Moderne kunst krijgt de plek die het verdient

Minister Paul Magnette, bevoegd voor federale musea, reageert in een open brief aan Vlaams parlementslid Yamila Idrissi op haar suggesties omtrent een nieuw museum voor Brussel. Lees hier de volledige brief:

Mevrouw de Volksvertegenwoordiger,
Beste Yamila,

De collecties moderne kunst van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten zijn nu inderdaad al meer dan een jaar ontoegankelijk. Dat is een hoofdstad als Brussel onwaardig. Hoewel het Museum selecties van deze werken voorstelt, kan ik mezelf er niet naar schikken dat kunstliefhebbers zich tevreden moeten stellen met slechts een miniem deel van deze prachtige collectie. Ik maak zelf deel uit van degenen die ervan hielden door de gangen van het museum te wandelen om er nog eens de werken te bewonderen van Belgische kunstenaars zoals Spilliaert, Alechinsky, Bury, Dotremont, Delvaux, Broodthaers, Van Lint, Panamarenko en Bertrand. Ik ben ook erg gehecht aan de prachtige collectie schilderijen en sculpturen van internationale kunstenaars die het Museum kon verzamelen: Bacon, Moore, Dali, Jorn, Chirico, Arp en Fontana.

Ik dring er dus bij mijn collega die verantwoordelijk is voor de Regie der Gebouwen op aan dat de werken in de zogenaamde ‘bijgebouwen’ van het Museum zo snel mogelijk beëindigd worden, zodat de kunstwerken er weer hun plaats krijgen. Zij vormen een inspiratiebron voor onze jonge kunstenaars en bieden het publiek een prachtige selectie moderne kunst, zonder welke de hedendaagse kunst niet begrepen kan worden. De heer Verherstraeten gaf me aan dit project als een prioriteit te beschouwen, en ik twijfel er niet aan dat we al deze schatten binnen een redelijke termijn uit de opslagplaatsen kunnen halen, waar ze te lang hebben geslapen.

Mijn ambitie stopt hier niet. Ik ben het met u eens dat Brussel op langere termijn een groot museum voor moderne en hedendaagse kunst verdient. We moeten onze levende kunstenaars de kans geven om hun werk naast die van hun voorouders tentoon te stellen en zo het publiek te laten zien dat de schilders en beeldhouwers van vandaag in dialoog gaan met dit grote verhaal. De aanwezigheid van hedendaagse kunstenaars zal het Museum tot leven brengen, het doen evolueren en tot zijn tijd laten behoren.

De belangstelling voor hedendaagse kunst is overduidelijk. Het succes van evenementen zoals de Brussels Art Fair, en alle ‘off’-beurzen die zich erop enten, tonen het aan. De talrijke privécollecties in België, die trouwens in toenemende mate aan het publiek worden onthuld, getuigen hier ook van. We mogen daarenboven ook op een groot aantal internationaal bekende kunstenaars rekenen als Tuymans, Borremans, François, Foulon of Vergara.

Het toekomstige museum zal op alle schatten van het land moeten kunnen rekenen. We zouden er, al dan niet openbare, uitgeleende bedrijfscollecties kunnen tentoonstellen. Ik denk aan Belfius, de Nationale Bank, Belgacom of ING, waarvan de collecties door hun uitzonderlijk waardevolle karakter beter met het publiek moeten worden gedeeld.

De impact van zo’n dergelijke plek zou aanzienlijk zijn, zowel cultureel als economisch. Brussel staat op enkele stappen van zijn entree in de kring ‘museumsteden’. Hoewel we niet kunnen beweren over even rijke collecties als het MOMA of het Centre Pompidou te beschikken, ben ik ervan overtuigd dat we door de bundeling van onze krachten aan het al uiterst rijke Brusselse culturele aanbod een zeer aantrekkelijke instelling kunnen toevoegen. Ik vrees er dan ook geen moment voor dat dit project huidige tentoonstellingsruimtes zou opslokken. De honger naar kunst wordt bij een museumbezoek niet gestild: het tegenovergestelde is waar en ik denk dus dat deze nieuwkomer in het Brusselse kunstlandschap het bezoek aan het Wiels of de verzameling Vanhaerents alleen maar ten goede kan komen.

