éthiquement et moralement – et il semble toutefois que ces dérèglements viennent tous en même temps aujourd’hui.

 Le monde est devenu trop complexe pour une simple réponse. Mais la première étape vers la solution consiste à oser réfléchir en posant un autre regard. Cela nécessite de l’audace, de la sagesse et une ouverture d’esprit. Nous devons unir nos forces, nous rassurer et rassurer les autres, écouter, fixer des limites, jeter des ponts et garder l’unité. C’est la tâche devant laquelle nous devons faire face, c’est également votre tâche. Il y a un initiateur de changement en chacun d’entre vous. Tout le monde peut faire la différence, vous aussi.

Je vois certains d’entre vous, regarder avec étonnement : « Devons-nous aller sauver le monde ? » Oui ! C’est votre tour. D’autres personnes vous ont précédés. Pensez, par exemple, à Khadija Hamouchi de Molenbeek. Elle a développé une app qui prépare les jeunes au marché du travail en Afrique du Nord et au Moyen-Orient. Son idée visionnaire a été reprise par la Silicon Valley et s’est vue décerner un prix international. De Molenbeek à la Silicon Valley, il faut le faire. 26 ans, mesdames et messieurs. Ou prenez l’exemple de Boyan Slat, le jeune homme néerlandais qui veut sauver nos océans via une installation qui collecte les déchets flottants sur les océans. Il a 22 ans.

Je vous vois à nouveau réfléchir : « Devons-nous également inventer des choses pour  signifier quelque chose ? » « S’agit-il de la base ou du point de référence ? » « N’est-ce qu’en agissant de la sorte que nous ferons la différence ? » Non. The next big thing are a lot of small things by a lot of small people, j’en suis convaincue.

Et cela commence par les choix que vous posez tous les jours. Gardez la porte ouverte à une voisine âgée. Dites « bonjour » aux Jef ou Mohamed de votre quartier. Faites un don à un organisme d’aide.  À tout moment de la journée, vous pouvez choisir de faire la différence. Saisissez votre chance et faites-en quelque chose, car le moment est venu pour vous de vous lever, d’y plonger et d’avoir un impact.

On vous appelle les « Millennials ». On dit que votre génération serait narcissique et gâtée. Mais je vois un groupe de jeunes qui, au Royaume Uni a voté contre le Brexit. Si la parole était donnée aux jeunes, le Royaume Uni ferait encore partie de l’Union européenne aujourd’hui. On dit que vous êtes impatients et accros à vos tablettes et smartphones. Mais je vois une génération qui, aux États-Unis, va dans la rue pour manifester contre Donald Trump. On dit que vous êtes égoïstes et paresseux. Mais je peux vous garantir que ma collaboratrice au Parlement flamand, qui vient juste de terminer ses études à la VUB, se trouve dans la salle et n’est absolument pas égoïste ou paresseuse, mais juste appliquée, serviable et engagée. Quoi qu’on dise de vous, je vois une génération qui ose réfléchir de manière critique, libre de préjugés et de dogmes, une génération qui rayonne l’espoir.

On dit également que les Millenials n’oseraient plus engager de véritables amitiés et seraient solitaires. Peut-être avez-vous ce sentiment, le sentiment étrange de n’appartenir à aucun groupe ? De ne pas vous sentir connectés ? Il ressort des chiffres de l’OCDE que la Belgique obtient un mauvais score en ce qui concerne le sentiment d’appartenance chez les jeunes, le sentiment de n’être jamais chez soi. Cependant, ce sentiment est un besoin humain important. Il donne de la valeur à la vie et détermine fortement l’implication dans la société. Cela vaut pour tous les jeunes, peut-être même pour de nombreux jeunes dans cette salle, et encore plus pour les jeunes issus de l’immigration. Certains ont même le sentiment d’être rejetés par la société belge. Comment est-ce possible ?

Est-ce parce que nous ne nous connaissons pas les uns les autres ? Est-ce parce que nous ne connaissons pas nos histoires mutuelles ? Tout le monde connaît Roméo et Juliette, mais personne ne connaît la version arabe : Layla et Majoun. Tout le monde connaît les One Direction, mais personne ne connaît leur pendant au Moyen-Orient. Pourtant ils existent vraiment. Il en va de même pour l’actrice Hiam Abbas, qui était récemment au Kaaitheater, elle est la Cate Blanchett arabe. La plupart connaît Simone de Beauvoir, mais qui connaît Fatima Mernissi ? Lorsque Fatima Mernissi, ma boussole intellectuelle, est décédée l’an dernier, j’ai eu ce sentiment étrange, précisément parce que personne ne savait qui elle était.

Nous ne connaissons pas nos histoires réciproques, nous ne connaissons pas nos berceuses respectives, nos tabous, nous ne savons pas non plus de manière réciproque la façon dont nous pleurons nos proches. Nous ne connaissons pas nos cultures réciproques. Et nous restons donc des étrangers les uns pour les autres, quel que soit le nombre d’années que nous vivons ici. Aujourd’hui, nous avons besoin d’endroits où entendre les histoires. Les maisons de la culture sont, pour moi, l’endroit idéal pour raconter ces histoires. Un endroit où nous pouvons apprendre à connaître les Layla et Majoun. Où les Cate Blanchett du monde arabe peuvent briller. Nous avons aussi besoin d’endroits où entendre les histoires difficiles, des endroits où nous pouvons nous rencontrer et nous lier. Où les conteurs se sentent chez eux, où l’on peut se rencontrer. Les maisons de la culture devraient être un tel endroit, mais les universités également.

