Jan Decleir, dankzij jou ben ik de ‘jihadi’ van de cultuur geworden

Acteur Jan Decleir deed mij voor kunst en cultuur kiezen, foto door Stephan Vanfleteren.

Acteur Jan Decleir deed mij voor kunst en cultuur kiezen, foto door Stephan Vanfleteren.

Beste heer Decleir,
Beste Jan,

Ik zat die ochtend aan het ontbijt in ons arbeidershuisje in een volkswijk van Mechelen en dacht na over wat de avond mij brengen zou. Met de klas gingen we na school kijken naar de voorstelling van Gilles de Rais met jou in de hoofdrol. Ik wist in de verste verte niet wat ik ervan kon verwachten, want theater en boeken, daar deden wij thuis niet aan. Ik was die dag ietwat nerveuzer dan anders, maar aan mijn moeder uitleggen hoe dit kwam, deed ik niet. Niet omdat ik niet wou, maar omdat ik niet kon. De afstand tussen twee werelden was die dag net iets te groot om te overbruggen. Later, dacht ik bij mezelf, later, mama. Dan leg ik het jou uit. Het is me nooit gelukt.

Twee jaar eerder speelde een vriendinnetje uit mijn klas mee in een voorstelling van Jungle Book. Ze was Mowgli. Ik herinner me nog dat ik toen helemaal verloren liep in de stad, op weg naar het Mechels Miniatuur Theater. En dat ik me in de zaal de hele tijd bekeken voelde. Ik was de enige gekleurde in een zaal vol blanke Mechelaars. Dat ongemakkelijke gevoel, dat is me vooral bijgebleven van mijn eerste culturele ervaring. Maar jij, Jan, jij zou dit veranderen. Jij zou die avond in Leuven, zonder het te weten, mijn leven overhoop gooien. Ten goede.


We hebben elkaar alleen nog maar van ver gezien, Jan. Wellicht ken je mij niet, maar ik ken jou des te beter sinds die zonnige lentedag. De Stadsschouwburg in Leuven was de plaats van afspraak. Terwijl mijn klasgenoten erop los kwetterden en zich tussen de voetgangers op de Bondgenotenlaan een weg baanden van het station naar de schouwburg, hield ik mijn adem in. Pas wanneer ik met mijn neus voor dat barokke en imposante gebouw stond, hapte ik weer naar lucht. Noodgedwongen, want mijn mond was intussen opengevallen van pure verbazing. Of was het bewondering? Binnen werd ik een tweede keer overdonderd: de magie van de theaterzaal had mij betoverd. De rode pluchen zetels, de rode vloer, het doek voor het podium, het bladgoud, de muurschilderingen. Ik was Yamila in Wonderland.

En toen moest jij nog komen, Jan. Anderhalf uur lang stond jij alleen op dat – in mijn ogen toen toch – immense podium. Met de woorden van Hugo Claus vulde je de Stadsschouwburg moeiteloos. Je was Gilles de Rais, in de geschiedenisboeken geboekstaafd als de man die Jeanne d’Arc hielp bij het ontzetten van Orléans in de Honderdjarige Oorlog. Voor mijn nieuwe held leek een grote toekomst weggelegd, maar door spil- en hebzucht verspeelde hij nagenoeg zijn hele vermogen. Gilles stortte zich in de alchemie, magie, zelfs exorcisme en eindigde uiteindelijk op de brandstapel. Maar jij, Jan, jij bleef overeind als de man achter Gilles. Jouw zwaard bezorgde mij toen een cultureel litteken dat ik tot op de dag van vandaag, 30 jaar later, koester. En zoals je weet zijn er maar weinig littekens om te koesteren. Als ik vandaag op de barricade sta om cultuur te verdedigen, is dat onder andere door jou, Jan. Gilles sloeg de culturele bliksem door mijn lichaam. Ik zou nooit meer de Yamila zijn van vroeger.

Die avond ontdekte ik voor het eerst dat goed theater – of film of muziek of literatuur of kunst – toeschouwers vaak ongemakkelijk doet voelen. Cultuur confronteert je immers met jezelf, met de hele samenleving en doet je daarover nadenken. Cultuur versterkt je denkbeelden of gooit ze helemaal om. Die confrontatie is vaak hoogst persoonlijk. Zo heeft Het verdriet van België van Hugo Claus mij ‘de Vlaming’ pas echt doen begrijpen. Dat boek heeft me doen inzien waarom ik de mensen hier zo stug vond, waarom ze zo weinig van zich prijsgaven. ‘Le pain nu’ van de Marokkaanse auteur Mohamed Choukri heeft me mijn vader dan weer pas echt doen begrijpen. Die stilte, die onzekerheid en die terugkerende twijfel die altijd onuitgesproken bleven.

Cultuur doet ons nieuwe werelden ontdekken en geeft ons de kans om buiten onszelf te treden. Ze maakt het onbekende bekend. In die zin is cultuur een heel krachtig instrument om bruggen te slaan en vorige, huidige en toekomstige generaties met elkaar te verbinden. En daar weet jij alles van. Misschien weet je, misschien ook niet, dat Brussel, mijn thuis sinds vele jaren, mij heel na aan het hart ligt. De cirkel was dan ook helemaal rond toen je enkele jaren terug de verzuurde kruidenier speelde in Les barons. Een kruidenier die zich doorheen de film liet verleiden door een hoopje hangjongeren in een ‘moeilijke’ Brusselse buurt. De grote Jan Decleir, die niet te beroerd was om mee te stappen in het avontuur van een jonge en beginnende Marokkaanse cineast uit Molenbeek. Je moet het maar doen, je moet het maar durven.

Dankzij jou ben ik de ‘jihadi’ van de cultuur geworden en zet ik mij in voor alle huidige en toekomstige kunstenaars, of ze nu Jan, Nabil of Sidi Larbi heten. Cultuur is voor mij een voorwaarde voor een warme en democratische maatschappij. Neem ze weg en de samenleving verliest haar ziel. Daarom zeg ik uit de grond van mijn hart: Dank u, Jan, dank u voor zoveel schoons.

Hartelijk,
Yamila

Open Brief aan Jan Decleir, De Morgen, 23/04/2014.

© 2014 De Persgroep Publishing
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s