Brussel, toch geen hoofdstad van barbaren?

Opiniestuk, De Standaard 25 juni

Brussel is een stad vol kunstschatten, maar net zoals de Zenne ging al dat fraais de afgelopen eeuwen helaas onder de grond. Luc Tuymans pleit samen met Yamila Idrissi en anderen om die artistieke schroom van de hoofdstad te doorbreken. “Het is tijd voor een grootstedelijk kunsthuis. Om het verleden te vieren en de toekomst te vormen.”

Op het einde van de negentiende eeuw zag in Brussel de Belgische kunstenaarsgroep Les XX (Les Vingt) het licht. Inspirator was de Brusselse jurist Octave Maus, stichter ook van L’art moderne. Met grote namen als James Ensor, Fernand Khnopff, Félicien Rops en Auguste Rodin zond het een golf van vernieuwing door de internationale kunstwereld.

Later kwam er de enige groep van surrealisten buiten Frankrijk die in staat was om Breton de gordijnen in te jagen en nog later in de jaren 1960 waagde de dichter Marcel Broodthaers een sprong in de beeldende kunsten die nog altijd de verbeelding tart en was Brussel een evident rendez-vous voor zowat de hele avant-garde van Joseph Beuys tot Daniel Buren.  Waarom dan is Brussel zo zuinig met de expositie van dat rijke verleden? Waarom mist het daardoor kansen om ook vandaag nog jonge en internationale kunstenaars te inspireren? Waarom kan in Brussel niet wat in Madrid of Basel wel kan? Dit hiaat is eerder al aangeklaagd in spontane protesten en ook de stad Brussel zelf is zich bewust van dit gemis. Het is nu tijd voor actie.

Een stad is wat ze uitstraalt. In de straten van Madrid, Berlijn of Basel adem je kunst in. Niet zo in de hoofdstad van Europa, België, Vlaanderen. Brussel braakland. Deze brokkelige, maar tegelijk ook zo vibrerende wereldstad verbergt zijn kleuren. De moderne en hedendaagse kunst zijn nagenoeg afwezig in het stadslandschap. We kunnen ons geen enkele andere (hoofd)stad met een dergelijke staat van verdienste voor de geest halen die zo morsig met zijn patrimonium omspringt. Geen enkele zichzelf respecterende stad zonder museum voor moderne kunst. Deze desolate toestand grenst aan verwaarlozing. Een hele periode in het artistieke verleden van onszelf en de wereld wordt niet getoond, kan dus ook niet bestudeerd en ontsloten worden. Het getuigt van een gebrek aan elementair respect om de kunst zomaar uit het (stads)beeld te wissen.

Hiermee doen we niet alleen het verleden onrecht aan, we missen ook kansen voor de toekomst. Want zonder een artistieke lieu de memoire, zonder het zicht- en tastbare geheugen van wat de kunst in deze stad door de tijden heen vermocht, stremmen we ook de ontwikkeling van de hedendaagse kunsten. Jonge kunstenaars hebben er nood aan om in dialoog te gaan met de vorige generaties, nationaal en internationaal. Die kans wordt hen vandaag ontzegd. Ook de relaties tussen Brussel en een internationaal netwerk van kunstenaars, academici en kunstkenners worden hierdoor op korte en middellange termijn beschadigd.

