Gediplomeerd. Succesvol. Allochtoon.

‘Het multiculturalisme heeft gefaald’, zeiden de Britse premier David Cameron en de Franse president Nicolas Sarkozy deze week. ‘Witte scholen worden witter, zwarte zwarter’, klonk het bij de onderwijsbons Mieke Van Hecke. Haar Nederlandse collega verklaarde de strijd voor gemengde scholen zelfs definitief verloren. Hoe ervaart de allochtone gemeenschap zoveel defaitisme? Vier migranten die weigerden zich neer te leggen bij het pessimisme, getuigen. ‘Ik was al afgeschreven voor ik goed en wel begonnen was.’
 
 
Yamilla Idrissi: Advocate en Vlaams Parlementslid (sp.a)

Snit en naad. Volgens de directrice van haar lagere school lag daarin de toekomst van Yamilla Idrissi, 43, advocate en Vlaams Parlementslid voor sp.a.

‘Ik was één jaar toen mijn ouders van Beni Sidel in Marokko naar Mechelen emigreerden’, vertelt ze. ‘We waren met acht kinderen thuis. Mijn vader werkte als arbeider voor de Metallurgie. Breed hadden we het niet. Op school redeneerden ze: ‘Die wordt binnen de kortste keren uitgehuwelijkt. Daar kunnen we maar beter niet te veel energie in investeren. Beroepsonderwijs is hoog genoeg gegrepen.’ Ik werd al afgeschreven nog voor ik was begonnen. Zo ging dat toen. En zo gaat dat in veel gevallen helaas nog altijd.’

‘Een leraar Nederlands zag dat er meer in me zat. Dat is mijn redding geweest. Hij overtuigde me om me in te schrijven in een gerenommeerde katholieke meisjesschool. Een ‘witte’ school. We waren met twee Marokkaanse meisjes. Nu is het een concentratieschool. Mijn ouders konden me niet helpen. Ze spraken de taal niet, ze kenden de weg niet. Ik stond er helemaal alleen voor. Moeilijk, als je twaalf, dertien bent. Verschrikkelijk moeilijk. Op school was ik de vreemde eend in de bijt, in de wijk was ik de deserteur. Zeker toen ik – als meisje – rechten ging studeren. Wie dacht ik wel dat ik was? Waarom was hun toekomst voor mij niet goed genoeg? Toen ik afgestudeerd was, kreeg ik respect met terugwerkende kracht. Dat wel. Toen kwamen heel veel mensen me vragen hoe ik het aan boord had gelegd. Maar op het moment zelf was het ploeteren. Echt ploeteren.’

Na haar rechtenstudies ging Yamilla Idrissi werken aan de Brusselse balie, en besloot ze lotgenotes te helpen. Ze werd voorzitster van het Steunpunt voor Allochtone Meisjes en Vrouwen en hielp het Vlaams Marokkaans Cultuurhuis Daarkom uit de grond stampen. In juni 2009 werd ze als eerste lijsttrekster van Marokkaanse origine in ons land verkozen voor het Vlaams Parlement, waar ze zetelt voor sp.a.

Ook opvallend: acht jaar geleden al zei ze in een interview dat het minderhedenbeleid ‘mislukt’ was en dat ‘de apartheid in het onderwijs en de arbeidswereld alleen maar toenam’. En toch, zegt ze, voelen uitspraken van politici en onderwijsbonzen over het mislukken van de multiculturele samenleving als ‘een kaakslag’.

Harder proberen

‘Het defaitisme stoort me. De houding van: ‘Er valt niets aan te doen.’ Nu ook weer in het debat over witte en zwarte scholen. Is het moelijk? Ja. Absoluut. Er zijn weinig maatschappelijke problemen waar zoveel hoeken en kanten aan zijn. Maar opgeven is geen optie. Als het niet lukt, moeten we gewoon harder proberen. De inspanningen opvoeren. We hebben geen andere keus. We gaan toch geen tienduizenden kinderen afschrijven, zeker? Dat kan toch niet? We gaan ze later nodig hebben. Al was het maar om de vergrijzing op te vangen. Autochtonen moeten van hun wij/zij-denken afstappen, allochtonen moeten loskomen van hun slachtofferrol. Dringend. Politici moeten hen daarin voor hun eigen verant-woordelijkheden stellen. Aan beide kanten. Ook als ze zich daarmee onpopulair maken.’