Het tijdperk is voorbij dat ministers in hun wijsheid besloten over de precieze vorm die het project zou aannemen, en dat is maar goed ook. Ik heb dus een lijst samengesteld van meer dan 120 spelers in de kunstwereld (kunstenaars, docenten, journalisten, curatoren, galerijhouders, verzamelaars, architecten, …) aan wie ik zal vragen me hun visie over een museum voor moderne en hedendaagse kunst kort te schetsen. De keuze is per definitie arbitrair, maar ik heb erop toegezien dat de verschillende gevoeligheden vertegenwoordigd zijn. Ik zal een compilatie van deze bijdragen publiceren.

Vervolgens zal ik twee rondetafelgesprekken organiseren, een over het concept van het toekomstige Museum zelf, en de andere over de plaatsbepaling. De laatste zal bestaan uit een aantal vertegenwoordigers van lokale en regionale overheden: het is inderdaad duidelijk dat een nieuw Museum in het stedelijke weefsel moet opgenomen worden, en het voorwerp moet uitmaken van een algemene denkoefening op het gebied van stedenbouwkunde en mobiliteit. De piste die u noemt, namelijk een locatie in een wijk in verandering, vlakbij het Kanaal, lijkt me interessant. Ik kan in dit stadium echter niet aangeven of deze de voorkeur heeft op de andere opties. Hoewel een museum een impact heeft op zijn omgeving, kan het de buurt op zijn eentje niet transformeren. Het Tate Modern in Londen is vandaag een baken in de stad, en staat midden in een gebied dat grondige wijzigingen heeft ondergaan. Dit is echter niet het wonderlijke resultaat van de omzetting van een stadskanker in een museum. Dit is het gevolg van een overkoepelende denkoefening en aanzienlijke investeringen in de wijk.

Deze collectieve overdenking die ik samen met de actoren van de kunstwereld en van de Brusselse overheid lanceer, komt bovenop de oefening van de groep bestaande uit de heren Courtois, Mettens, Draguet en Close, die al meer dan een jaar rond dit project werken. Ze betekent ook een aanvulling op de te verwachten resultaten van het bestelde McKinsey-onderzoek.

Ik ben, ten slotte, een grote voorstander van het in omloop brengen van werken in de tentoonstellingsruimtes in de andere grote steden van het land. Indien we, zoals u en ik, de moderne en hedendaagse kunst algemeen willen bekendmaken, moet zij naar de mensen toe gaan. Het buitenland telt al voorbeelden van rondtrekkende musea, zoals het mobiele Centre Pompidou.

Mevrouw de Volksvertegenwoordiger,
Beste Yamila,
U kan rekenen op mijn vastberadenheid om de moderne kunstwerken voor het publiek, dat ze te lang heeft moeten missen, toegankelijk te maken. Ik verzeker u ook van mijn wil om het project op te starten rond de bouw van een groot Museum voor moderne en hedendaagse kunst, die zich door het hele land verspreidt.

Enkel door ambitieuze projecten op gang te brengen, geraken we uit de huidige crisis. Naast de economische voordelen die culturele initiatieven genereren, ben ik ervan overtuigd dat kunst een van de elementen is waarop de vernieuwde betovering van deze wereld moet steunen, het geheel dat sommigen minachtend ‘het oude Europa’ zullen noemen. Wat mij betreft mag het uit zijn culturele wortels de energie putten om tijdens deze nieuwe eeuw te schitteren op de wereld.

Paul Magnette

 

 

“Magnette strijdt voor museum actuele kunst” (De Standaard 11 mei 2011)

Minister Paul Magnette (PS) trekt het project op gang voor een museum voor actuele kunst in Brussel. De Kanaalzone komt meer in beeld.

De collecties moderne kunst van het Museum voor Schone Kunsten zitten al meer dan een jaar in de depots. ‘Dat is een hoofdstad als Brussel onwaardig’, schrijft minister Paul Magnette, bevoegd voor de grote federale musea, in een brief aan de Brusselse volksvertegenwoordiger Yamila Idrissi. Die had hem enkele voorstellen gedaan.

Hij eindigt zijn brief met: ‘Ik verzeker u van mijn wil om het project op te starten rond de bouw van een groot museum voor moderne en hedendaagse kunst.’ De eerste stappen worden daarvoor gezet. Magnette gaat nog altijd uit van een cultuurwijk, waar kunstinstellingen op wandelafstand gegroepeerd liggen.