Wij, ondertekenaars van deze brief, pleiten voor de oprichting van een Brussels grootstedelijk kunsthuis. Dit voorstel werd, op initiatief van Vlaams sp.a-parlementslid Yamila Idrissi, recent aan de pers voorgesteld. De positieve reacties moedigen ons aan om de druk verder op te voeren. We hebben een kunsthuis voor ogen naar het model van het Baselse Shaulager. Dat huis combineert twee functies. Het biedt hoogkwalitatieve depotruimtes voor een kunstverzameling en het beschikt over een tentoonstellingsruimte en een auditorium waardoor deze collectie getoond, ontsloten en bestudeerd kan worden. Een Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunsten moet een beroep kunnen doen op de medewerking van drie verschillende types collecties die in Brussel aanwezig zijn. Een, de collecties in handen van de overheid (zoals die van de Nationale Bank en de NMBS). Twee, de bedrijfscollecties (banken zoals ING en Dexia of multinationals zoals Lhoist). Drie, de privéverzamelaars. Zo heeft Dexia de grootste private collectie moderne en hedendaagse Belgische kunst. Met een paar duizend werken heeft het de grootste privéverzameling van het land. De collectie Moderne kunst bevat onder meer Marcel Broodthaers, Roger Raveel, Luc Tuymans, Jan Fabre en Berlinde De Bruyckere. Ook KBC nam met Cera, ABB en Investco een verzameling met zo’n 600 kunstwerken over. Een enorm potentieel voor een collectie met internationale naam en faam in Brussel. De initiatiefnemers van deze oproep hebben met diverse van deze partijen al positieve, verkennende gesprekken gevoerd.

België, en met name Brussel, kent heel wat verzamelaars die de voorbije decennia collecties bij elkaar hebben gebracht van een in sommige gevallen onovertroffen inhoudelijke kwaliteit. Vooral inzake de Avant-gardes van na WOII herbergt Brussel fenomenaal rijke bestanden. Voor veel verzamelaars die een gezegende leeftijd naderen, dringt zich op relatief korte termijn de vraag op wat er na hun overlijden met hun collecties moet gebeuren. Voor de meesten is de oprichting van een privémuseum niet haalbaar. En België beschikt nauwelijks over een geschikte wetgeving die bruggen slaat tussen privépersonen en publieke instellingen. Regelmatig verdwijnen daardoor privécollecties naar het buitenland, in hoofdzaak de Verenigde Staten.

Op basis van onze gesprekken zijn we ervan overtuigd dat we privéverzamelaars over de streep kunnen trekken. Wat we aanbieden -een professionele depotruimte en faciliteiten voor conservatie en restauratie- verhoogt de waarde van hun collectie. Deze kwalitatief uitzonderlijke pool van kunstwerken kunnen we beschikbaar stellen voor internationaal gerenommeerde curatoren en kunstenaars die dan op jaarlijkse basis hun ‘canon’ van de moderne en hedendaagse kunst kunnen presenteren.

Niet alleen de kunstverzamelaars, de stad en het publiek kunnen van het Brussels museum voor moderne kunst genieten, ook de bestaande kunsthuizen. De nieuwe instelling mag zeker de werking, de doelstellingen en instellingen van andere kunsthuizen, zoals BOZAR, WIELS of ARGOS, niet schaden. We geloven dat het tegendeel zal gebeuren. De andere huizen zullen meegenieten van de uitstraling van Brussel als kunststad. Het zal de bezoekersaantallen van alle huizen doen toenemen. Dit zal ook de infrastructuur voor het wetenschappelijk onderzoek naar de kunsten ten goede komen. Die verkeert vandaag in een ronduit belabberde toestand.

De tijd is rijp om actie te ondernemen. Na de zomer zal een werkgroep de mogelijke pistes voor een inplanting van een Brussels kunsthuis bestuderen. We kunnen daarbij bogen op eerdere initiatieven, maar we sporen alle betrokkenen aan om de lat zeer hoog te leggen. De ambitie moet evenredig zijn aan de kwaliteiten van Brussel als historische kunstenstad. Laat ons samen Brussel optillen. Laat ons het verleden van deze rijke kunststad vieren en de toekomst vorm geven in een Museum voor Moderne en Hedendaagse Kunsten van Brussel.

Hans de Wolf

Kunsthistoricus, doceert Kunstwetenschappen en esthetica aan de Vrije Universiteit Brussel.

