Passie maakt kwetsbaar

150623 Passie maakt kwetsbaar Dit stuk, dat Lotte Beckers schreef naar aanleiding van een vraag van mij aan minister van Cultuur Sven Gatz, verscheen op 22 juni 2015 in De Morgen.

De kunsten zijn moe. Het gevecht tegen besparingen, kritiek en rendement zorgt zelfs bij de meest gemotiveerde cultuurmedewerker voor frustraties, vermoeidheid en burn-outs. De kwestie haalde onlangs het parlement. Yamila Idrissi (sp.a): ‘In de cultuursector worden mensen als citroenen uitgeperst.’

Natuurlijk sluimerde het al veel langer, een burn-out komt niet van de ene dag op de andere. Maar er is altijd, in elk verhaal, een moment waarop het echt niet meer gaat. De ene vertelt over de dag dat ze op straat letterlijk stilstond en niet meer verder kon. De ander over die ochtend, na een kerstvakantie waarin ze vooral had gezwegen (zo besefte ze achteraf pas), toen ze op de fiets sprong en naar het werk wilde rijden. Ze raakte niet vooruit en fietste dan maar naar de huisarts.

Marie – een schuilnaam, maar daarover later meer – stond haar echtgenoot op te wachten aan het station. Ze kwam net van een vergadering in het buitenland en voelde zich helemaal leeg. Haar borst, nek en armen deden pijn. Al maanden leed ze aan slapeloosheid. Het was haar man die zei dat het zo niet verder kon, dat hij zou melden dat ze even niet kon komen werken. “Doe maar, zei ik. Ik wist toch niet meer wat goed voor me was.”

Marie is een gerespecteerde vrouw in de culturele sector, een zelfverklaarde workaholic bij wie leven en werk al ruim twee decennia door elkaar vloeien. “Het is knokken om je organisatie op de kaart te zetten, maar ik deed het met plezier, omdat ik het zo belangrijk vond. Natuurlijk was het zwaar, maar iets opbouwen geeft ook energie.” Die dag aan het station valt Marie voor het eerst stil.

Naar schatting 15 procent van de werkende Belgen worstelt met een burn-out, blijkt uit een studie van het Institute of NeuroCognitivism. De fysieke, mentale en emotionele batterijen zijn helemaal leeg. Hoewel extreme uitputting een wijdverspreid fenomeen is, blijkt dat zachte sectoren zoals de zorgsector of het onderwijs kwetsbaar zijn. En dus ook de kunstensector.

Sp.a-volksvertegenwoordiger Yamila Idrissi werkt inmiddels aan een conceptnota over het thema. Recent legde ze Vlaams cultuurminister Sven Gatz (Open Vld) hierover een schriftelijke vraag voor, waaruit blijkt dat niemand echt zicht heeft op het probleem. “Ik krijg nochtans regelmatig signalen dat het verkeerd loopt. In de cultuursector worden mensen als citroenen uitgeperst.”

Specifieke cijfers zijn er niet, maar een rondvraag leert dat iedereen in de culturele wereld vlot een aantal collega’s kan aanwijzen die uitgeput thuis zitten, of die er in een niet zo lang verleden even tussenuit moesten. Intuïtief lijkt het vreemd dat wie zich dagelijks wentelt in een wereld van schoonheid en passie, zo gevoelig is voor de ziekte.

Werkethiek

De sector bloeit dankzij de idee van de kunst als hoogste goed. De werkethiek schrijft passie voor, flexibiliteit en contentement met een bescheiden loon. De grens tussen professionele contacten en vriendschappen wordt vaag. Maar net wie werk zo centraal stelt in leven en identiteit, loopt een hoger risico op een burn-out. Wie zelfbeeld koppelt aan prestaties en de job beschouwt als de belangrijkste bron van geluk en welzijn, brandt eens zo snel op.

