Boekvoorstelling – Nour, waarom zag ik het niet aankomen? – van Rachid Benzine

(version française en-dessous)

dsc_2029

Aandachtig aan het luisteren met Harold Polis, Béatrice Delvaux en Rachid Benzine naar de eloge van Stefan Hertmans

Er zijn zo van die avonden die magisch zijn. De lancering van het boek “Nour, waarom zag ik het niet aankomen?” van Rachid Benzine in de KVS was zo een avond. Lees hieronder de inleiding die ik gaf op deze mooie avond.

Goedenavond.

Vandaag is het 22 februari. En over een maand is het 22 maart, de dag dat Brussel werd opgeschrikt door gruwelijke aanslagen een jaar geleden. Van symboliek gesproken. Op die bewuste 22 maart 2016 vroeg een krant of ik woorden kon geven aan deze gebeurtenissen. Ik vond ze niet. Hoe geef je woorden aan de gruwel? Hoe geef je woorden als je weet dat er al meer dan dertig doden zijn geteld in jouw stad en dat mensen op hetzelfde moment aan het vechten zijn voor hun leven? Hoe geef je woorden als de barbaarsheid aan de voordeur staat? Hoe geef je woorden als je weet dat Brussel in brand staat en je geliefde stad verandert in een warzone? Ik heb toen veel woorden gebruikt om te zeggen dat ik die dag geen woorden had.

Ook Rachid Benzine vond de woorden niet, vlak na de aanslagen in Parijs. Hij werd gepijnigd door bittere vragen: Waarom besluiten jongeren, of ze nu man zijn of vrouw, gestudeerd hebben of niet, om aanslagen te plegen? Om naar een land in oorlog te trekken en te moorden in naam van God? En ook: Waarom heeft hij, Rachid, het niet zien aankomen? Hij had ook vragen over de zin van zijn werk: Waartoe dient mijn werk? Is de kritische geest die ik verdedig een tweesnijdend zwaard? Het leek wel alsof hij zich verantwoordelijk voelde voor het falen van deze jongeren. Alsof hij niet genoeg zijn best had gedaan.

Uit deze innerlijke verscheurdheid werd het boek Nour, waarom zag ik het niet aankomen? geboren. Hij vond woorden om zijn innerlijke strijd te benoemen. Bij elke gruwel staan er mensen op die ons de weg wijzen, mensen die worstelen, spartelen en bovenkomen, en uiteindelijk kiezen om deze existentiële strijd te delen met de wereld, zoals hier vandaag met ons in de KVS. Daar gaat het boek over: over een intellectuele vader, een vrome moslim, die zijn dochter waar hij zielsveel van houdt en aan wie hij het kritische denken met de paplepel heeft meegegeven, ziet vertrekken naar het kalifaat. Waar heeft hij gefaald? Waarom zag hij het niet aankomen?

Ik verdenk Rachid ervan, mocht hij een dochter hebben, dat hij haar Nour zou hebben genoemd. ‘Nour’ betekent ‘licht van de maan’. In de Koran wordt de hel geassocieerd met de zon omdat ze alles kan verdorren, terwijl het licht van de maan ons gidst door het obscure. Zo leidt dit boek ons ook door het donkere en het obscure.

Meer dan twaalf jaar geleden had ik een vurige discussie met Rachid, net voor zijn lezing op het filosofiefestival in Flagey. Ik moet eerlijk toegeven, ik vertrouwde het niet helemaal. Ik vond namelijk dat zijn taalgebruik te moeilijk was voor jongeren. En ik had een trucje bedacht: ik ontpopte mij tot Fatma, de hangjongere uit Molenbeek, en ik vroeg hem in hangjongerentaal: “Leg mij jouw denken uit zodat Fatma en Mohammed het ook zouden begrijpen.” Het werd een moeilijk en lastig gesprek. Ik werd meer en meer Yamila de hangjongere, en jij werd meer en meer filosoof. We geraakten er die dag niet uit.