Luc Tuymans

Kunstenaar, curator Belgisch paviljoen Venetië 2011

Angel Vergara

Kunstenaar, laureaat Belgisch paviljoen Venetië 2011

Catherine De Zegher,

artistic director 18de Biënnale van Sydney

Yamila Idrissi

Vlaams volksvertegenwoordiger (sp.a), lid commissie cultuur

 

Bruxelles, pas une capitale de barbares après tout?

Bruxelles est une ville remplie de trésors artistiques, mais tout comme la Senne, toutes ces belles choses ont malheureusement disparu sous terre au cours des derniers siècles. Luc Tuymans, Yamila Idrissi et d’autres plaident ensemble pour rompre avec cette pudicité artistique de la capitale. “L’’heure est venue pour une maison d’art métropolitaine. Pour célébrer le passé et façonner l’avenir.”

A la fin du dix-neuvième siècle, le cercle artistique belge Les XX (Les Vingt) voit le jour à Bruxelles. L’inspirateur en était le juriste bruxellois Octave Maus, également fondateur de L’art moderne. Le mouvement, qui regroupe de grands noms comme James Ensor, Fernand Khnopff, Félicien Rops et Auguste Rodin fait souffler un vent de renouveau sur le monde artistique international.

Plus tard s’est formé le seul groupe de surréalistes – non établi en France – qui était en mesure de rendre fou André Breton et, plus tard encore, dans les années 1960, le poète Marcel Broodthaers a franchi un pas vers les arts plastiques qui laisse encore toujours coi et Bruxelles est devenue un lieu de rendez-vous évident pour l’ensemble du mouvement avant-garde, de Joseph Beuys à Daniel Buren. Alors pourquoi Bruxelles est-elle si peu disposée à exposer ce riche passé ? Pourquoi n’a-t-elle pas saisi l’occasion pour inspirer aujourd’hui encore de jeunes artistes internationaux ? Pourquoi Bruxelles ne peut-elle pas faire ce que font Madrid et Bâle? Cette lacune a déjà été dénoncée par des protestations spontanées et la ville de Bruxelles est elle-même consciente de ce manque. Il est temps d’agir.

La valeur d’une ville est jugée à la lumière de son rayonnement. Les rues de Madrid, de Berlin ou de Bâle respirent l’art. Ce n’est pas le cas pour les rues de la capitale de l’Europe, de la Belgique, de Flandre. Bruxelles est une terre en friche. Cette métropole morcelée mais si vibrante estompe ses couleurs. Le paysage urbain est dénué d’art moderne et contemporain. Aucune autre capitale avec pareil palmarès ne traite son patrimoine avec autant de nonchalance. Toute autre ville qui se respecte tant soit peu dispose d’un musée d’art moderne. Cette situation affligeante frôle la négligence. Une période entière du passé artistique belge et mondial brille par son absence : elle ne peut de fait pas être étudiée ni révélée au public. Effacer gratuitement l’art du paysage (urbain) témoigne d’un manque de respect élémentaire.

Non seulement nous faisons ainsi du tort au passé, nous manquons également des opportunités pour l’avenir. En effet, sans lieu de mémoire artistique, sans mémoire visible et tangible de la puissance qu’avait l’art au fil du temps dans cette ville, nous freinons également le développement des arts contemporains. Les jeunes artistes ont besoin d’entrer en dialogue avec les générations passées, nationales et internationales. Ils sont privés de cette chance aujourd’hui. Les relations entre Bruxelles et le réseau international d’artistes, d’académiciens et de connaisseurs se détériorent également à court et à moyen terme.