Zo ook Marie, die haar job doorheen de jaren “volledig liet samenvallen met haar persoonlijkheid”. “Vrienden uit andere sectoren relativeerden, het was toch ‘maar’ werk. Maar dat was het net niet. Het mooie aan de culturele sector is dat mensen hun job niet als werk beschouwen. Dat is uiteindelijk ook de essentie. Iets realiseren en daar veel voor over hebben. Tot relatiebreuken en verwaarloosde kinderen toe.” (lacht)

“De misvatting bestaat dat we van onze hobby ons beroep hebben gemaakt”, verduidelijkt Tom Bonte, artistiek directeur van de Beursschouwburg. “Maar als je er middenin zit, dan is het werken.” En niet van nine to five. De werkuren lopen ook ’s avonds en in het weekend door, wanneer de cultuurminnaar netjes staat aan te schuiven, kaartje in de hand. “Ik ken in deze sector veel mensen zonder een gezinsleven, dat valt echt op. Zeker wie jaar in, jaar uit de wereld rondreist of op tournee gaat, bouwt thuis weinig op. Zo verdwijnt het gevoel dat je met je hobby bezig bent wel.”

De inzet, zo ervaart de sector, ligt hoog en de werklast neemt toe. De kaasschaaf en andere besparingen hebben aan het personeelsbestand gevreten, en dan nog is het voor tal van organisaties krabben om op het einde van de maand de medewerkers te betalen. “De stress om voldoende geld bij elkaar te krijgen stijgt jaar na jaar”, zegt Marie.

De tijden waarin je als toneelgezelschap je zin kon doen, liggen allang achter ons. Tegenwoordig zijn er doelen te halen, eisen om aan te voldoen. Professionalisering is het ordewoord. De doorgedreven bureaucratie maakt het de overblijvers niet makkelijk. Terwijl het vroeger volstond om een beleidsplan uit te werken, moet er vandaag ook nog eens een jaarlijks werkingsverslag geschreven worden, en een actieplan voor het komende jaar. Enzoverder, enzovoort. Bonte: “Die overvloed aan papier creëert vooral de illusie dat alles goed gecontroleerd wordt. Ondertussen zie ik organisaties vierkant draaien terwijl ze mooi geschreven rapporten voorleggen en omgekeerd. Resultaat: nog meer werk en frustraties.”

Tegelijk, vertelt Marie, wil je je organisatie niet inkrimpen. Je probeert evenveel kwalitatieve voorstellingen, festivals of evenementen te organiseren, maar dan met minder geld en minder mankracht. Uit die druk en onzekerheid vloeien niet zelden spanningen voort. “Als je batterijen leeglopen, smelt ook je weerbaarheid weg.”

Achteraf gezien, geeft ze nu toe, had ze moeten aangeven dat het te zwaar woog. Maar, zoals dat gaat met gepassioneerde mensen, stapte ze steeds weer over haar eigen grenzen heen. “Ik deed wat van mij verwacht werd. Of wat ik dacht dat van mij verwacht werd. Bovendien, ik was succesvol. Dus ook deze keer zou het me lukken. Ik liep op de toppen van mijn tenen, drijvend op karakter en wilskracht. Ik putte mezelf uit.”

Meerwaarde

Maar een burn-out wordt niet alleen veroorzaakt door hard labeur. Barbara Raes werkte vijftien jaar lang in de kunstensector, onder meer bij Kunstencentrum BUDA in Kortrijk en als artistiek leider bij Vooruit. Het was zij die op de fiets stapte en niet meer vooruit kon. Op het Theaterfestival putte ze vorig jaar uit haar eigen ervaring om haar collega’s te waarschuwen voor een culturele sector die over zijn eigen voeten struikelt. “Passie is als een infuus. Ik stond op en plugde de baxter in.” Maar het viel niet vol te houden.

Wat wringt, is het voortdurend opboksen tegen perceptie. “Burn-outs worden doorgaans veroorzaakt door drie factoren: overidentificatie met de job, emotionele uitputting en onderwaardering. De druk op de kunstensector is erg toegenomen. Voortdurend wordt de vraag gesteld of je wel een meerwaarde creëert, of je wel subsidies verdient. Kunst en kunstenaars verdedig ik met hart en ziel, dat kost me weinig moeite. Maar als je dan nog eens moet verdedigen dát je verdedigt, dat weegt zwaar.”

Een uitvloeisel daarvan is dat die waarde steeds vaker afgemeten wordt in cijfers en statistieken. “Omzet, aantal voorstellingen, aantal verkochte kaartjes: dat zijn tegenwoordig de parameters”, stelt Bonte vast, die er op wijst dat publieksbereik belangrijk is, maar uiteindelijk weinig zegt over het draagvlak of de kwaliteit van een voorstelling.

