Brussel krijgt eigen MoMA in oude garage

Citroengarage_Peter Forret

Dit stuk verscheen op 27 juni 2015 in Trouw.

Londen heeft zijn Tate Modern, Berlijn het Hamburger Bahnhof. Het Parijse Centre Pompidou trekt al veertig jaar liefhebbers van moderne kunst en Amsterdammers hebben hun Stedelijk Museum teruggekregen na een lange verbouwing. Brussel heeft tot gruwel van kunstminnaars niets van dit alles. Maar daar komt nu verandering in.

“Brussel krijgt zijn eigen Guggenheim, zijn MoMA”, belooft Rudi Vervoort, minister-president van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De Brusselse regering heeft de iconische Citroëngarage aan het kanaal Charleroi-Brussel aangekocht om er een museum voor hedendaagse en moderne kunst in te vestigen. De in de volksmond ‘Citroënkathedraal’ genoemde garage werd in de jaren dertig gebouwd en was toen de grootste van Europa. Vervoort heeft ook een wedstrijd voor architecten uitgeschreven om het gigantische industriële gebouw en omliggende terrein om te toveren in een gebied waar gewoond, gewerkt en genoten kan worden.

Kunstminnende inwoners morren al jaren over het ‘artistieke braakland’ dat Brussel is, aldus Yamila Idrissi, die namens de socialistische Partij Anders (sp.a) in het Vlaamse parlement zetelt en zelf Brusselaar is. Ze begon in 2011 een felle campagne voor een permanent museum, uit verontwaardiging over de sluiting van de vleugel voor moderne kunst in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten (KMSK).

“De collectie verhuisde naar de kelders, omdat het bestuur de voorkeur gaf aan werk uit de fin-de-siècle”, zegt ze meesmuilend. “Dat kán toch niet: vierduizend schilderijen, zevenduizend tekeningen en 1500 beeldhouwwerken verdwenen onder de grond, onzichtbaar voor het publiek. Brussel is de enige stad ter wereld die zo morsig met zijn patrimonium omgaat. Elke zichzelf respecterende stad, van New York tot Bazel en Bilbao, heeft een permanent, ambitieus museum voor hedendaagse kunst dat jaarlijks duizenden bezoekers trekt.”

Haar acties sloegen tot haar verrassing in als een bom en voor ze het wist had het nog niet-bestaande museum een naam: MAK, voor Museum aan het Kanaal. Vrijwilligers maakten een logo waarin voor het tweetalige Brussel ook een C is verwerkt, voor Musée au Canal. Onbekende en bekende Belgen als Stromae meldden zich aan als ambassadeurs van het MAK. Aanvankelijk was er sprake van nieuwbouw, maar dat het museum in de Kanaalzone moest komen, stond voor Idrissi vanaf het begin vast.

“Kijk hoe Londen de verpauperde buurt aan de zuidoever van de Theems nieuw leven inblies door de vestiging van Tate Modern in de oude elektriciteitscentrale, zie wat Tate voor Liverpool heeft betekend”, betoogt ze hartstochtelijk. In de Kanaalzone woont een vijfde van de Brusselse bevolking, en die groeit snel. De komende tien jaar zijn naar schatting 70.000 nieuwe woningen nodig. En nieuwe banen. Brussel wil van het gebied het nieuwe centrum van Brussel maken.

Hoe het MAK-project gefinancierd wordt, staat nog niet vast. Over wat erin zou moeten, heeft Idrissi een mening. “Kunstwerken uit collecties van de overheid, bedrijfscollecties
inclusief banken als ING, en bezit van privéverzamelaars”, zegt ze. Dat is voor het publiek nu doorgaans ‘onzichtbaar werk’. Zo heeft de Nationale Bank 1800 kunstwerken en de bankverzekeringsgroep Belfius 4500, met grote namen als Michaël Borremans, Jan Fabre en Wim Delvoye.

Petra Janbroers

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s