Maar de droom om nabij de Kunstberg het Grondwettelijk Hof te integreren in dat totaalconcept, is opgegeven. Bij een inspectie bleek dat de verbouwing tot tentoonstellingsruimte onaanvaardbaar duur zou worden. Idrissi wijst op de Kanaalzone. ‘Die piste lijkt me interessant’, zegt Magnette, ‘maar in zijn eentje kan een museum een buurt niet transformeren.’

Magnette vindt dat de tijd voorbij is dat ministers solo grote projecten vormgaven. Om een locatie te bepalen, vraagt hij aan 120 experten om hun visie te formuleren. Nadien organiseert hij twee rondetafelgesprekken.

Op korte termijn wil hij de collectie moderne kunst opnieuw presenteren. Daarvoor heeft hij staatssecretaris Servais Verherstraeten (CD&V) aangesproken, bevoegd voor de Regie der Gebouwen. De dienst zal enkele vrijliggende ruimtes in het Museum voor Schone Kunsten inrichten voor presentaties.

‘Klopt’, zegt de woordvoerder van Verherstraeten. ‘Er is onderling overleg. Voor dit jaar staat bijna een miljoen euro ingeschreven in de begroting. Magnette zal ons binnenkort zijn precieze vraag overmaken.’

© 2012 Corelio

SABAM mist de trein van digitale vooruitgang

2000 Dj’s ontvingen een illegale mail van Sabam met de vraag om hun DJ-licentie te betalen. “Sabam verliest de greep op de muzikale sector”, zegt Vlaams Parlementslid Yamila Idrissi. De huidige regelgeving is niet meer aangepast aan de muzikale sector. Daarom pleit sp.a voor een breed gedragen debat over een auteursrecht 2.0.

Eergisteren ontvingen 2000 dj’s een mail van Sabam met de vraag om hun DJ-licentie te betalen. Zo’n licentie kost 275 euro per jaar en is nodig als dj’s voor hun optredens kopieën van originele muziekdragers of van legale downloads willen gebruiken. Pittig detail: Sabam kopieerde handmatig alle emailadressen van VI.be, een project van Poppunt en een platform voor dj’s, muzikanten en organisatoren.  Sabam sloeg mea culpa en wilde Dj’s enkel informeren.

“En toch is deze reactie veel meer dan een ‘foutje’. Het is symptomatisch voor een beheersvennootschap die haar greep verliest op de muzikale sector. Een creatieve sector die wordt gekenmerkt door een sterke vorm van auteursrechtelijke beschermde werken. Maar deze bescherming vormt nu net een belangrijke drempel voor cultuurconsumenten zoals Dj’s, jeugdhuizen, culturele instellingen”, zegt Idrissi. “Het auteursrecht vormt inderdaad een voorwaarde voor de creatie van werken maar verleent de producent en beheersvennootschappen een monopolie op de verspreiding en bewerking van die werken.”

“De tijd dat uitgeverijen en platenfirma’s een quasi monopolie hadden als bevoorrader van muziek bij radio-en televisiestations is voorbij. Door de opkomst van het internet verliezen deze spelers de greep op de muzikale sector. Digitale veranderingen hebben de onderlinge verhouding tussen auteur, consument, producent en distributeur grondig veranderd.  Acties zoals de Dj-licentie schieten hun doel dan ook volledig voorbij en worden gepercipieerd als pestmaatregel of puur geldgewin”, aldus Idrissi.

“Het is dan ook tijd om de handen uit de mouwen te steken. De huidige regelgeving is niet meer aangepast aan de noden van de muzikale sector. De bestaande instellingen staan de weg naar een toegankelijke en open cultuur in de weg. Daarom pleit sp.a voor een breed gedragen debat waarbij de sector, bestaande instellingen, de betrokken federale en Vlaamse minister gaan voor een auteursrecht 2.0. Als partij willen we onderzoeken hoe we ook andere vormen van auteursbescherming in de wet kunnen inschrijven. Het zou een eerste stap naar een meer toegankelijke en open cultuur kunnen zijn”, besluit Idrissi.

Idrissi “De Islam heeft een Rik Tors nodig” (interview De Standaard 17/03/12)

Yamila Idrissi, Vlaams parlementslid voor de sp.a, maakt zich grote zorgen over de islamitische jeugd in onze hoofdstad. ‘Die kansarme jongeren waar extremisten zich op richten, zijn vogels voor de kat.’