“Cultuurorganisaties hebben zich tegen wil en dank ontpopt tot kleine ondernemingen. Risico’s worden strakker afgewogen, terwijl net onze sector zou moeten durven springen. Natuurlijk doet de Beursschouwburg daar ook in mee. Het zou oneerlijk zijn om te beweren dat wij ook niet af en toe iets programmeren omdat we weten dat het volk lokt.”

Die productiviteitsfetisj zou de kunsten tot nieuwe hoogten kunnen drijven. Of tot een snelle verbranding. Kunstenaars, cultuurhuizen, gezelschappen: ze moeten zichtbaar zijn, meelopen in de competitie en drang naar exclusiviteit. Alles moet renderen. Raes: “De onderzoekende en creatieve fase mag niet te lang duren, speelreeksen worden beperkt tot een drietal voorstellingen. Er is geen ruimte meer om traag te timmeren aan een carrière, laat staan om te mislukken.” You’re in or you’re out.

Onmacht

Dat heeft ook zijn voordelen: jonge kunstenaars die een fraai afstudeerwerk of eerste voorstelling tonen, worden sneller dan ooit opgepikt. “Maar loopt het bij de tweede of derde voorstelling wat stroever, dan trekken programmatoren hun handen ervan af. Er staan toch zoveel nieuwelingen klaar”, merkt Raes op. “De frictie tussen mijn eigen waarden en normen en de realiteit waarin ik werkte, was zo groot geworden dat ik enkel onmacht kon voelen.”

Zo vertelde ze het ook op het Theaterfestival: er was een grote kloof gegroeid tussen de visie die de zogenaamde progressieve sector wil uitdragen en de praktijk, waarbij neoliberale recepten steeds meer de norm worden. Haar speech werd onthaald als taboedoorbrekend. “Omdat de sector voordien niet durfde te kijken naar die kloof.”

De wedloop vertroebelt ook de onderlinge relaties. Op de vraag of het een harde wereld is, volgt instemmend geknik. “Ik was daar erg gevoelig voor”, zegt Raes. “De grens tussen privé en werk was troebel voor mezelf. Voor anderen wordt ze plots wel duidelijk: je hebt een privéprobleem. Ik heb veel geleerd over de waarde van vriendschap in de kunstensector, over wat sommige realisaties maar betekenen. Het was een grote les in bescheidenheid.”

Marie wil liever haar anonimiteit bewaren. Ze is nog niet met haar verhaal naar buiten gekomen. Omdat het nog gevoelig ligt, maar ook: “De stigmatisering. Hoe wordt er gereageerd als je opnieuw gaat solliciteren?”

Mondig publiek

Het frappeert inderdaad hoe weinig mensen openlijk over hun burn-out willen getuigen. En dat in een sector waarvan je enige mildheid verwacht. Raes: “Ik denk dat we goed zijn in spreken over kwetsbaarheid of het tonen ervan op scène. Maar niet naar elkaar toe. De ziekte wordt nog steeds gezien als een zwakte. Ik heb er radicaal voor gekozen om er wel mee naar buiten te komen. Het stigma is soms niet fijn, maar ik heb wel mensen kunnen helpen.”

Ondertussen melden zich voor elke vacature vlot 200 sollicitanten aan. “Ik vraag mij af waar al die mensen ooit werk gaan vinden”, zegt Marie. “En als ze aan de bak geraken, wat dan met de veertigers en vijftigers die het culturele landschap opgebouwd hebben in de jaren tachtig? Hoe moeten zij verder tot aan hun pensioen? Je hoort het vaak zeggen: hoelang zit die daar nog, op zijn stoel? Dan spreken we over vijftigers, en waar moeten die dan heen? Ik vind het niet vanzelfsprekend om je carrière rond te maken in de culturele sector. Je begint vol passie, je bouwt jarenlang iets op, maar je moet ook op tijd kunnen vertrekken. Organisaties zijn bovendien te klein om intern oplossingen te vinden.”

