De tranen van Mohamed

Gisteravond was op Canvas deel één van ‘Triq slama Mohamed’ te zien, een portret van een gastarbeider van de eerste generatie. YAMILA IDRISSI zag de tranen van de man en huilde mee, maar dan om een andere generatie. (DS opinie 14 dec 2011)

 

Ik ben een politicus. Ik stem decreten, wetten die het samenleven van mensen proberen te regelen. Het samenleven van voetgangers, fietsers en auto’s in de publieke ruimte bijvoorbeeld, en we noemen dat mobiliteit. Of het samenleven van mens en milieu, en we noemen dat duurzaam beleid. Of het samenleven van wie hier al is met wie van elders komt om hier te blijven: integratie.
Ik ben de dochter van een migrant van de eerste generatie. Ik ben een getuige van wat de regels die politici maken, doen met iemand die van elders komt. In tegenstelling tot andere samenlevingsregels, die gevoed worden vanuit tegenspraak, worden die voor integratie immers vooral geschreven vanuit het standpunt van wie er al was, en wat die verwacht van diegene die erbij komt.
In Triq slama Mohamed (‘Reis in vrede Mohamed’) van Loutfi Belghmidi wordt de gastarbeider Mohamed Abdeslam de verteller van een verhaal van hoop en pijn. Hij geeft een gezicht aan statistieken, en houdt zo een spiegel voor aan de politici die regels maken, maar ook aan de volgende generaties die soms die regels in vraag stellen.

Mohamed stelde geen regels in vraag. Hij leefde ernaar. Hij toont ons dat de hardwerkende Marokkaan van de eerste generatie, ongeschoold vaak, niet zoveel verschilt van de hardwerkende Vlaming of van de Limburgse en Italiaanse kompels die hij kwam aflossen in de mijnen. Hij wou vooruit, en deed dat werk alleen om te vermijden dat zijn kinderen het ook zouden moeten doen. Die moesten doen waar hij niet de kans voor gekregen had: studeren. Om documentaires te maken in plaats van erin te figureren. Of om erover te filosoferen.

Toen migratie eenvoudig was

Een van de meest ontroerende momenten in de documentaire is de confrontatie van de oude man met de plek waar hij als kind woonde, met zijn kindertijd ook. Maar tijd om kind te zijn, zo bleek, had hij niet lang gehad. Dat besef, nu hij die tijd wel had, brak een veer. Zijn tranen – bijna droog – wekten ook die van mij op, zijn ‘dochter’.
Het waren niet alleen tranen om de pijn van zijn generatie, maar onwillekeurig ook tranen om een generatie die vandaag in onze steden opgroeit zonder het verleden van Mohamed, zonder eigen verleden, met een zee van tijd die Mohamed te kort kwam, maar zonder de hoop op een betere toekomst die hij wel had. Ik vraag me af hoe zij over vijftig jaar zullen terugkijken naar de buurt van hun kindertijd, Molenbeek.

Migratie was, voor politici in elk geval, eenvoudiger toen de grenzen duidelijker waren. Je werd gevraagd, gekeurd, gescheept, je kwam aan, ging slapen, stond op en ging werken. Geen tijd voor inburgering. Dat gebeurde bij de buren, gratis. De procedures om migraties te organiseren die er niet waren, zijn eenvoudiger dan procedures om migraties te beheersen die er ongevraagd zijn. Mohamed in Triq slama weet van waar hij komt, waarom hij vertrok, en waarom hij gebleven is.

Hij is in vele opzichten een voorbeeld van geslaagde integratie en het bewijs dat zo’n succes niet afgemeten moet worden aan de kleren die hij draagt, maar aan de maatschappelijke positie die zijn kinderen bekleden. Mohamed geeft, ook in zijn vriendschap met de buren die hij meer dan veertig jaar niet zag, maar die hem hielpen met zijn papieren, een antwoord op de doodgravers van de multiculturaliteit: je kunt tegelijk anders zijn én behoren tot. Daar kan ik als politicus geen regels voor bedenken. Dat kun je alleen door verhalen te vertellen, zoals de makers dat in Triq slama doen.

Leonard Nolens schreef ooit: ‘Ik ben in Vlaanderen geboren, maar Vlaanderen is niet in mij geboren’. Nolens is een migrant van de tweede en derde generatie. In Brussel, Mechelen, Antwerpen en Gent worden generaties geboren in wie Brussel, Mechelen, Antwerpen of Gent niet geboren wordt. Die zich niet gewenst voelen in eigen stad. Niemand heeft hen wat gevraagd, het lijkt alsof niemand op hen zit te wachten. Wortels zitten nu eenmaal dieper in klei en leem dan in asfalt en beton.

We moeten, nu de regels van het samenleven in vraag worden gesteld, tijd maken. Tijd maken om samen te wenen, en samen te lachen. Triq slama geeft ons alvast een mooie aanzet.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s