Moderne kunst krijgt de plek die het verdient

Minister Paul Magnette, bevoegd voor federale musea, reageert in een open brief aan Vlaams parlementslid Yamila Idrissi op haar suggesties omtrent een nieuw museum voor Brussel. Lees hier de volledige brief:

Mevrouw de Volksvertegenwoordiger,
Beste Yamila,

De collecties moderne kunst van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten zijn nu inderdaad al meer dan een jaar ontoegankelijk. Dat is een hoofdstad als Brussel onwaardig. Hoewel het Museum selecties van deze werken voorstelt, kan ik mezelf er niet naar schikken dat kunstliefhebbers zich tevreden moeten stellen met slechts een miniem deel van deze prachtige collectie. Ik maak zelf deel uit van degenen die ervan hielden door de gangen van het museum te wandelen om er nog eens de werken te bewonderen van Belgische kunstenaars zoals Spilliaert, Alechinsky, Bury, Dotremont, Delvaux, Broodthaers, Van Lint, Panamarenko en Bertrand. Ik ben ook erg gehecht aan de prachtige collectie schilderijen en sculpturen van internationale kunstenaars die het Museum kon verzamelen: Bacon, Moore, Dali, Jorn, Chirico, Arp en Fontana.

Ik dring er dus bij mijn collega die verantwoordelijk is voor de Regie der Gebouwen op aan dat de werken in de zogenaamde ‘bijgebouwen’ van het Museum zo snel mogelijk beëindigd worden, zodat de kunstwerken er weer hun plaats krijgen. Zij vormen een inspiratiebron voor onze jonge kunstenaars en bieden het publiek een prachtige selectie moderne kunst, zonder welke de hedendaagse kunst niet begrepen kan worden. De heer Verherstraeten gaf me aan dit project als een prioriteit te beschouwen, en ik twijfel er niet aan dat we al deze schatten binnen een redelijke termijn uit de opslagplaatsen kunnen halen, waar ze te lang hebben geslapen.

Mijn ambitie stopt hier niet. Ik ben het met u eens dat Brussel op langere termijn een groot museum voor moderne en hedendaagse kunst verdient. We moeten onze levende kunstenaars de kans geven om hun werk naast die van hun voorouders tentoon te stellen en zo het publiek te laten zien dat de schilders en beeldhouwers van vandaag in dialoog gaan met dit grote verhaal. De aanwezigheid van hedendaagse kunstenaars zal het Museum tot leven brengen, het doen evolueren en tot zijn tijd laten behoren.

De belangstelling voor hedendaagse kunst is overduidelijk. Het succes van evenementen zoals de Brussels Art Fair, en alle ‘off’-beurzen die zich erop enten, tonen het aan. De talrijke privécollecties in België, die trouwens in toenemende mate aan het publiek worden onthuld, getuigen hier ook van. We mogen daarenboven ook op een groot aantal internationaal bekende kunstenaars rekenen als Tuymans, Borremans, François, Foulon of Vergara.

Het toekomstige museum zal op alle schatten van het land moeten kunnen rekenen. We zouden er, al dan niet openbare, uitgeleende bedrijfscollecties kunnen tentoonstellen. Ik denk aan Belfius, de Nationale Bank, Belgacom of ING, waarvan de collecties door hun uitzonderlijk waardevolle karakter beter met het publiek moeten worden gedeeld.

De impact van zo’n dergelijke plek zou aanzienlijk zijn, zowel cultureel als economisch. Brussel staat op enkele stappen van zijn entree in de kring ‘museumsteden’. Hoewel we niet kunnen beweren over even rijke collecties als het MOMA of het Centre Pompidou te beschikken, ben ik ervan overtuigd dat we door de bundeling van onze krachten aan het al uiterst rijke Brusselse culturele aanbod een zeer aantrekkelijke instelling kunnen toevoegen. Ik vrees er dan ook geen moment voor dat dit project huidige tentoonstellingsruimtes zou opslokken. De honger naar kunst wordt bij een museumbezoek niet gestild: het tegenovergestelde is waar en ik denk dus dat deze nieuwkomer in het Brusselse kunstlandschap het bezoek aan het Wiels of de verzameling Vanhaerents alleen maar ten goede kan komen.

Het tijdperk is voorbij dat ministers in hun wijsheid besloten over de precieze vorm die het project zou aannemen, en dat is maar goed ook. Ik heb dus een lijst samengesteld van meer dan 120 spelers in de kunstwereld (kunstenaars, docenten, journalisten, curatoren, galerijhouders, verzamelaars, architecten, …) aan wie ik zal vragen me hun visie over een museum voor moderne en hedendaagse kunst kort te schetsen. De keuze is per definitie arbitrair, maar ik heb erop toegezien dat de verschillende gevoeligheden vertegenwoordigd zijn. Ik zal een compilatie van deze bijdragen publiceren.

Vervolgens zal ik twee rondetafelgesprekken organiseren, een over het concept van het toekomstige Museum zelf, en de andere over de plaatsbepaling. De laatste zal bestaan uit een aantal vertegenwoordigers van lokale en regionale overheden: het is inderdaad duidelijk dat een nieuw Museum in het stedelijke weefsel moet opgenomen worden, en het voorwerp moet uitmaken van een algemene denkoefening op het gebied van stedenbouwkunde en mobiliteit. De piste die u noemt, namelijk een locatie in een wijk in verandering, vlakbij het Kanaal, lijkt me interessant. Ik kan in dit stadium echter niet aangeven of deze de voorkeur heeft op de andere opties. Hoewel een museum een impact heeft op zijn omgeving, kan het de buurt op zijn eentje niet transformeren. Het Tate Modern in Londen is vandaag een baken in de stad, en staat midden in een gebied dat grondige wijzigingen heeft ondergaan. Dit is echter niet het wonderlijke resultaat van de omzetting van een stadskanker in een museum. Dit is het gevolg van een overkoepelende denkoefening en aanzienlijke investeringen in de wijk.

Deze collectieve overdenking die ik samen met de actoren van de kunstwereld en van de Brusselse overheid lanceer, komt bovenop de oefening van de groep bestaande uit de heren Courtois, Mettens, Draguet en Close, die al meer dan een jaar rond dit project werken. Ze betekent ook een aanvulling op de te verwachten resultaten van het bestelde McKinsey-onderzoek.

Ik ben, ten slotte, een grote voorstander van het in omloop brengen van werken in de tentoonstellingsruimtes in de andere grote steden van het land. Indien we, zoals u en ik, de moderne en hedendaagse kunst algemeen willen bekendmaken, moet zij naar de mensen toe gaan. Het buitenland telt al voorbeelden van rondtrekkende musea, zoals het mobiele Centre Pompidou.

Mevrouw de Volksvertegenwoordiger,
Beste Yamila,
U kan rekenen op mijn vastberadenheid om de moderne kunstwerken voor het publiek, dat ze te lang heeft moeten missen, toegankelijk te maken. Ik verzeker u ook van mijn wil om het project op te starten rond de bouw van een groot Museum voor moderne en hedendaagse kunst, die zich door het hele land verspreidt.

Enkel door ambitieuze projecten op gang te brengen, geraken we uit de huidige crisis. Naast de economische voordelen die culturele initiatieven genereren, ben ik ervan overtuigd dat kunst een van de elementen is waarop de vernieuwde betovering van deze wereld moet steunen, het geheel dat sommigen minachtend ‘het oude Europa’ zullen noemen. Wat mij betreft mag het uit zijn culturele wortels de energie putten om tijdens deze nieuwe eeuw te schitteren op de wereld.

Paul Magnette

 

 

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s