Zondag stappen de Brusselse moslims in een Grote Witte Mars samen voor vrede. ‘Ja, ik ben van plan om mee te gaan’, zegt Yamila Idrissi. Zij is Brusselse, moslima en Vlaams parlementslid voor de SP.A.

‘Ik kwam nooit in zijn moskee’, vertelt ze. ‘Maar ik weet wel dat de overleden imam een open en erudiete man was. Zeer populair in de buurt, ook. Hij was een Marokkaanse soenniet die zich bekeerd had tot het sjiisme, zoals dat beleden wordt in Iran en Syrië. Dat komt steeds vaker voor, de laatste jaren, zo’n bekering.’

‘De dader was een salafist bij wie de stoppen waren doorgeslagen, wellicht uit woede over de gebeurtenissen in Syrië. Dit was geen religieuze, maar een politieke aanslag. Een eenmansactie ook, er zit gelukkig geen groepering achter.’

Toch maakt Idrissi zich grote zorgen, legt ze uit terwijl we door de buurt wandelen. ‘Ik ken hier veel ouders die met de handen in het haar zitten. Die elke dag hun hart vasthouden, omdat ze bang zijn dat hun kinderen in handen van extremisten zullen vallen. Onlangs hoorde ik nog het verhaal van een jongen die besloten had om naar Jemen te vertrekken, voor een grondige studie van de Koran. Zo’n jongen is een vogel voor de kat.’

Ze wijst in de richting van Zuidstation. ‘Daar’, zegt ze. ‘Aan de Stalingradlaan, daar vind je heel veel boekhandels waar je terecht kunt als je je wil verdiepen in de islam. Het probleem is dat je er geen enkel boek zal vinden dat je iets vertelt over de moderne islam, over de Europese islam. En dat klopt niet. Dat is een groot probleem, waarover wij ons dringend moeten bezinnen.’

‘Door die aanslag hebben we het vandaag weer over het verschil tussen soennisme en sjiisme, maar au fond interesseert dat debat mij niet. Wat mij interesseert is hoe we de westerse islam van de toekomst samen vormgeven.’

(…)

Die extremisten, wie zijn dat?
‘Brussel is vandaag een soort mini-Midden-Oosten, dus je moet ervan uitgaan dat alle strekkingen en alle conflicten hier vertegenwoordigd zijn. Dat hebben we nog maar eens gemerkt met die aanslag van maandag.’

‘Heel wat mensen denken nog altijd dat de moslimgemeenschap een homogene groep is, maar dat klopt dus niet. Er zijn twee radicale strekkingen die vandaag sterk vertegenwoordigd zijn: het wahabisme, dat vooral uit Saudi-Arabië komt, en het salafisme, dat vooral wordt beleden door mensen die uit Pakistan komen. En wat mij vandaag verontrust, is dat steeds meer jongeren zich laten aanspreken door dat salafisme.’

Wat maakt het salafisme volgens u zo gevaarlijk?
‘Het biedt mensen een kant-en-klare manier van leven.’

Doet de islam dat sowieso niet?
‘Nee, het gematigde soennisme, waartoe de meeste Marokkaanse Belgen behoren en waarin ik ook ben opgevoed, gaat je bijvoorbeeld helemaal niet zeggen hoe je je moet gedragen. Over hoofddoek en baard kan voor een gematigde soenniet gediscussieerd worden: de ene vindt dat belangrijk, de andere niet.’

‘Voor een salafist is er geen discussie: de hoofddoek is verplicht voor vrouwen, de baard voor mannen. Salafisten, en ook wahabieten, laten geen interpretatie toe en vinden dat je moet leven zoals de profeet in de zevende eeuw.’

Hoe behoeden we jongeren voor dat radicalisme?
‘De islam heeft een soort Rik Torfs nodig. We moeten imams opleiden aan onze universiteiten, en dus hebben we islamitische rechtsgeleerden nodig. Iemand die door een westerse bril naar de islam kijkt, die kritisch is, die vragen stelt over de Koran, die een lans durft breken voor de aanvaarding van homoseksualiteit, enzovoort.’

Bestaan dat soort islamitische Torfsen nog niet?
‘Ze bestaan, maar we hebben er meer nodig, ook in ons land. In Parijs doceert Rachid Benzine, die bezig is met een herinterpretatie van de islam – de Koran is voor hem geen bron van eeuwige waarheid, maar een boek dat geïnterpreteerd moet worden. Dat wordt door veel moslims met argwaan bekeken, maar het is belangrijk dat het gebeurt. Ik heb in Louvain-la-Neuve eens een lezing meegemaakt van Benzine, en toen waren er jongeren die zegden: “U slaat mijn hele wereldbeeld aan diggelen.” En dat is goed.’