‘President Barack Obama doet dat bijvoorbeeld heel goed, vind ik. Ahmed Aboutaleb, ook, de Marokkaanse burgemeester van Rotterdam. Ik heb hem hier in Brussel een keer horen donderpreken tegen zijn eigen achterban. Ze moesten stoppen met zich te wentelen in zelfmedelijden, zei hij streng. Ze moesten de kansen grijpen die onze maatschappij hun bood. ‘Waarom bent u zo hard voor ons?’, riep iemand in het publiek. ‘U bent toch een van ons?’ Waarop Aboutaleb, in het Berbers: ‘Omdat ik van u hou.’ Kijk: dát soort leiders hebben we nodig. Anders wordt het failliet van de multiculturele samenleving gewoon een selffulfilling prophecy.’

 

Bilal Benyaich: politicoloog, beleidsadviseur bij de SERV en publicist

Politicoloog. Bilal Benyaich (28) heeft niet één, maar twee jobtitels. Beleidsadviseur bij de Sociaal Economische Raad voor Vlaanderen (SERV), staat er op zijn visitekaartje. Maar ook: publicist. Vorig jaar schreef hij het boek ‘Europa, Israël en de Palestijnen’, dat uitstekende recensies kreeg. En u kunt zijn naam ook kennen van de opiniepagina’s van Knack en deze krant. Zijn diploma politicologie aan de Vrije Universiteit Brussel behaalde Bilal Benyaich magna cum laude. Fallait le faire, als kind van twee ouders die niet konden lezen of schrijven toen ze van Marokko naar Limburg emigreerden.

‘Mijn vader kwam naar België om in de mijnen te werken. Hij en mijn moeder wilden hier een gezin stichten en een betere toekomst uitbouwen voor hun kinderen. Ze hadden een hoge prijs betaald om ongeschoold te zijn in de 20ste eeuw. Ze wilden tot elke prijs vermijden dat hun vijf kinderen hetzelfde lot zouden ondergaan in de 21ste eeuw. Daar werden we van kindsbeen af van doordrongen.’

‘Om hen niet teleur te stellen, werkten we keihard op school. Dubbel zo hard als de anderen. Ik was de tweede allochtoon in de geschiedenis van het Diestse Sint-Jan Bergmanscollege. Ik mocht alleen maar binnen omdat mijn lagereschoolresultaten uitmuntend waren. Ik moest me keihard bewijzen. Iedereen op die school was alles wat ik niet was: kind van universitairen, welstellend, blank ook – geen onbelangrijk detail. Maar: mijn motivatie compenseerde alles. Ik was gigantisch gedreven. Ik wilde niet zomaar slagen, ik wilde een primus worden.’

‘En toch. Je zal me nooit horen zeggen dat een diploma halen voor mensen met mijn achtergrond, een arbeidersachtergrond, een kwestie is van wilskracht alléén. Zo simpel is het niet. Ons onderwijssysteem is heel erg op de leest van de middenklasse geschoeid. Het reproduceert ongelijkheid. Kinderen van arbeiders en allochtonen hebben het ontzettend moeilijk.’

‘Er is, op dat van Hong Kong na, geen enkel onderwijssysteem dat sociale ongelijkheid zo bestendigt en in de hand werkt als het onze. Kansrijke kinderen worden nog kansrijker, kansarme kinderen nog kansarmer. Dat kan je objectief met cijfers en statistieken aantonen. Negen jaar GOK-beleid (Gelijke Onderwijs Kansen) heeft in dat opzicht nog niet veel veranderd. Al is het de vraag of negen jaar niet te kort is om al echt effecten te kunnen meten. Kansarme kinderen worden nog altijd te snel in het BSO en TSO gerangeerd. Ook al is dat ver beneden hun mogelijkheden.’

Ongelukkige uitspraken

‘De uitspraken over witte en zwarte scholen zijn ongelukkig. Dat is het minste wat je kan zeggen. Dat Mieke Vanhecke – en velen met haar – zich neerlegt bij een toenemende segregatie in de Vlaamse scholen, werkt alleen nog meer segregatie in de hand. Onze samenleving wordt almaar veelkleuriger. Dat is onomkeerbaar. Het onderwijs heeft de plicht niet enkel kwaliteit te leveren maar ook het algemeen belang te dienen, en dat doe je niet door je neer te leggen bij een vorm van apartheid.’

‘Ook het debat over het failliet van het multiculturalisme is in dat opzicht ontzettend schadelijk. We zijn in West-Europa relatief tolerant geweest tegenover ethnische en culturele minderheden. We eisten alleen – terecht, als je ‘t mij vraagt, en we moeten dat blijven doen – dat iedereen zich in het openbaar domein aan een aantal spelregels zou houden. Waarom zou dat nu plots niet meer volstaan? Waarom zou onze tolerantie plots moeten worden teruggeschroefd? Daar is toch geen reden toe?’