Ook u en ik, de liefhebbers, wakkeren mee het vuur aan. Gaan we naar het theater in Gent, of misschien toch naar een concert in Brussel? En die cultuurhuizen ondertussen maar verleidelijke Facebook-updates verzinnen om ons over de streep te trekken.

“Het publiek is ook veel mondiger”, vindt Raes. Ze beseft goed dat kunst een publiek nodig heeft. Maar wie een kaartje koopt, wil waar voor zijn geld. “Valt de voorstelling tegen? Dan lees je het wel in je mailbox. Soms nog sneller, op Twitter tijdens het stuk: worst performance ever’. Dat is toch anders dan een recensie in de krant, waarbij je misschien de gelegenheid hebt om je visie uit te leggen aan de journalist.”

“Die voortdurende beoordeling, de nood aan applaus en het belang van de perceptie, je moet al van beton zijn om daar tegen te kunnen”, bevestigt burn-outspecialist Luc Swinnen.

Wie eronderdoor is gegaan, zoekt voorzichtig naar alternatieven. Raes werkt aan een onderzoek naar afscheidsrituelen. Ze heeft een jaar nodig gehad om “te vervellen”, om te proberen een leven uit te bouwen waarin ze kan “samenvallen met zichzelf”. Marie combineert een aantal projecten. “Het zwaartepunt leg ik nu bij mezelf, dat geeft een mentale vrijheid. Nooit wil ik me nog zo identificeren met een job.”

Sp.a-volksvertegenwoordiger Yamila Idrissi pleit alvast voor onderzoek, zodat er duidelijkheid komt over de omvang van het probleem. Vlaams minister van Cultuur Sven Gatz liet bij monde van zijn woordvoerster weten dat hij met welzijnscollega Jo Vandeurzen (CD&V) en het Sociaal Fonds voor Podiumkunsten wil bekijken hoe de problematiek in kaart kan worden gebracht. “Hij heeft op zijn dertigste zelf een burn-out meegemaakt, dus hij is de thematiek genegen.”

Droom verwezenlijken

Hier al een tip. Binnenkort dienen de organisaties die structurele erkenning vragen, hun dossiers in. Raes: “Bij het schrijven van zo’n dossier is de eerste valkuil dat we schrijven vanuit de droom en zelf te weinig rekening houden met middelen en mankracht. Een tweede valkuil is dat we minder middelen krijgen dan gevraagd en toch die droom willen verwezenlijken. Ik zou het straf vinden mocht de minister in zijn criteria een manier vinden om te beoordelen of al die voorgestelde plannen effectief menselijk haalbaar en duurzaam zijn.”

Idrissi wil ook zoeken naar preventieve maatregelen en denkt aan proeftuinen waarin geëxperimenteerd kan worden met andere werkvormen, op maat van de sector.

Het is net dat wat Eva De Groote doet. Jarenlang werkte ze bij Vooruit, “waar het net zoals de rest van de culturele wereld bon ton was om marathondagen te werken”. In 2011 viel ze uit. Nu experimenteert ze bij de Gentse kunstenwerkplaats TimeLab met burgerschap, gemeenschapsprojecten, duurzaamheid en tijd. “Het idee is dat je je tijd flexibel inzet. Dat werk niet verengd wordt tot iets vervelend waarvoor je wordt betaald, dat je een stukje van je tijd vrijwillig investeert in een project waar je buurt beter van wordt. Zo krijg je dubbele winst: je wordt er gelukkiger en veerkrachtiger van, wat goed is voor je omgeving, maar ook voor de rest van de samenleving.”

Een voorbeeld: TimeLab werkt aan do it yourself-apparaatjes die fijn stof meten en experimenteert met korteketenvoeding. “Een internationale kunstenaar kwam met het idee om uitheemse planten en dieren te bekijken als voedingsbron, via burgerparticipatie werden projecten ontwikkeld om die soorten in de voedingsketen te krijgen.”

Die duurzame aanpak werpt volgens De Groote vruchten af: “Werken aan eigen of gemeenschappelijke projecten geeft mensen de kans om even uit te zoomen, wat ruimte te maken in hun leven. Dat werkt voor sommige deelnemers zo inspirerend dat ze ondernemer worden, een dag minder gaan werken of net gelukkiger worden op hun werk.”

LOTTE BECKERS

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s