Het volledige artikel kan u nalezen via de toegevoegde pdf

DeStandaard_20120317_  DeStandaard 20120317 II

Een Witte Mars, een afrekening met clichés

De Witte Mars om de gestorven imam Abdallah Dahdoud te herdenken, was een afrekening met de vooroordelen over de islam en een keerpunt voor Brussel. De mars van de hoop.

Ruim tweeduizend moslims stapten zondag door Brussel. Tweeduizend moslims, dat zijn er veel. Zeker voor een gemeenschap die vaak het verwijt krijgt zich te vaak op te sluiten. Mentaal, in zijn eigen gelijk, en fysiek, in zijn eigen kleine wijk. De Witte Mars was een afrekening met de clichés. Een afrekening met de vooroordelen. Ook moslims treuren in het wit, met witte rozen en witte ballonnen. Ook moslims zeulen op hun mars Belgische vlaggen mee. Ook moslims kloppen bij Vrouwe Justitia aan om gerechtigheid te vragen.

De Witte Mars was een eerbetoon aan Abdallah Dahdouh, de imam van de Rida-moskee in Anderlecht. Een wandelende bibliotheek en zowat de meest tolerante imam van heel Brussel, klonkt het bij de deelnemers aan de mars. Ze wilden zijn erfenis levend houden: een open, tolerante islam die gelovigen verenigt in plaats van hen te verdelen. Geen krachtiger signaal aan de extremistische salafist die brand stichtte in de moskee dan een serene Witte Mars.

De Brusselse moslims toonden zondag dat er een groot draagvlak is voor een moderne islam. Een Europese islam, zo u wil. Ze liggen niet wakker van de verschillen tussen soennieten en sjiieten, ze laten zich niet opjutten door de meedogenloze confrontaties in Syrië en elders in het Midden-Oosten. Ze wonen hier, ze leven hier, ze belijden hun geloof hier. De Witte Mars was een antwoord op de extremisten die ook in Brussel voet aan de grond proberen te krijgen, zeker bij jongeren die worstelen met een gebrek aan toekomstperspectieven en vatbaar zijn voor een kant-en-klare manier van leven. De Brusselse moslims toonden zondag dat ze niet meegaan in de onverdraagzaamheid en de wraakzucht van de extremistische splintergroepen van de islam.

Wel integendeel. De aanhangers van een open, tolerante, zoekende islam zijn er alleen maar talrijker op geworden. Ze hebben zich niet opgesloten in hun eigen buurt en hun eigen gemeenschap, ze zijn net uitgebroken. De mars van zondag stopte niet aan de grenzen van Kuregem. Zelfs niet aan de grenzen van Anderlecht. Hij trok recht door de hoofdstad, op naar het Justitiepaleis. Een krachtig signaal dat de Brusselse moslims vertrouwen hebben in Vrouwe Justitia. Dat ze zich schikken naar de Belgische wetten en vertrouwen hebben in het oordeel van het gerecht over de moordenaar van hun imam. Als dat geen integratie is.

De aanslag in de Rida-moskee was een aanslag op de vrijheid. Een aanslag op de diversiteit. Bref, een aanslag op heel Brussel. Want tot spijt van wie het benijdt: dat is nu eenmaal de realiteit van de stad, dat iedereen een beetje anders is en dat we met vallen en opstaan zoeken naar een gemene deler tussen al die verschillende mensen en gemeenschappen.

Brussel is een laboratorium. Voor heel het land, voor heel Europa zelfs een beetje. Weinig steden zijn zo jong, zo complex, zo divers. En zoals in elk laboratorium loopt er wel eens een experiment fout. Maar uit die fouten worden lessen getrokken om herhalingen te vermijden. De aanslag in de moskee heeft ons getoond dat we nog harder moeten werken om de voedingsbodem van radicalisten en extremisten weg te nemen. Dat we moeten investeren in Brussel, dat we veel meer jongeren aan werk moeten helpen. Dat we moeten zorgen dat het gigantische potentieel dat deze stad heeft niet gefnuikt wordt, maar zich volop kan ontwikkelen. Dat we niemand achterlaten.