‘Ik heb soms de indruk dat het een grote politieke schijnbeweging is, het hele debat dat nu weer wordt opgepookt. Iets waar kranten over volgeschreven kunnen worden terwijl er langs alle kanten op publieke uitgaven wordt beknibbeld en de verzorgingsstaat wordt uitgekleed. Nietwaar?’

 

Abderrahim Lahlali: Advocaat, bekend van de zaak-Beliraj

Als er al een Belgisch equivalent van de American Dream bestaat, dan is de 32-jarige succesadvocaat Abderrahim Lahlali, bekend van de zaak-Beliraj, er de belichaming van. Een halve eeuw geleden emigreerde zijn vader van Marokko naar Gent, op zoek naar een betere toekomst als arbeider bij UCO. Het gezin Lahlali kwam in de Brugse Poort terecht, de kansarmste aller migrantenwijken.

Met z’n achten waren ze. Opgevoed in het Arabisch. Vogels voor de kat, zeg maar. Na het zesde leerjaar adviseerde het PMS Abderrahim technisch onderwijs te volgen. Ook al was hij een primus. Meer uitleg kreeg hij niet. Het stond gewoon zo in zijn rapport. Twintig jaar later wordt hij er nog altijd kwaad van. Niet omdat hij geen arbeider wilde worden – ‘dat wil ik absoluut benadrukken’, wel omdat niemand geloofde dat hij meer in zijn mars had.

‘Ken je het Pygmalion-effect? Dat komt erop neer dat mensen worden beoordeeld op hun gepercipieerde en niet op hun werkelijke talenten. Wel, dat effect speelt gastarbeiders al sinds hun aankomst hier parten. De ene generatie na de andere krijgt te horen dat het multiculturalisme gedoemd en zelfs mislukt is. Zelfs toppolitici als Yves Leterme, Angela Merkel en David Cameron zeggen dat. Moeten we dan verbaasd zijn dat jonge allochtonen hun zelfvertrouwen verliezen?’

‘Ik vind dat soort uitspraken getuigen van een bijna grotesk populisme. Ik ben zeer actief in de allochtonenwerking in Gent. Ik zit in de vereniging Divers&Actief, die discriminatie tegengaat, en ik richtte een voetbalploeg op om kansarme allochtone jongeren een perspectief te geven. Wel, ik kan je verzekeren: ongenuanceerde uitspraken als die van Leterme komen keihard aan. Mensen voelen zich echt geschoffeerd. Hoe kunnen ze in zichzelf en in hun toekomst geloven, als zelfs hun premier insinueert dat het allemaal om zeep is?’

Lahlali ontsnapte aan de generatiearmoede dankzij een goede vriend: Mohamed El Omari, jurist bij het Vlaamse Centrum voor Schuldbemiddeling. ‘Met jouw schoolresultaten moet je ASO doen’, zei Mohamed, die twee jaar ouder was. Hij overtuigde me om me in te schrijven in het katholieke college waar hij zelf naartoe ging. We waren met vier allochtonen op duizend leerlingen. Ik deed economie-moderne talen en studeerde af met onderscheiding.

‘En toch gebeurde het opnieuw. Na het laatste jaar zei het PMS: ‘Hogeschool. Korte type. Dat is het maximaal haalbare. Universiteit is te hoog gegrepen.’ Opnieuw was het Mohamed die me overhaalde rechten te studeren. Hij vulde mijn inschrijvingsformulier in – zelf durfde ik niet. Wat had een allochtoon in de rechten te zoeken? Opnieuw: het Pygmalion-effect. Ik was het ongeloof van de maatschappij zélf gaan geloven.’

Één vriend

‘Ons onderwijssysteem geeft kansarme leerlingen onvoldoende kansen. Zo heb ik het ervaren. Het is zelfs erger dan dat. Het ontneemt kansarme leerlingen de weinige kansen die ze hebben. Het versterkt de sociale ongelijkheid in plaats van ze te bestrijden. Mijn twee oudere broers deden allebei TSO omdat hen dat vanwege hun sociaal-economische achtergrond werd opgedrongen. Toen ik ASO had gedaan, herschoolden ze zich allebei. Met succes. Omdat ze zagen dat het wél mogelijk was. Allemaal omdat één vriend, nota bene ook een allochtoon, zich om mij bekommerde.’

‘Waarom maken de onderwijsbonzen en politici geen werk van een performante begeleiding van allochtone leerlingen, in plaats van kansarmen te demotiveren door ze elk toekomstper- spectief te ontnemen? Waarom stoppen ze de concurrentie tussen de scholen niet, en investeren ze niet in álle leerlingen? Witte scholen, zwarte scholen … Hoeveel harder kan je sociaal achtergestelde leerlingen nog stigmatiseren? En vooral: hoeveel talent moet nog verloren gaan voor er eindelijk iets verandert?’