Vandaag geef ik grif toe dat je die stem naar de jongeren toe hebt gevonden. Je hebt die gevonden door de taal van de emotie te gebruiken. Je bent niet betuttelend, noch schofferend. Je bent vurig, maar niet verschroeiend. Je haalt uit maar kwetst niet. Je bent een denker met een hoog rock-’n-rollgehalte, een gelauwerd ex-kickboxer, een ketje uit de banlieues van Parijs die zich heeft opgewerkt tot een guerrilla-intellectueel. Ik heb al een paar keren lachend tegen Rachid gezegd: “Je hebt alles in jou om de Spinoza van de islam te worden”. Dan kijkt hij me aan met opgetrokken wenkbrauwen, alsof hij het zelf niet gelooft.

“Hoe kan je met zo’n innerlijke verscheurdheid leven? De passie die mijn beroep is geworden, bestaat erin steen voor steen de gebouwen af te breken van een geloof en een dogma die mettertijd mythische proporties hebben aangenomen, en nu werden datzelfde dogma en datzelfde geloof met zoveel arrogante kracht en koude haat naar me terug geslingerd dat ze alles op het spel zetten: mijn inzichten net zo goed als mijn hele persoonlijkheid.” Het zijn jouw woorden, maar het zouden evengoed die van Spinoza kunnen zijn.

“De mooiste daad die een mens kan stellen, is te leren begrijpen, want als je zaken kan begrijpen, dan ben je vrij”. Woorden van Spinoza die perfect van toepassing zijn op jouw boek Nour, waarom zag ik het niet aankomen?. Net omdat het ons in staat stelt te begrijpen én te voelen. En daarom is het boek ook een genereuze daad.

Als Brusselaars proberen we te begrijpen. We hebben honger en dorst naar een kader en willen ook gerustgesteld worden. We moeten de handen in elkaar slaan, onszelf en anderen geruststellen, luisteren, grenzen bepalen, bruggen bouwen en de boel bij elkaar houden. Dat is de taak waar we vandaag voor staan, dat is ook de taak die Rachid op zich neemt. Als intellectuele veelvraat, schrijver, professor, filosoof en regisseur. Hij schrijft theaterstukken, deconstrueert de Koran, past de hermeneutiek toe en ontdekt meer en meer de kracht van cultuur in het verbinden van mensen.

“Vandaag wil ik deze harde wereld geven wat zo uitzonderlijk is geworden: momenten van pure liefde.” Een citaat van choreografe Pina Bausch dat Rachid onlangs aanhaalde om aan te geven waarom hij doet wat hij doet. En opnieuw denk ik: zijn werk is een daad van generositeit. Zijn boek dat hier vandaag voorgesteld wordt, is ook een daad van generositeit.

Dames en heren, ik nodig u van harte uit om te genieten van de boekvoorstelling. En dan geef ik graag het woord aan Stefan Hertmans.

yam

Bonsoir,

Nous sommes le 22 février. Et dans un mois, nous serons le 22 mars, le jour où Bruxelles a été touchée par d’horribles attentats, il y a un an. En parlant de symbolique. Ce 22 mars 2016, un journal m’a demandé si je pouvais poser des mots sur ces événements. Les mots me manquaient. Comment mettre des mots sur l’atrocité ? Comment lorsqu’on sait que l’on compte déjà plus de trente morts dans sa ville, et que des personnes luttent pour leur vie au même moment ? Comment parler de la barbarie qui est à nos portes ? Comment en parler lorsqu’on sait que Bruxelles est à feu et à sang et que votre ville adorée s’est transformée en zone de guerre ? À l’époque, j’ai utilisé beaucoup de mots pour dire que je n’en trouvais pas ce jour-là.

Rachid Benzine n’a pas trouvé les mots non plus, juste après les attentats à Paris. Il a été peiné par des questions amères : Pourquoi des jeunes, qu’il s’agisse d’hommes ou de femmes, érudits ou non, décident-ils de commettre des attentats ? De se rendre dans un pays en guerre et de tuer au nom de Dieu ? Et aussi : Pourquoi Rachid n’a-t-il rien vu venir ? Il avait également des questions sur le sens de son travail : À quoi sert mon travail ? L’esprit critique que je défends constitue-t-il une arme à double tranchant ? C’était comme s’il se sentait responsable de l’échec de ces jeunes. Comme s’il n’avait pas fait de son mieux.