La VUB est aussi un tel endroit. Une maison chaleureuse et raisonnablement dogmatique où l’on réfléchit de manière critique et où des ponts sont construits chaque jour. Vos études à l’université touchent à leur fin, mais vous emporterez la VUB avec vous pour toujours. Après toutes ces années, la VUB est encore toujours right under my skin. Et cela m’emplit également de fierté que mon alma mater ne soit pas une jeteuse de ponts uniquement en paroles, mais aussi en actes.  Cette année académique, la VUB a décidé de créer une chaire Fatima Mernissi. Fatima Mernissi, une sociologue marocaine et une voix novatrice dans le débat moderne sur l’islam, et une jeteuse de ponts avant la lettre.

Mais aussi une féministe. « N’oubliez jamais qu’il suffira d’une crise politique, économique ou religieuse pour que les droits des femmes soient remis en question. Ces droits ne sont jamais acquis. Les femmes doivent rester vigilantes toute leur vie durant. » Cela aurait pu être les mots de Fatima Mernissi, mais ce sont ceux de Simone de Beauvoir. Malheureusement, ils sont encore très actuels. Car les droits des femmes sont plus que jamais sous pression aujourd’hui. Même dans les cercles estudiantins de la VUB, le sexisme trouve une terre nourricière. La rectrice a répondu fermement à toute l’agitation de la semaine dernière : « Des traditions estudiantines, oui ; du sexisme, non. »  Mais aussi : Nous devons tous être convaincus que tout le monde se portera mieux dans un monde sans sexisme. Et accuser lorsque le dialogue ne fonctionne pas, montrer comment faire autrement. » Elle ajouta à la fin de son opinion : « La lutte contre le sexisme n’est pas une lutte des femmes contre les hommes, mais des hommes et des femmes pour la liberté et l’égalité. » Les cercles estudiantins l’ont compris. Cette semaine, ils ont entamé un débat ambitieux sur le campus à propos du sexisme. Je reconnais bien là ma VUB.

Lorsque j’ai commencé mes études, j’ai reçu tout le soutien possible de la VUB. Maintenant, il semble que vous avez tout fait tout seul, mais vous oubliez aussi rapidement ce qu’une université a fait pour vous. Je n’y serais pas parvenue sans les bons soins de la VUB, même si j’avais les capacités sociales et intellectuelles. J’y suis parvenue grâce à une bourse d’étude et une allocation de la VUB. Ou mieux : grâce au service emploi qui m’a procuré des jobs d’étudiant, grâce au monsieur du service social qui a fait en sorte que j’ai pu obtenir une aide financière, grâce à l’ami qui m’a prêté son sous-sol où les rats trottinaient la nuit, mais où je pouvais étudier dans le calme, et aussi grâce aux professeurs qui m’ont appris à réfléchir de manière critique. La matière enseignée, on l’oublie, ou du moins j’ai oublié la majeure partie de la matière enseignée, mais le souvenir des personnes qui décident de suivre une partie de son parcours, on ne les oublie jamais. La chance de rencontrer les bonnes personnes au bon moment, fait que nous réussissons ou nous échouons. Que cela bascule d’un côté ou de l’autre dépend souvent du hasard. La ligne de séparation est ultra-mince.

Mes parents, avec leurs huit enfants dans une petite maison sociale, avaient d’autres soucis en tête. J’ai grandi dans ce que l’on appelle un quartier populaire pauvre, où personne ne faisait des études. Mes parents ont migré dans les années ’60 du Maroc vers la Belgique et ne savait ni lire, ni écrire, mais ils avaient toutefois la ferme volonté de donner un meilleur avenir à leurs enfants. Tout comme tous les parents présents ici aujourd’hui.

En tant que fille d’ouvrier et l’une des premières étudiantes d’origine marocaine à la VUB, j’ai atterri parmi des filles et des fils de médecins et d’avocats. Le pas fut grand, trop grand au début. Chaque point d’ancrage me manquait et je ne pouvais me mesurer à rien ni personne. Le monde que je laissais derrière moi était complètement surpris que j’aille étudier le droit. « Ce n’est pas pour toi, tu ferais mieux de suivre des cours de coupe et couture. À tes dix-huit ans, tu seras mariée et tu auras des enfants, c’est comme cela dans notre culture », me disait ma directrice d’école à l’époque. Et voyez où je suis arrivée : avocate et députée au Parlement flamand.

Mesdames et messieurs, j’ai commencé avec 10 % de chances de réussite. J’ai terminé avec 100 % de chances. Aujourd’hui, vous êtes également ici avec 100 % de chances de réussite, et cela signifie quelque chose. Que vous êtes à même de vous investir et de persévérer. Que vous n’évitez pas les choses compliquées et ne prenez pas du plaisir avec des réponses simples voire simplistes. Dans quelques semaines, vous donnerez forme à l’avenir avec vos propres idées et passions. Dans quelques décennies, vous prendrez des décisions qui feront la différence dans la société. Recevez votre diplôme de maîtrise et soyez un initiateur de changement. Commencez quelque chose qui compte et faites la différence, mais n’oubliez surtout pas que la pensée ne doit jamais se soumettre, car la soumission signifie la fin de toutes les pensées.

Merci.