Sevda Aslan: Runt samen met haar man Aslan Consulting

Als het over allochtonen en onderwijs gaat, zijn weinig getuigen zo bevoorrecht als Sevda Aslan. Begin jaren negentig studeerde de 39-jarige Turkse aan de Antwerpse Normaalschool af als leerkracht lager onderwijs, als een van de eerste allochtonen ooit. ‘Ik denk niet dat veel ouders hun kinderen bij een bruine juf willen zien’, siste een stagebegeleidster haar destijds toe. Maar dat hield haar niet tegen. Aslan gaf acht jaar les in het derde en vierde leerjaar. Eerst in een ‘zwarte’ school, dan in ‘witte’. Intussen runt ze samen met haar man een consultingbedrijf, maar via haar drie kinderen weet ze nog goed wat er leeft in het onderwijs.

‘Mijn kinderen gaan naar Pius X, een katholiek college op het Kiel in Antwerpen’, vertelt ze. ‘Ik deed daar zelf ook mijn humaniora. Toevallig. Omdat die school het dichtst in de buurt was. Op de lagere school, in het Maria Boodschap Instituut, zat ik in de klas met Chinezen, Indiërs, Bulgaren, Marokkanen, Kenianen en Maghrebijnen. Vijftien nationaliteiten, als het er geen twintig waren. Maar daar trokken de ‘nonnekes’ zich niets van aan. Iedereen was gelijk. Iedereen moest Nederlands leren. Iedereen moest mee, hoe moeilijk het ook was. Aan iedereen werden dezelfde, relatief hoge eisen gesteld. Ook aan kinderen die er pas halverwege het schooljaar invielen. Dat is – denk ik – mijn grote geluk geweest. Ik werd achter m’n veren gezeten. Ook nadien, op Pius X.’

‘In het lager en het middelbaar ging ik twee keer voor langere periodes terug naar Turkije. Dat was toen de gewoonte. De generatie van mijn ouders dacht dat ze zou terugkeren, en wilde ons daarop voorbereiden. Toen ik terug in België kwam, kende ik nauwelijks nog Nederlands. Laat staan Frans, Duits of Engels. Maar: mijn klastitularis en mijn leerkrachten hadden geen compassie. Ik moest en zou ASO blijven doen. Moderne talen, zelfs. Elke woensdagnamiddag, elke zaterdagvoormiddag kreeg ik bijles. Tot ik helemaal bijgebeend was.’

‘Die betrokkenheid, die mis ik nu soms. Die drang om kinderen allemaal over de meet te halen. Toen ik zelf op een ‘zwarte’ school les ging geven, hoorde ik collega’s zeggen: ‘Dat doe ik niet. Dat kunnen ze niet. Dat heeft geen zin.’ Heelder stukken van het leerplan werden overgeslagen, heelder hoofdstukken niet gegeven. Louter op basis van vooroordelen. Maar daar bewijs je allochtonen geen dienst mee natuurlijk.’

‘Kwetsbare leerlingen moet je wapenen. Niet nog kwetsbaarder maken. Laat staan opgeven of stigmatiseren. Er is een mentaliteitswijziging nodig. We moeten weer meer van allochtone leerlingen verwachten. Alleen zo gaan we een brede allochtone middenklasse krijgen. En die hebben we heel hard nodig. Al was het maar als rolmodellen. Op de speelplaats kwamen kinderen me heel vaak vragen: ‘Juf, mag dat wel, voor een Turkse: lesgeven? Mag dat wel van de directeur en van de minister?’ Die stereotiepen, die tonen dat er nog een lange weg te gaan is.’

Ongeloof

Zeven jaar geleden stapte Sevda Aslan in Aslan Consulting, het bedrijf van haar man. De tienkoppige kmo verzorgt de administratie van meer dan honderd vooral Turkstalige bedrijven. Aslan Consulting haalde dit jaar de shortlist voor de diversiteitsprijs van Unizo. Vorig jaar eindigde het tweede.

Hoe komen onheilstijdingen over het failliet van het multiculturalisme aan bij het bedrijf? ‘Er wordt heel veel over gesproken. Zowel onder werknemers als onder klanten. Het overheersende gevoel is er één van ongeloof. Van verbijstering, zelfs.’

‘Hoe kunnen toppolitici nu zulke signalen geven? Ze weten toch dat onze maatschappij almaar diverser wordt, en dat we elkaar steeds meer nodig zullen hebben. Waarom blijven ze dan volharden in hun wij/zij-retoriek, terwijl ze weten dat er geen weg terug is?’

Bron: De Tijd, 14 februari 2011

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s