Nous, signataires de la présente lettre, plaidons pour la création d’une maison d’art métropolitaine bruxelloise. Cette proposition a récemment été présentée à la presse à l’initiative de Yamila Idrissi, membre sp.a du parlement flamand. Les réactions positives nous encouragent à augmenter la pression. Nous pensons à une maison d’art comme le Shaulager à Bâle. Ce musée combine deux fonctions. Il offre des espaces de dépôt de qualité supérieure pour une collection d’œuvres d’art et il dispose d’un espace d’exposition et d’un auditoire qui permettent de montrer, de dévoiler et d’étudier cette collection. Un Musée d’Arts Modernes et Contemporains doit pouvoir s’appuyer sur trois différents types de collections présentes à Bruxelles. Un, les collections aux mains des pouvoirs publics (telles que celles de la Banque Nationale et de la SNCB) ; deux, les collections d’entreprises (celles de banques comme ING et Dexia ou de multinationales comme Lhoist) ; trois, les collections privées. Ainsi, Dexia possède la plus grande collection privée d’art moderne et contemporain belge. C’est la plus grande collection privée du pays avec plusieurs milliers d’œuvres. La collection Art moderne comprend entre autres des œuvres de Marcel Broodthaers, Roger Raveel, Luc Tuymans, Jan Fabre et Berlinde De Bruyckere. La KBC a également repris une collection composée de près de 600 œuvres d’art avec Cera, ABB et Investco. Un potentiel énorme pour constituer une collection de renommée internationale à Bruxelles. Les initiateurs du présent appel ont déjà engagé des négociations exploratoires positives avec plusieurs de ces parties.

La Belgique et notamment Bruxelles dispose de bon nombre de collectionneurs qui ont constitué des collections d’une qualité parfois inégalée, ces dernières décennies. Bruxelles héberge surtout des collections phénoménalement riches des Avant-gardes d’après la deuxième guerre mondiale. La question se pose, à relativement court terme, de savoir que faire des collections de bon nombre de collectionneurs qui ont atteint un âge bénit. Pour la plupart d’entre eux, la création d’un musée privé n’est pas faisable. Et la Belgique dispose à peine d’une législation adéquate qui jette des ponts entre les personnes privées et les institutions publiques. Des collections privées disparaissent ainsi régulièrement vers l’étranger et principalement les Etats-Unis.

Les pourparlers nous ont convaincus qui nous pouvons gagner des collectionneurs privés à notre cause. Ce que nous offrons – un dépôt professionnel et des facilités de conservation et de restauration – augmente la valeur de leur collection. Nous pourrions mettre ce pool d’œuvres de qualité exceptionnelle à la disposition de curateurs et d’artistes de renommée internationale qui pourraient ensuite présenter chaque année leur « canon » d’art moderne et contemporain.

Les collectionneurs, la ville et le public ne seraient pas seuls à pouvoir jouir du musée bruxellois d’art moderne : les maisons d’art existantes en tireraient également profit. Ce nouvel établissement ne peut en aucun cas nuire au fonctionnement et aux objectifs d’autres musées comme le BOZAR, le WIELS ou ARGOS. Nous croyons que ce sera tout le contraire. Les autres musées bénéficieront du rayonnement de Bruxelles en sa qualité de ville d’art. Son existence fera augmenter le nombre de visiteurs de tous les musées. Cela profitera également à l’infrastructure de la recherche scientifique sur les arts. Celle-ci se trouve dans une situation délabrée actuellement.

Le temps est venu d’agir. A la fin de l’été, un groupe de travail se penchera sur les éventuelles pistes d’implantation d’un musée bruxellois. Nous pourrons nous appuyer sur des initiatives antérieures, mais nous incitons tous les intéressés à mettre la barre très haut. Notre ambition doit égaler les qualités de Bruxelles en tant que ville d’art historique. Exhaussons Bruxelles ensemble. Célébrons le passé de cette riche ville culturelle et façonnons son avenir dans un Musée d’Arts Modernes et Contemporains de Bruxelles.

Hans de Wolf

Historien d’art, enseigne l’histoire de l’art et l’esthétique à la Vrije Universiteit Brussel.

Luc Tuymans

Artiste, curateur pavillon belge Venise 2011

Angel Vergara

Artiste, lauréat pavillon belge Venise 2011

Catherine De Zegher,

artistic director 18e Biennale de Sydney

Yamila Idrissi – parlementaire flamande (sp.a) – membre de la commission culture

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s