“Wie voorleest, wordt gestraft”

Sabam vraagt geld aan bibliotheken waar voorgelezen wordt aan kindjes. “Terwijl het beleid alles doet om leesbevordering te stimuleren gaat Sabam dat ontmoedigen. Hallucinant”, zegt Vlaams sp.a-Parlementslid Yamila Idrissi. Ze zal minister van Cultuur Schauvliege hierover interpelleren.

De Vlaamse bibliotheken luiden vandaag de alarmbel. Sommigen onder hen kregen reeds een telefoontje van Sabam met de vraag om auteursrechten te betalen voor de voorleesuurtjes die ze organiseren. Voor Sabam is het duidelijk, ook wie voorleest moet auteursrechten betalen.

“Deze eis is te absurd voor woorden en bijzonder nefast voor het bevorderen van het lezen bij vooral jonge kinderen”, zegt Yamila Idrissi. “Heel wat Vlaamse bibliotheken organiseren momenten waarbij kinderen uit de gemeente kunnen komen luisteren naar verhaaltjes. Voorleesmomenten brengt kinderen naar de bibliotheek en zorgt er voor dat ze op een leuke manier kennis maken met boeken en lezen.”

De bibliotheek van Dilbeek kreeg al de vraag van Sabam en rekende uit dit een meerkost van 250 euro per jaar zou bedragen. Dit is een bijzonder hoog bedrag voor een activiteit dievolledig steunt op vrijwilligers. Vooral voor kleine bibliotheken is dit een onoverkomelijke last.

“Het laten verdwijnen van de voorleesmomenten in de Vlaamse bibliotheken zou haaks staan op de beleidsinitiatieven die minister Schauvliege en minister Smet nemen op vlak van cultuureducatie. Ik kan me dan ook niet voorstellen dat de Minister het metdeze praktijken eens is. Sabam straft nu bibliotheken die voorlezen aan kinderen, dat kan toch niet de bedoeling zijn. Ik ben dan ook van plan haar hierover te ondervragen in het parlement”, besluit Idrissi.

“Schietincidenten zijn geen fait divers”

Vlaams sp.a-Parlementslid Yamila Idrissi is verbolgen over de reactie van Molenbeeks Burgemeester Moureaux naar aanleiding van een recent schietincident in de buurt van een school- en kinderdagverblijf. “Zeggen dat dit volledig wordt opgeklopt, is een bewijs van wereldvreemdheid.”

De Brusselse politica stelt zich al even grote vragen bij de uitspraken van de Molenbeekse politiecommissaris die zich afvraagt waar de ouders zich zorgen om maken aangezien het schietincident ’s nachts plaats vond. Hoe zouden de Burgemeester van Molenbeek en zijn commissaris reageren als om twee uur ’s nachts een kogel zich door de dienstingang van het gemeentehuis of het commissariaat boorde, vraagt Idrissi zich af.

In de nacht van 19 op 20 februari is er opnieuw een schietincident geweest in de buurt van de Molenbeekse Vierwindenschool. Een kogel kwam terecht in een deur van de buitenschoolse opvang ‘De Verliefde Wolk’ even verderop. De ouders laten het hier niet bij en plannen opnieuw een actie maar kunnen hiervoor dus op weinig begrip rekenen bij de burgemeester.

“Wat maakt het uit of een schietincident ’s nachts of overdag plaats vindt? Dit soort praktijken moeten scherp veroordeeld en aangepakt worden. Wanneer een burgemeester het protest van ouders af doet met de woorden dat schietpartijen dagelijkse kost zijn legt dit een grote wereldvreemdheid bloot“, aldus Idrissi. Ze stelt zich dan ook ernstige vragen bij het verdere functioneren van burgemeester Moureaux.  

“Wanneer de politiek de ogen sluit voor dit soort incidenten maakt ze het samenleven onmogelijk en dit kan en wil ik niet accepteren. Ik ken heel wat Brusselaars, ook van vreemde origine, die elke dag met hun kinderen naar een school in Diegem rijden. Ze vinden Brussel te onveilig, te onvriendelijk, te vuil… Niemand overtuigt hen om te blijven. Zeker de burgemeester van Molenbeek niet. Je leert er mee leven, of je hoepel maar op, lijkt zijn boodschap. Ondergaan of weggaan.” besluit Idrissi.