C’est de cette déchirure intérieure qu’est né l’ouvrage : Nour, pourquoi n’ai-je rien vu venir ?. Il a trouvé des mots à poser sur sa lutte intérieure. Dans toute atrocité, il y a des personnes pour nous montrer le chemin, des personnes qui luttent, se débattent et émergent, et finalement choisissent de partager cette lutte existentielle avec le monde, comme c’est le cas aujourd’hui avec nous au KVS. C’est ce dont traite l’ouvrage : d’un père intellectuel, un musulman pieux, qui voit sa fille, à laquelle il tient éperdument et à qui il a transmis la pensée critique, partir pour le califat. Où se situe son échec ? Pourquoi n’a-t-il rien vu venir ?

Je soupçonne que si Rachid avait eu une fille, il l’aurait appelée Nour. « Nour » signifie « lumière de la lune ». Dans le Coran, l’enfer est associé au soleil qui peut tout flétrir, tandis que la lumière de la lune nous guide dans l’obscurité. Ainsi, ce livre nous guide également dans le sombre et l’obscure.

Il y a plus de douze ans, j’ai eu une discussion animée avec Rachid, juste avant sa conférence au festival de philosophie à Flagey. Mais honnêtement, je n’avais pas pleinement confiance. Je trouvais, en fait, que son langage était trop difficile pour les jeunes. Et j’avais imaginé un truc : je me suis transformée en Fatma, la fille des rues de Molenbeek, et je lui ai demandé en langage de jeunes. « Explique-moi ta pensée, afin que Fatma et Mohammed puissent également le comprendre. » Ce fut un dialogue ardu et difficile. Je devins de plus en plus Yamila, la filles des rues, et toi de plus en plus le philosophe. Ce jour-là, nous ne nous en sommes pas sortis.

Aujourd’hui, je concède que tu as trouvé comment t’adresser aux jeunes. Tu as trouvée ta voix en utilisant le langage de l’émotion. Tu n’es ni condescendant, ni offensant. Tu es ardent mais pas torride. Tu démontres mais ne blesses pas. Tu es un penseur très rock ’n roll, un distingué ex-kickboxer, un jeune des banlieues de Paris qui s’est développé en intellectuel de guérilla. Je l’ai déjà dit plusieurs fois à Rachid en rigolant : « Tu as tout en toi pour devenir le Spinoza de l’Islam ». Ensuite, il m’a regardé avec les sourcils écarquillés, comme s’il n’en croyait pas ses oreilles.

« Comment peux-tu vivre avec une telle déchirure intérieure ? La passion qui est devenue mon métier, consiste à démolir pierre par pierre les édifices d’une croyance et d’un dogme qui a pris des proportions mythiques au fil du temps, et à présent, ce même dogme et cette même croyance me retombent dessus avec tant d’arrogance et de haine froide, qu’ils remettent tout en question : tant mon point de vue que l’ensemble de ma personnalité. » Ce sont tes mots, mais cela aurait pu, tout aussi bien, être ceux de Spinoza.

« Le plus bel acte qu’un être humain puisse poser est d’apprendre à comprendre, car lorsque vous comprenez les choses, vous êtes libre ». Des mots de Spinoza qui s’appliquent parfaitement à ton livre : Nour, pourquoi n’ai-je rien vu venir ?. Précisément, parce que cela nous permet de comprendre et de sentir. C’est pourquoi ce livre est également un acte généreux.

En tant que Bruxellois, nous essayons de comprendre. Nous avons soif et faim d’un cadre et voulons également être rassurés. Nous devons unir nos forces, nous rassurer et rassurer les autres, écouter, fixer des limites, jeter des ponts et garder l’unité. C’est la tâche que nous devons relever, c’est également la tâche que relève Rachid. En tant que glouton intellectuel, écrivain, professeur, philosophe et régisseur. Il écrit des pièces de théâtre, déconstruit le Coran, applique l’herméneutique et découvre de plus en plus la force de la culture qui lie les personnes.

« Aujourd’hui, je veux donner à ce monde dur, ce qui est devenu si exceptionnel : des moments d’amour pur. » Une citation de la chorégraphe Pina Bausch que Rachid a récemment reprise pour démontrer pourquoi il fait ce qu’il fait. Et je pense à nouveau : son travail est un acte de générosité. Son livre qui vous est présenté aujourd’hui, est également un acte de générosité.

Mesdames et messieurs, je vous invite chaleureusement à profiter de cette présentation de livre. Et j’ai le plaisir de céder la parole à Stefan Hertmans.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s